Vierde Haagsche Boschconcert trekt honderden toehoorders

Haags Dagorkest populairder dan ooit
HAAGSE HOUT -De rust in het Haagse Bos is ver te zoeken. Duiven stijgen verschrikt op, een eendenpaar zoekt zijn heil elders. Alleen de reiger vindt het allemaal best. Hij komt aangevlogen, landt op een boomtak, trekt zijn kop in de veren en distantieert zich van die herrie. Het vierde Haagsche Boschconcert begint woensdagavond 27 juli 2004 met veel toeters en bellen.

Terwijl de dames en heren van het Haags Dagorkest hun instrumenten stemmen, vult de Walther Boerweide zich met toehoorders. Recht voor de muziektent staan honderden stoelen in het gelid, maar gelukkig zijn er nog wat extra zetels, want niet iedereen kan daar nog een plekje vinden. “Zo’n vijfhonderd man,” schat Erik Stotijn, plaatsvervangend directeur van de organiserende instantie, het Centrum voor Amateurskunst Den Haag.
Ouderen vormen de hoofdmoot, hoewel hier en daar ook kleinkinderen rondhuppelen en moeders vermoeide peuters op schoot wiegen. Het koffie- en frisdrankenkraampje doet goede zaken en ook de ijscoman heeft niets te klagen. De meegebrachte honden zitten geduldig naast het vrouwtje of baasje, terwijl verderop in het bos soortgenoten, die van het hele gebeuren geen weet hebben, tijdens het uitlaten elkaar in de haren vliegen of uitblaffen.
Het Haags Dagorkest neemt de toehoorders mee naar Spaans-, Engels- en Duitstalige landen, gezien de titels van de composities die het ten gehore brengt.

 

Meezingen
Ook Nederland komt langs in de dit jaar wel zeer toepasselijke Prinses Julianamarsch. Diverse oud-Hollandse liedjes in dit muziekstuk noden vele luisteraars tot meezingen, aangemoedigd door dirigent André Glotzbach, die zich omdraait om het publiek te dirigeren. Elk muziekstuk wordt met gul applaus beloond. Dan is het pauze. In de rode dubbeldekker schuiven Stotijn en Freek van der Stijl van het Haags Dagorkest aan voor een gesprekje. “De Haagsche Bosch-concerten dateren van ver voor de Tweede Wereldoorlog. In het bos stond toen een dependance van Sociëteit de Witte. In de zomermaanden gaf de Koninklijke Militaire Kapel daar iedere woensdagavond en zondagmiddag een concert voor de upper ten, die op stoeltjes zaten te luisteren terwijl het gewone volk achter de hekken stond toe te kijken en gouvernantes met kinderwagens over de wandelpaden flaneerden.”

Oorlogsdreiging In 1939 kwam er een eind aan deze traditie. “Door bezuinigingen en ook door de oorlogsdreiging.” In 1981 stond een groep mensen op, voornamelijk Hagenaars, die nog graag eens de Militaire Kapel in het Haagse Bos wilde horen spelen. Dat leidde tot de oprichting van de stichting Haagsche Boschdagen. Van der Stijl: “Twintig jaar lang vonden in de zomermaanden van mei tot augustus weer concerten plaats in het Haagse Bos. Toen vielen om verschillende redenen bestuursleden uit, totdat er nog. maar één over was.” Stotijn vult aan: “Dat was Freek van der Stijl. Hij kon het niet helemaal in zijn eentje doen, vandaar dat vanaf dat jaar, 2001, het Centrum voor Amateurkunst Den Haag de organisatie heeft overgenomen. Wij vonden het zonde als zo’n traditie zou verdwijnen. Nog steeds maken we dankbaar gebruik van de expertise van de heer Van der Stijl.”

Lekker in het gehoor Favoriet is nog steeds de Militaire Kapel. “Die proberen we tenminste twee keer te laten spelen. Op de zondagmiddag, want dat was de traditie.” Het Haags Dagorkest doet al twintig jaar mee. Het bestaat uit circa vijftig leden die overdag kunnen repeteren, vandaar de naam Dagorkest. Dirigent Glotzbach is oud-lid van de Koninklijke Militaire Kapel. Van der Stijl: “We brengen repertoire dat lekker in het gehoor ligt. Lichtklassieke en andere bekende werken die de mensen aanspreken. We treden namelijk veel op voor ouderen. Dan moet je niet met nieuwere werken aankomen.” Ook na de pauze brengt het harmonieorkest vele, voor de meeste toehoorders vertrouwde melodieën ten gehore. Na afloop is iedereen het erover eens dat het een perfecte avond is geweest, mede dankzij de ideale weersomstandigheden.

Het laatste Haagsche Boschconcert vindt plaats op woensdag 25 augustus om 19.30 uur op de Walther Boerweide (achter het ministerie van Economische Zaken). Die avond speelt de Koninklijke Politiekapel Haaglanden.

Het Haags Dag Orkest is een Harmonie-orkest bestaande uit circa 50 leden, zowel dames als heren, die omdat zij overdag over vrije tijd beschikken, dan in de gelegenheid zijn om te musiceren, vandaar dat in hun naam het woord “dag” is opgenomen, dit in tegenstelling tot alle overige amateur-orkesten, welke vrijwel alleen ‘s-avonds kunnen repeteren en musiceren. Dit orkest staat al vele jaren onder leiding van de dirigent André Glotzbach, zelf een oud lid van de Koninklijke Militaire Kapel. Het muziekrepertoire bestaat niet alleen uit min of meer populaire werken, ook de meer klassieke stukken behoren daartoe. Het orkest is opgericht in december 1981, waarna in januari ’82 met ongeveer 20 heren en 1 dame de eerste repetitie werd gehouden. Zoals hierboven reeds vermeld is het orkest inmiddels uitgegroeid tot circa 50 leden, waaronder nu ook 7 dames hun plaats hebben ingenomen. Dat het H.D.O. een graag gehoord orkest is wordt wel bewezen door het feit dat al meer dan 20 jaar medewerking wordt verleend aan deze “Haagse Bos concerten.” Er wordt wekelijks gerepeteerd op woensdagmiddag in een ruimte van de Frederikkazerne. Muzikale activiteiten worden bij voorkeur uitgevoerd in bejaarden- of verzorgingstehuizen.