Winkels en zo

Winkels en zo

Boekhandel de Atlas

Slager P Slootweg

Kruidenier van Dijck

Kaaswinkel Fa. Wed. L de Groot

Zuivelwinkel Fa. van Meggelen

Melkinrichting van Van der Loos

Drogisterij van Schragen

Schoenmaker M. Sjardijn

Stijnman’s broodbakkerijen

Bioscoop Du Midi

 

 

Boekhandel de Atlas

Boekwinkel DE ATLAS in de Louise de Colignystraat nr. 61. De foto dateert uit het begin tachtiger jaren maar uiterlijk is er nooit veel veranderd.

De Atlas Boekhandel zo schrijft mevrouw Magda van Raamt was oorspronkelijk een bestelkantoor voor drukwerk van drukkerij “de Atlas” in de Piet Heinstraat. De eigenaars, de heer en mevrouw Rensen, vonden een mooi pand in de Louise de Colignystraat nr. 61, waarin zij kantoorboekhandel, boekhandel en uitleen-bibliotheek “De Atlas” vestigden.

Op 1 juli 1937 werd mevrouw L. Hardus aangesteld als bedrijfsleidster.

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1940 braken zware tijden aan voor “de Atlas”. Het aanvullen van voorraden van allerlei aard, zoals boeken, kantoorbenodigdheden en dergelijke werd met de dag problematischer.

Dramatisch dieptepunt was het bombardement op 3 maart 1945, waardoor vele relaties zoals leveranciers, klanten en vrienden verloren gingen.

In 1954 nam mevrouw Hardus de zaak over. Onder haar bezielende leiding groeide het bedrijf uit tot een hoog gewaardeerde en gezellige buurtwinkel met een grote vaste klantenkring. Al snel bleek personeelsuitbreiding noodzakelijk en in 1951 maakte mejuffrouw Leni Bol haar entree, in 1954 gevolgd door Magda van Raamt en Lia Prins (beiden uit de Maystraat) en later Anneke Meerhof uit de Usselinxstraat. Het was een plezierige en hechte gemeenschap, er werd hard gewerkt en veel gelachen, ook met de klanten. Onder de klandizie bevonden zich enige zeer gerenommeerde kunstenaars, waaronder concertpianiste en pedagoge mevrouw Noske – moeder van de vermaarde eerste violist van het Residentie Orkest Willem Noske – woonachtig in de Van Imhoffstraat, en Jo van der Meent, operazangeres en pedagoge, destijds woonachtig op het Juliana van Stolbergplein. Beeldhouwster Gra Rueb had haar atelier in de Jacob Mosselstraat en werd volgens de buurtbewoners somtijds bezocht door H.K.H. Prinses Beatrix, zelf een zeer verdienstelijk beeldhouwster. Ook de bekende impresario Paul Acket behoorde tot de klantenkring, evenals het beroemde dansechtpaar Jaap Flier en Willy de la Bije  die ook enige tijd in deze buurt woonden. En niet te vergeten oud-minister van Defensie mr.dr. L.N. Deckers. Op iedere verjaardag van de minister kwam de gehele Militaire Kapel in vol ornaat een aubade brengen voor zijn huis in de Louise de Colignystraat nr. 89.

Colignystraat 61 Boekhandel De Atlas 50 jr mevrouw Hardus 1 juni 1987 Foto E Renson 644-34

De trouw van de vele klanten bleek wel toen in 1987, tegelijk met het 50-jarig jubileum van mevrouw Hardus, het doek viel voor “de Atlas”. De sluiting van de zaak ging uiteraard met vele emotionele gevoelens gepaard, zoals bijvoorbeeld mevrouw Elias zich liet ontvallen: “het is een blijde en verdrietige dag; blij vanwege de grote opkomst van de mensen en verdrietig om het afscheid. Wij zullen ons “De Atlas” met weemoed tot in lengte der dagen blijven herinneren.”  De intussen (hoog)bejaarde dames Hardus, Leni Bol, Lia Prins, Hermanna en schrijver dezes treffen elkaar nog regelmatig en met veel plezier.

Slager P Slootweg 

Laan van NOI Uitbreiding Slootweg De vee- en vleeschhandel1 19 okt 1931
Laan van NOI Uitbreiding Slootweg De vee- en vleeschhandel 19 okt 1931

 

Kruidenier Van Dijck, Sibergstraat hoek Loudanstraat

In de Haagsche Courant van 29 juli 2006 las Ronald van Onselen  over de sluiting van weer zo’n vertrouwde degelijke middenstander die ook in deze tijd met zijn THUISMARKT een belangrijke rol voor de Bezuidenhouters vervulde. Met toestemming van de Heer Aad van Dijck nam hij  het artikel uit de Haagsche Courant van 29 juli 2006 over. De foto’s die de familie Van Dijck met onder andere de VIVOwinkel  aanreikten geven een beeld van de zaak in de jaren vijftig en zestig.

Loudonstraat Vivo De winkel in 1978 met A. van Dijck.

In 1917 begon het allemaal toen de oude heer Van Dijck grootvader van de huidige thans 65-jarige kleinzoon een kruidenierswinkel had in de Theresiastraat. Op 3 maart 1945 werd dit blok geheel weggebombardeerd. Na de oorlog in 1946 opende Van Dijck zijn nieuwe zaak waar deze tot en met 31 juli 2006 nog gevestigd was namelijk op de hoek Sibergstraat en de Loudonstraat. Nadat de oprichter de zaak aan zijn zoon overdroeg droeg deze op zijn beurt in 1961 de zaak over aan Aad van Dijck die tot evengenoemde datum de winkel heeft bestierd. 89 jaar lang heeft de familie Van Dijck service verleend op een prima wijze. 80 uur per week werkte Van Dijck in de zaak en als een “ouderwetse” middenstander alles met de hand. In de begintijd verkocht opa Van Dijck kruiden, delicatessen en fijne vleeswaren. In die tijd werden huizen tot winkels omgebouwd waardoor er een plekje ontstond voor mijn grootvader. Later na de verhuizing naar de Sibergstraat heeft de hele familie zoals toen gebruikelijk was met hart en ziel in de zaak gewerkt. De zaak bleef goed draaien en vele vertrouwde middenstanders verdwenen. Met zijn vrouw Cil, een zus en een vaste kracht maakt hij dagen van 6.00 tot 20.00. Maar voor het geld heeft hij het niet gedaan. Zijn plezier vond hij in het ouderwetse winkelierschap en het contact met de mensen die hem hun klandizie zo lang hebben toevertrouwd. Zoals zo vaak in de vijftiger en zestiger jaren kenden middenstanders de buurt, de mensen en al wat daar om ging. Met de moderne techniek heeft de kruidenier zich niet ingelaten. Van Dijck: Ik heb ooit een computer van Philips gehad, maar die heb ik ook weer weggedaan omdat dat zo’n gedoe bleek. Sindsdien nooit meer een pc gebruikt. Alles gaat handmatig. Zoals ik het heb geleerd van mijn vader. Net als vroeger

Fa. Wed. L de Groot : de speciaalzaak voor brood, boter en kaas. Joan Maetsuyckerstraat nr 178

Maetsuyckerstr Mevrouw en de heer De Groot samen

Wie herinnert zich niet de sympathieke kaaswinkel met vooral boter, kaas en eieren. De winkel was gevestigd op de hoek van de Joan Maetsuyckerstraat nr. 178 en de Willem van Outhoornstraat. Dat was in de jaren 1951-1966. Mevrouw A.M.F. de Groot woont thans in Bodegraven en bewaart vele warme herinneringen aan haar klanten in het Bezuidenhout Als mensenmens was zij geïnteresseerd in het wel en wee van de klanten. De kaasprodukten waren erg goed. Haar echtgenoot E.T.M. de Groot die de kaas inkocht wenste uitsluitend de eerste kwaliteit kaas. Haar echtgenoot bediende zelf de klanten in het Benoordenhout waar met onder andere een Vauxhall en een Deux Chevaux bestelauto de clientèle werd bediend.

Mevrouw De Groot schrijft  nog het volgende: “ Zo begon het: Mei 1951 kwamen wij uit het kleine slingerdorp Stompwijk bestaande uit 800 inwoners naar de grote stad Den Haag in het Bezuidenhout. Ik begon een winkel en mijn man een bezorgingswijk in het Benoordenhout. Wij verkochten boter, kaas en eieren. Wat was ik nerveus die eerste dagen in de winkel maar bij nader inzien zat het in mijn vingers en ik genoot met volle teugen. Ik verkocht goed. Bovendien was ik dol op de klanten en niet te vergeten de kinderen die gaf ik altijd een stukje kaas. In het Bezuidenhout waren wel 50 kruideniers en melkhandels die boter, kaas en eieren verkochten. Van de Schenkkade tot aan de Bezuidenhoutseweg maar bij mij stonden zij vaak in de rij. Er waren geen nummerapparaten, als gevolg waarvan wel eens een fikse ruzie ontstond. Ik gaf ze dan wat mee en het was weer gesust.

Ook rekende ik wel eens een dubbeltje meer voor klanten die het goed konden betalen maar mensen met weinig geld kregen de kaas voor de helft van de prijs. Een anekdote is dat dinsdagmorgen de klanten in de rij al om half zeven stonden te wachten. Dan kwam de eierboer van de Veluwe met kneusjes (kapotte eieren). De klanten kregen die voor de halve prijs. Onze sterke zijde was eerste klas kwaliteit kaas. Mijn man deed de inkoop. Het winkelen deed ik zo graag en ik hield zo van de mensen. Intussen kregen wij vier zonen in een hele kleine woning achter de winkel. Wij waren genoodzaakt te verhuizen naar de LvNOI waar onze nieuwe winkel “De Kaaskelder” naast banketbakkerij Van Boheemen werd voortgezet.

Mijn man verhuisde met zijn groothandel naar de nieuwe kaasopslag in de De Carpentierstraat. In 1970 vertrokken wij naar Bodegraven. Kaashandel Verburg in de Theresiastraat verkoopt nog altijd “onze kaas”. De vier zonen werkten in ons uitgebreide bedrijf met computers en robot. Maar het Bezuidenhout was mijn mooiste en gelukkigste  tijd. Ook in zakelijk opzicht.

Hartelijke groeten van de Kaas Familie De Groot.

Zuivelwinkel van de familie P. van Meggelen

Deze winkel was gevestigd in de Theresiastraat nr. 1.  In de eerste helft van de vijftiger jaren vestigde de heer Van Meggelen zich in het Bezuidenhout en zoals de meeste van zijn collega’s ging hij in zijn melkwijk de klanten bedienen. Na een verbouwing van de oude winkel kwam in 1957 de geheel vernieuwde winkel tot stand en bevatte als nieuwigheid een geheel gekoelde toonbank vervaardigd door de firma Danckaart uit Den Haag. Vele winkeliers kwamen een kijkje nemen bij Van Meggelen.

Theresiastraat 1 Winkelinterieur van Meggelen na de verbouwing. Ca 1957 Foto Fam. Van Meggelen

In de buurt die door het bombardement veel open plekken kende zaten in het oude deel van de Theresiastraat sigarenwinkel Ad van der Hogen, een
broodwinkeltje met een wat wonderlijke vrouw die aan de jongelui van het Thorbeckelyceum snoepgoed verkocht. Verder stoffenzaak De Kloe en broodbakker HUS. In de Adelheidstraat troffen we de gordijnen en tapijtenzaak Noorderloos aan, slager Hooijmans, een bakker, een fietsenmaker, het schildersbedrijf De Roos, het timmerbedrijf van De Haan en Muilwijk en het taxibedrijf van Bouwer. Daarnaast had de heer Ter Kuile een school voor moeilijk lerende kinderen van gegoede ouders. De kinderen werden met de auto gebracht. Ten slotte woonde in deze straat Paul Acket de organisator van het North Sea Jazz festival. In de Derde van den
Boschstraat die toen met de Thorbecke HBS nog bestond troffen we de kolenhandel gebr. Schram, zuivelwinkel Van Ruiten, de groentewinkel van Simons en een vishal aan. In de Eerste van den Boschstraat zat een mooie ruime groentewinkel van vader en zoon
Oostendorp, een kleine boekwinkel en dameskapper Van Beek. Verderop een zuivelzaak van de familie Van Vliet die vrienden van ons zijn geworden. Tegenover de dameskapper op een kale vlakte stond een vistent en daar haalden wij lekkerbekjes 25 cent per stuk.
Een buurtbewoner die mevr Van Meggelen zich nog goed kan herinneren was Chiem van Houwenlinge die enkele huizen verder woonde en graag optrok met haar dochterje Ada. Hij ging dan met haar naar het Haagse bos op woensdagmiddag. Ook hielp hij mee op zaterdag in de melkwijk. Zijn vader had toen een chique  bloemenwinkel op het Lange Voorhout. Met de geboorte van ons kind kregen wij een prachtig boeket bloemen.

Verder in de Adelheidstraat woonden de families Monnikendam met hun muzikale en artistieke zoons Vincent en Pim, de familie Frenkel Frank en de familie de Cler de ouders van Jan de Cler die in die jaren
op de radio en tv optrad. Verder zo schrijft mevrouw Van Meggelen was onze Haagse tijd tot wij naar Hilversum vertrokken een mooie tijd met goede herinneringen aan Prinsjesdag. Zo herinner ik mij de
rijtoer van de Koningin. Het regende toen heel hard en bij de hofdames had dat tot gevolg dat de opmaak van hun gezicht droop ondanks de paraplu’s. Ook de sfeer op het Voorhout, de vele autobussen uit het hele land en de rijtoeren van Koning Boudewijn, keizer Haile Selassie en de Sjah van Perzië staan mij
nog helder voor geest. Verder waren de onderlinge banden goed. Als er een kind was geboren dan kreeg iedereen cake of taart en werd even de tijd genomen voor een gezellig samenzijn.

 

Melkinrichting van Van der Loos  Bezuidenhoutseweg 98-100

Bezuidenhoutseweg De boerderij van Van der Loos en het erf in later jaren en getooid in een zomerse bloemenpracht. Op de achtergrond het hoge geboomte van het Haagse bos.

Hierbij een  bijdrage van Peter van der Loos over de alom bekende melkinrichting Van der Loos. Peter schrijft het volgende. Graag beschrijf ik in het kort onze bedrijfsactiviteiten. De familie Van der Loos stamt uit 1640. Mijn ouders hadden 10 kinderen waaronder acht zoons. Grootvader woonde met vier vrijgezelle zusters in de Hekkelaan. Mijn grootvader heeft de boerderij aan de Bezuidenhoutseweg rond 1900 gekocht van de familie Hendriks. Aldaar boerde mijn grootvader en ventte hij zijn eigen melk en melkprodukten uit in het Bezuidenhout en Benoordenhout. Dit is doorgegaan tot 1945. In 1944 is mijn grootvader overleden en in dat jaar is ook de voorzijde van de melkinrichting gebombardeerd. Deze bebouwing mocht niet worden hersteld en op dat moment hebben de Duitsers de melk gestandaardiseerd dat wil zeggen dat zij bevolen dat de melk op een bepaald vetgehalte zou worden gebracht en werd de melk vervolgens naar de fabriek van Van Grieken gebracht. Dat bedrijf was op de Loosduinseweg nabij de Paul Krugerlaan gevestigd. Mijn ouders hebben tot 1961 hun bedrijf op de Bezuidenhoutseweg geëxploiteerd. Zij bezorgden de melk in de bovengenoemde wijken en in de Mariahoeve. In totaal hadden zij 18 melkwijken. Ook exploiteerden zij een groothandel met behulp van zes vrachtwagens en werd er melk bezorgd van Hoek van Holland tot Wassenaar. Daarna zijn zij doorgegaan met twee winkels namelijk de bij velen in het Bezuidenhout bekende winkel van Van der Loos in de Theresiastraat en een winkel in de Van Hoytemastraat. Nadien is het aantal winkels uitgebreid tot zes. Later in de tijd zijn de winkelactiviteiten beëindigd. De laatste winkel sloot in 2004.

Firma Bob Praalder

Wie kent niet deze gerenommeerde radiozaak die dit jaar 75 jaar bestaat. Reden genoeg om bij dit jubileum stil te staan. B(ob) T.M. Praalder stuurde een prachtige foto van de kerstetalage uit 1951. Dat was op het moment dat zijn ouders en dus ook de firma Praalder net verhuisd waren van de Theresiastraat nr. 260 naar de overzijde nrs. 159/161 op de hoek met de Hendrik Zwaardecroonstraat.

De kerst-etalage uit 1951 toen de fa. Praalder net verhuisd was van de Theresiastraat nr. 260 naar de overzijde nrs. 159-161. 1951

Bob Praalder beschrijft de foto en historie als volgt. Let op de antieke radio’s en de antieke verlichting. Nostalgie ten top. Hieraan was voor die tijd een enorme verbouwing van de winkel vooraf gegaan. De winkel met woonhuis was leeg gekomen, omdat de vorige eigenaar de heer Van der Vat met een damesmodezaak was verhuisd naar de hoek LvNOI/Theresiastraat. Deze hoek was een van de eerste bebouwingen die na het bombardement van het Bezuidenhout in de Tweede Wereldoorlog gereed waren gekomen. In die tijd kregen wij in onze nieuwe woning de enorme luxe van een badkamer, die reeds in de bovenwoning aanwezig was. Daarvoor werden wij zoals zovelen met ons in de teil in de keuken gewassen. In de loop van de tijd hebben wij de zaak overgenomen en verder uitgebreid tot aan de hoek met de J. Camphuijsstraat.

Inmiddels staat de derde generatie aan het roer. Het betekent dat Praalder al meer dan 50 jaar op deze plek is gehuisvest. De oprichting was in 1931 aan de Juliana van Stolberglaan ter hoogte van de fotohandel Minderman. Dit jaar 2006 bestaat de firma Praalder dus 75 jaar en is al die tijd in het Bezuidenhout gevestigd. Ik vermoed dat wij het oudste bedrijf zijn in het Bezuidenhout. Aan de overkant van ons zit een bloemenhandel, die jarenlang is gerund door de kleurrijke heer Lage(o?)rwaard bekend onder de naam Meloen. Inmiddels is er een andere eigenaar. Hetzelfde geldt voor de vishandel Theresiastraat/ hoek Hendrik Zwaardecroonstraat die jarenlang door de familie Pronk is gerund maar nu ook een andere eigenaar heeft. Daarnaast zat de herenkapper Veldhuizen.

 

Drogisterij van Schragen, Rijklof van Goensstraat 3

Deze drogist heeft van circa 1925 tot 1980 bestaan. De Firma Wed. C.G. van Schagen & Zn vormde eigenlijk met het naastliggende schildersbedrijf van Frits van Schagen een belangrijk bedrijf. Mevrouw Van Schagen die nog in het Bezuidenhout woont vertelde over de vele aspecten van het drogisterijbedrijf van die tijd.

De start was moeilijk. Nadat het echtpaar in 1943 was getrouwd werd in 1944 het eerste kind geboren. Doordat de heer Van Schagen apothekersassistent was kon met boeren ruilhandel plaatsvinden. In de zaak werd ook zelf gemaakte verf verkocht en ook kon men achterin de zaak een vaatje olie halen voor de oliekachel. Een ingrijpende gebeurtenis was de nieuwbouw van het pand in twee fasen. Eerst werd de buitenzijde afgebroken en herbouwd en later werd het interieur aangepakt. De aanleiding was dat door het gebruik van te korte palen in 1896 houtrot was ontstaan en de gevel dreigde weg te zakken. Dat was een hele toestand omdat de verkoop vanuit de achterkamer door moest gaan en er geruime tijd werd gekampeerd in het eigen huis. Tot 1980 heeft de drogisterij bestaan. Daarna onder meer vanwege de concurrentie van bijvoorbeeld drogist Neefjes in de Theresiastraat en de leeftijd van de heer en mevrouw Van Schagen is van een verplaatsing naar de Theresiastraat afgezien. Ook hechtte men aan de vaste clientèle.

Rijklof van Goensstraat Drogisterij van Schragen 1958

Ing. G.J. van Schagen zoon van de drogist vertelt over het bedrijf als volgt. “Als zoon van een middenstander heb ik iets unieks meegekregen. De winkel had toch een aantal produkten die je er nu niet meer aantreft. Zo leefden we in een tijd vóór het aardgas en de kolenkachel was op zijn retour. De meeste huizen hadden één of meerdere petroleumkachels. Enkele huizen hadden op het balkon een vat staan maar de meeste mensen gingen met een kannetje petroleum halen. Wij hadden een tank met 2000 liter inhoud achter het huis liggen. Vanuit die tank moest de olie met de hand opgepompt worden in een dagtank. Vanuit die tank werd de maatcylinder gevuld welke met behulp van een trechter in het kannetje leeggegooid werd. In een jaar viel de dag voor kerst de vorst in. De reactie was dat zeer velen nog even olie gingen halen. Wij vulden aan de lopende band kannetjes. Het ergste was dat er nogal wat kannetjes niet leeg waren met als gevolg dat deze bij het vullen overliepen wat na verloop van tijd een spekgladde vloer opleverde. Op die dag hebben wij de volledige 2000 liter overgeslagen in kannetjes van 4,5 en 10 liter. Aan het eind waren we goed afgedraaid. Een ander produkt dat heden niet in die vorm verkocht wordt was een wasmiddel en bleekwater zoals lodaline en glorix. Deze werden in glazen statiegeldflessen verkocht. Deze kregen wij dus weer terug. Zij werden aangeleverd in houten kratten waar er tien in konden. Vlak voordat de groothandel ze bij ons kwam halen moesten ze op merk uitgezocht worden, een klusje voor ons. Lodaline heeft een tijdlang als reclame in haar flessen puzzlestukjes gedaan die samen een bootje of een helicopter opleverden. Deze stukjes bleven kleven in de fles en vele flessen kwamen terug met stukjes erin. Als we er een aantroffen werd hij er met water uitgespoeld. Zo hebben wij een aanzienlijke vloot gespaard. Ik moet er nog enkele hebben. Het nadeel was dat iedereen in de buurt ons kende. Zo kon je weinig kattekwaad uithalen zonder dat dit doorgebrieft werd”.

In een mail schrijft G. van Schagen nog:     “Al denkend realiseer ik mij dat onze generatie uniek is. Wij hebben twee grote ombouwen van apparatuur meegemaakt, wat mij als techneut aanspreekt. Allereerst het electriciteitsnet. Tot vlak na de verbouwing van de winkel midden vijftiger jaren had Den Haag een electriciteitsnet met een spanning van 127 volt. Dit is toen overgezet naar de spanning die we nu hebben van 220 volt. Dit hield in dat alle wasmachines, kookplaatjes, lampen omgebouwd of vervangen moesten worden. Ik heb nog onze Marklintransformator met het type plaatje “geschikt voor 127 Volt”. Radio’s, scheerapparaten en dergelijke kleine apparatuur hadden destijds een schakelaar om de spanning aan te passen. Op de dag van de omschakeling zaten we zonder stroom en werd er de huizen langs gegaan om apparatuur om te schakelen en alle lampen te vervangen. Onze electrische kassa moest op de dag van overschakelen met de hand bediend worden door de zwengel een aantal keren rond te draaien. Ook konden wij onze trein niet laten rijden.

Frans Flaton vertelde zijn herinneringen over het Schildersbedrijf van Van Schagen aldus. “Ik ben van 1951 tot 1956 werkzaam geweest bij schildersbedrijf  Frits van Schagen. Bij de drogisterij van Van Schagen had ik veel kontakt omdat ik achter op de werkplaats kleuren van staaltjes van klanten voor hem maakte. Bij Van Schagen kwam ook de beroemde “Koningin van Voorburg”- de poederdons – haar poeders halen. Ik zag haar fiets voor de deur destijds.

 

Schoenmaker M. Sjardijn

Schoenmaker Martinus Sjardijn in zijn werkruimte en bezig met het herstellen van schoenen. Dat was zwaar werk zoals leer snijden. Machines bestonden toen nog niet.

Lex Veldhuizen, zoon van Kapper (Dolf) Veldhuizen vertelde over de schoenmaker M. Sjardijn geboren in 1882. Deze vestigde zich eerst in Leiden maar kwam in 1928 in de Hendrik Zwaardecroonstraat nr. 232. Deze schoenmaker die de opa was van Lex Veldhuizen van moeders kant werd wel de goedkoopste schoenmaker van de wijk genoemd  Zo repareerde hij dameshakjes voor 90 cent per paar. Tot 1972 toen al 90 jaar oud heeft hij het vak uitgeoefend. In 1975 is hij overleden. Lex heeft als kleinzoon de schoenmaker gedurende 15 jaren namelijk van 1957 tot 1972 geholpen met het wegbrengen van de schoenen. Lex leerde zo de wijk goed kennen. Iedere zaterdag was ik de hele dag daarmee bezig.

 

Stijnman’s broodbakkerijen, De Sillestraat hoek Lansbergestraat

Topbakker Ben Stijnman heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Nadat bij het tragische bombardement op het Bezuidenhout in maart 1945 de winkel die zijn vader sedert 1932 exploiteerde op de hoek van de Agnesstraat en de Albertinestraat en die in het verlengde lag van de Willem van Outhoornstraat volledig was vernield kon de verkoop direct na de oorlog in een andere winkel starten. Dat was op de hoek van de De Sillestraat en Van Lansbergenstraat waar bakker Bogers was verdwenen. Daar was een zenuwslopende periode aan vooraf gegaan. Immers het brood moest voor de hongerende bevolking toch wel gebakken worden. Zo moest de vader van Ben Stijnman het brood bij de Stijnmanvestiging in Wassenaar bakken (dat was de winkel van de opa van Ben) om dat dan midden in de nacht per bakfiets naar zijn eigen wijk terug te rijden. Dat moest wel zo vroeg want de Wassenaarse Stijnman moest voor zijn eigen klanten in de nanacht ook aan de slag.

Op het mooie brood in de Stijnman etalage staat de volgende spreuk ”Des landmans hoop en zorg en vlijt wordt hier tot kostelijk brood bereid” ca 1960.

In De Sillestraat liep de bakkerij uitstekend. Goede kwaliteit trok veel klanten en in 1962 werd het 30-jarig jubileum van de zaak uitbundig gevierd. Ook werd een open dag voor de klanten gehouden zodat iedereen kon zien hoe dat het toeging bij het brood bakken.

Verkiezingsstunt met een broodverkiezing. Bij bakker Stijnman kon gestemd worden op de echte verkiezingsdag voor het beste broodje. Rond 1960.

Een leuke anekdote is dat op een verkiezingsdag Stijnman ook meedeed met een stembureau in zijn winkel. Op de kieslijst stonden kandidaten in de vorm van reeksen lekker-

nijen (kandidaatje en koffiebroodje). Op de verkiezingsdag wilde Stijnman de kiezers ook  attenderen om een goede keus te maken bij de keuze van brood. Er verscheen een politieinspecteur die zei dat dat niet mocht omdat er geen vergunning voor was gevraagd. Het voorval heeft toen vele ook landelijke kranten gehaald. En creativiteit bezat bakker Ben Stijnman zeker getuige ook zijn deelname aan broodbakkerswedstrijden en het medeorganiseren van de Stichting Echte Bakkers Gilde. Ben Stijnman was destijds de jonge voorzitter van het gilde. Rond 1980 werd de zaak gemoderniseerd en ook dat werd feestelijk ingeluid. Helaas kreeg enkele jaren laten mevr. Stijnman lichamelijke klachten en oordeelde de arts dat het niet raadzaam was het zware werk voort te zetten. De bakkerij werd verkocht aan de Amsterdamse bakker Paul Ling die de zaak na ruim tien jaren aan bakker Van Kempen heeft verkocht. Inmiddels is deze er ook enkele jaren geleden mee gestopt en is het geen bakkerij meer. De enige Stijnmanbakkerij wordt door een neef geëxploiteerd en is gevestigd in de Langstraat in Wassenaar. En dat is mooi want in het interview van Jan Joost Lindner ( Bezuidenhouters: dat was de zoon van de huisarts Lindner) dat Ben Stijnman gaf in de Volkskrant van 17 augustus 1967 zegt hij over zijn vak: “Mijn overgrootvader was bakker, zoon van een landbouwer. Mijn ooms zijn bakker, mijn broers ook. Het heeft altijd vastgestaan dat ik bakker zou worden. Mijn vader neemt nu een dagje extra vrij in de week, maar sinds 1932 heeft hij altijd geploeterd voor de bakkerij. Het personeel heeft een gewone werkweek. Maar ik maak 80 a 90 uur per week. Om drie uur op, ’s middags slapen, ’s avonds om 10 uur naar bed. Ach je werk is een heleboel waard zegt Ben Stijnman. Hij leeft vrijwel voor het brood alleen. Dat is pas een echte bakker”.

 

DU MIDI

DirkJan Vos – d.vos35@chello.nl

Amsterdam – Den Haag 1960

Haagspraak #2 – Du Midi

Mijn eerste bioscoopervaring was ergens rond 1965 toen ik een jaar of vijf. zes was.

In de jaren daarna ging ik voornamelijk naar onze buurtbioscoop Du Midi in het Bezuidenhout, in de 2e Carpentierstraat, op de hoek van de Juliana van Stolberglaan, de laan waar ik ook tot mijn middelbare school woonde.

In Du Midi draaiden op de woensdagmiddag en mogelijk ook in het weekend kinderfilms. Het waren niet de beste films, soms een uitschieter met een live-action-film van Disney, maar vooral ook de Nederlandse kinderfilms van Henk van der Linden als Dik Trom, Pietje Bell en Sjors en Sjimmie. Als kind en jonge tiener zag ik al dat ze heel slecht waren en amateuristisch gemaakt. Voor de ouderen draaiden er ‘s avonds min of meer recente films die in andere bioscopen waren uitgedraaid. Daar ben ik later eigenlijk nooit zo naar toe geweest.

Bij de jeugdfilms was het vaak rumoerig in de zaal en werd er ook door wat schoffies uit de buurt rottigheid uitgehaald, bijvoorbeeld door erwten naar het doek te gooien. Maar er was een oudere vrouw met een knotje en een streng uiterlijk met bril die de leiding had over de bioscoop. Ze greep altijd ogenblikkelijk in en schroomde niet om iemand de zaal uit te gooien. We waren bang van haar, een soort van feeks.

Maar al voor mijn veertiende jaar (de leeftijdskeuring toen) ging ik niet meer naar kinderfilms, maar naar de grote spektakel- en actiefilms als James Bond. Du Midi was verleden tijd. En ik was ook inmiddels verhuisd naar het Benoordenhout.

Maar op het eind van mijn tienertijd maakte ik weer kennis met de bioscoop. Mijn ietwat oudere zus had er een part-time-baantje als ouvreuse en zo kwam ik op mijn achttiende er ook part-time te werken achter de kassa, een baantje naast mijn studie. Mijn ouders waren blij met onze bijbaantjes, want zo hoefden ze voor ons niet meer het ziekenfonds te betalen, dat deed Du Midi nu.

En dan ga je toch anders tegen zo’n bioscoop aankijken, kwa geschiedenis. Zo wist ik al snel dat de bioscoop kort voor de oorlog gebouwd was als synagoge. Het zal niet lang gebruikt zijn door de oorlog, maar het moet ook na de oorlog nog een aantal jaren zijn gebruikt totdat het sloot en werd verkocht.

In 1930 telde Den Haag ruim 10.000 joden en na de oorlog waren dat er een 2.000, waarvan de meesten ondergedoken hadden gezeten. In de oorlog werden de diverse synagogen geplunderd. Een aantal synagogen werd na de oorlog gesloten en verkocht, waaronder het latere Cinema Du Midi dat in 1959 werd geopend. En de koper van de synagoge zal dan de man zijn geweest die ik nu als de eigenaar van Du Midi kende, de heer Schaap, een joodse man, die toen ik er werkte al erg oud was, hij werd ook de ‘ouwe Schaap’ genoemd. Ik denk dat hij al tegen de tachtig liep.

Maar toch kwam hij nog een paar maal per week met zijn Citroën DS langs en bemoeide zich vooral met de weekomzet. Hij had altijd twee koffertjes bij zich. Daar vervoerde hij het geld mee. Ik groette de man wel altijd, maar veel praten met hem deed je niet. Wel werd ik een paar maal met een van zijn koffertjes naar de bank in de Therisiastraat gestuurd om enkele tienduizenden guldens af te storten. Ik vond dat toen toch wel verantwoordelijke en enigszins riskante, zo niet gevaarlijke opdrachten.

Voor de ouwe Schaap was geen opvolging, ik geloof niet dat zijn kinderen enige interesse hadden. En zo goed ging het ook niet met de bioscoop. Jongeren bleven liever thuis tv kijken en ouderen hadden de films die ‘s avonds draaiden vaak al gezien. Maar soms was er ook een hit met een film, zoals met Annie Hall van Woody Allen en Watership Down. De laatste film was een tekenfilm die het in andere bioscopen niet bijzonder had gedaan. Du Midi mocht hem afdraaien, maar opeens wordt het thema-nummer van de film, Bright Eyes van Art Garfunkel, een enorme hit en trekt de film opeens volle zalen. Ik heb dat nummer daardoor vaak gehoord, te vaak.

Alle ouvreuses en kassiers waren jonge mensen van mijn leeftijd. We hadden zo een leuk clubje dat onder leiding stond van Rob Klomp, de bedrijfsleider en die studeerde aan de heao. Maar de algehele supervisie was nog steeds in handen van die oude heks die ik van vroeger kende. Maar dat bleek een allerliefste vrouw op leeftijd te zijn, al ver over de 65, mevrouw Vieveen. Wat kan een mens zich vergissen. Ze praatte altijd honderduit, over de jeugd van tegenwoordig en over vroeger. Ze wist alles van goede manieren. Een genoegen om naar haar te luisteren. ‘s avonds werd ze altijd door haar man met de auto opgehaald. Ook even aimabel, hij was musicus geweest in een zigeunerorkestje dat vooral op de Holland Amerika Lijn had gespeeld. Hij had ook altijd mooie verhalen over vroeger.

Dan was er nog een oudere man die wel eens opdook, de heer Lohman, die vroeger voor de KRO had gewerkt. Wat zijn rol precies was weet ik niet meer, maar mogelijk was hij de zakelijke man van de bioscoop, of een adviseur van de ouwe Schaap. En wederom een aardige man die graag over vroeger mocht vertellen.

Tot slot was er nog de operateur die in vaste dienst was en full-time werkte. Een vrij jonge, Hindoestaanse jongen. Wat introvert en gericht op de techniek. Leerde hem wel vrij aardig kennen. Later werd hij de hoofd-operateur van het Omniversum en heb ik hem een keer opgezocht in de indrukwekkende filmcabine met de enorme IMAX-projector.

In Du Midi waren twee foyers, een grote beneden en een wat kleinere bij het balkon die alleen open ging als het erg druk was. In de pauze liep er ook iemand in de zaal rond met een houten, mobiel-verkooptableau, vooral voor de chocolade-ijsjes van Florencia met op de buitenkant een pinguïn op de verpakking (NB: Ik heb die grote ijsmachine voor de chocolade-ijsjes ooit ook als kind gezien, achter in de zaak aan de Torenstraat). Enfin, maar in Du Midi was er bij de entree ook een garderobe, daar zat mevrouw Vieveen altijd, want de meest centrale plek. Ook hielp ze mee in de pauze in de foyer, of placeerde ze soms bezoekers. Vooral de laatkomers, met een zaklampje de zaal in.

Carpentierstraat Du Midi suikerzakje

In de pauze werd er ook koffie geschonken uit een grote, elektrische koffiezet-ketel. Gewone filter-koffie en met een schepje Buisman. Bij de kopjes koffie kreeg iedereen een zakje suiker met de opdruk van de bioscoop. Dat was reclame, maar het had ook als functie dat daarmee het aantal kopjes koffie werd geteld voor de kas-opmaak. Er was een speciale doos met suikerzakjes die dus iedere dag geteld werden. De doos zat in een grote kluis waar mevrouw Vieveen over waakte. Maar ja, niet iedereen gebruikte zijn zakje en was fraude niet uitgesloten. Ik geloof niet dat ermee gesjoemeld werd.

En zo was het bij elkaar een leuk, klein familie-bedrijf om bij te werken. En vooral onderling met de jongere part-timers was er wel lol en contact. Maar later ging de studie voor en stopte ik, en een paar jaar later in 1984 sloot Du Midi voor goed zijn deuren. Tien jaar later in 1994 werd het gesloopt en nu staat er een woningcomplex.

MobyDirk    (Amsterdam – Den Haag 1960)

NB:

De oorspronkelijke synagoge in de Carpentierstraat (nummer 141 D) is ontworpen door de architecten J.S. Baars en J. Hegt. Het werd in 1937 gebouwd en werd in 1938 in gebruik genomen. Aan de zijkant bevonden zich drie langwerpige, gebrandschilderde ramen, gemaakt in het atelier van W. Bogtman, naar de ontwerpen van L. Pinkhof uit Den Helder.

De synagoge kon later makkelijk worden verbouwd tot bioscoop. In een synagoge bevindt zich vaak een balkon met een aparte vrouwengalerij, ook in deze synagoge. En dat werd later het bioscoop-balkon van Cinema Du Midi.

Mogelijk zijn er begin jaren negentig nog house-feesten gehouden, en waren er plannen om er een grote disco van te maken. De details weet ik niet.

17 oktober 2014 – Op Haagspraak #2 – Du Midi

Reactie van Annemieke op Haagspraak.

Hoi. Leuk stukje om te lezen, ik heb er zelf ook gewerkt op donderdagavond en de zondagmatinee, eindeloos Turks Fruit gezien en na afloop de Supremes gehoord, een ander muziekje was er kennelijk niet. Leuke herinneringen aan die tijd, met Rob, mevrouw Vieveen en de heer Schaap. Er was veel saamhorigheid onder de werknemers (meest studenten) veel goede herinneringen aan.

Reactie Arne op 6 augustus 2016:

Hi, lieve mensen, ik behoor tot de groep krakers die dumidi in 1990 heropenden. Het stond al sinds Alien 3 ongebruikt en we oefenden er met onze band en feestten er. Het prachtige pand heeft enorm veel herinneringen bij me achter gelaten. Er was nog stroom in de stopcontacten en de cinema stereo werkte nog. Ik sliep in het electriciteit hok, de stoelen waren eruit en de dansvloer liep iets scheef af waardoor je tijdens het dansen automatisch naar het witte doek gedirigeerd werd. We hebben niet getracht het pand te slopen of kapot te maken maar het mooier te maken met graffiti en kunst en doeken. Er was gewoon heel veel liefde aanwezig. Niets crimmineels in elk geval al zijn we door de beheerder wel van het bed gelicht de eerste nacht. Wat bijzonder. Je wordt als kraker wakker in zo’n tempel en je leeft in de illusie dat het van jou is. Een prachtig pand met balkon waarop we een bananenbar runden en waar de projectie-unit een inham in het balkon vormde hadden we een dj booth gemaakt. Het feest bruisde met de zielen van filmsterren als waren zij op een futuristische afterparty maar omdat we Du Midi niet geluidsdicht kregen moesten we na burenbeklag de tent al na het eerste feest sluiten. Excuses voor eventuele overlast en respect aan de heer Schaap.

 

 

Een <a href="http://bezuidenhout.nl">Bezuidenhout</a> site

error: Inhoud is tegen kopiëren beschermd !!

Naar boven