Tuinders en paardenhouders van het volkstuincomplex Het Oor in Den Haag moeten verdwijnen

Tuinders en paardenhouders van het volkstuincomplex Het Oor in Den Haag moeten verdwijnen. De NS is nu naarstig op zoek naar een koper voor de grond, maar de volkstuinders zijn de enigen die geïnteresseerd zijn. En dat is nu net de enige partij waaraan de NS niet wil verkopen.
De NS wil de grond saneren, maar ieder bewijs dat de noodzaak hiervan aantoont, ontbreekt. Het Bodem Informatie Punt van de gemeente beschikt over de gegevens van de vermeende vervuiling, maar reageert niet op verzoeken tot inzage.

Wat er na het gedwongen vertrek van de volkstuinders met de Schenkstrook gaat gebeuren, blijft vaag. Het lijkt erop dat de grond braak zal komen te liggen. Zo’n uitkomst strookt niet met het beleid van de gemeente. De volkstuinders verkeren al lang in onzekerheid over de toekomst op Het Oor.

Het gaat hier om een al jaren slepende kwestie; er is veel over geschreven, voornamelijk gezien vanuit de gemeentelijke politiek en de NS, twee belangrijke partijen in dit verwarrende, kafkaëske verhaal.

Maar wie zijn de mensen achter dit stadse drama?
Het gaat niet alleen over wetten en regeltjes, maar ook over mens en dier. Daarom gingen we op bezoek bij de tuinders van Het Oor. Wie zijn dat eigenlijk? Wat doen ze daar op dat volkstuincomplex? Hoe kwamen ze er terecht en hoe lang zitten ze er al? De verhalen van Cocky, Dook, Anita en Jennifer.

Fotografie: Ariane Gordijn
Tekst: Helen Jager

 

Het verhaal van Cocky

Over bijenkroegen,  kunstenaars en een koninklijk servituut

Voor de ingang van een volkstuin komt een  vriendelijk ogende, frêle dame komt ons tegemoet. “Kom binnen, wees welkom. Ik ben Cocky”.
 
Cocky leidt ons door haar paradijselijke beeldentuin. “Kijk, zie je dat? Daar zit kikkerdril”. Ze wijst op een ronding in de kleine vijver, waar een groep bijen rondzoemt. “Je moet een plek hebben met wat warmer water en de juiste bloemen, daar komen ze op af. Een bijenkroeg noemen we dat, hier hangen ze een beetje aan de bar”. 

Hoe lang zit u hier al? Hoe bent u hier terechtgekomen?
 “Ik woon al eeuwen in deze buurt en kwam hier vaak om bijvoorbeeld bramen te plukken. Vijftien jaar geleden ging ik bijna met pensioen, behept met een zee van tijd en een teveel aan energie.   Toen kon ik een tuin overnemen; ik nam het opstalletje over en huurde de grond van de NS.  Oorspronkelijk waren deze tuinen bestemd voor de seinwerkers van de NS. Die hadden een klein inkomen en konden hier hun groente verbouwen. Vaak woonden ze hier ook de hele zomer. Na een aantal jaren is dit concept losgelaten en konden ook anderen  gebruik maken van deze volkstuinen.  Daar werd en wordt door velen dankbaar gebruik van gemaakt. De tuinen bieden ontspanning, lucht en ruimte aan de Haagse stadsbewoners en zijn een broedplaats van burgerinitiatieven.  En nu wil de NS dit dus allemaal opdoeken.

Kijk, hier heb ik de plattegrond. Ik kreeg een contract  en betaalde mijn huur. Dat contract werd steeds  verlengd en opeens  hoorde ik niets meer. Een jaar of 5 later werd er gemeld dat er een spoorlijn bij zou komen, en die ligt er inmiddels ook. En nu willen ze een fietspad  aanleggen, dwars door mijn tuin. Dat is nu dus al jaren geleden. Je wilt je tuin natuurlijk mooi houden en  stopt er daarom energie en geld in. Maar iedere keer vraag je je af of het niet voor niks zal zijn”.

Kunstenaars, aanschuivers en servituten van de koningin
“Ik nodig hier regelmatig kunstenaars uit. Ze kunnen hier hun werk exposeren en ook verkopen. Het is hier natuurlijk geen galerie, dus ik verdien er niets aan, maar dat is ook niet mijn doel.

Als tegenprestatie vraag ik ze een workshop te verzorgen. Van tevoren overleggen we en bekijken we of er voldoende diversiteit in de expositie aanwezig is.

In de zomermaanden organiseren we aanschuiftafels, lunch of diner, voor maximaal 16 personen. Voor de onderlinge cohesie is dit geweldig. Deelnemers weten van tevoren niet wat er op het menu staat, behalve dat het vers en biologisch is, en ze weten ook niet wie er naast of tegenover hun komt zitten. Mensen uit de wijk vinden het fantastisch. Kortom, als je het over burgerinitiatief hebt, dan heb je het over ons”. 

Wat is er zo bijzonder aan deze groenstrook? En hoe zit het met dat servituut?
Behalve dat veel mensen er hun ontspanning vinden en kinderen er kunnen opgroeien met een stuk natuur, ligt deze groenstrook ook  in de ecologische zone van de gemeente Den Haag.  De eeuwenoude  Nieuwe Veenmolen uit 1654 geeft een stuk historie weer. En dan is er natuurlijk dat eeuwigdurende servituut van prinses Sophie. Daarin is bepaald dat tussen Huis ten Bosch en het landgoed Vreugd en Rust in Voorburg niet gebouwd mag worden boven de boomgrens. Daarbij komt nog eens dat er volgens gemeentelijk beleid geen grond braak mag komen te liggen. Maar zoals het er nu naar uitziet zal een strook verwilderde grond  het enige resultaat zijn als de NS en de gemeente hun zin doordrijven.

Kortom, allemaal hele valide redenen om deze volkstuinders niet weg te pesten om daarna meedogenloos de sloophamer te hanteren.

 

Paarden in de bak, tuig aan de muur en wanhoop in het hart.
We kloppen aan bij een kunstzinnig beschilderde container. Binnen zit Dook, zijn buurvrouw Anita is ook aangeschoven.
Dook, flinke vent, type echte Hagenees, steekt van wal. ”Ik heb een tijdje geleden een nieuwe container neergezet, want dit is gewoon m’n tweede thuis. Overdag zit je hier en ’s avonds zit je thuis. Anderen gaan op vakantie, maar wij pompen al ons geld in deze tuin. ”

Hoe zijn jullie hier terecht gekomen?
Dook :”Dit stuk grond was hiervoor van mijn oom en 15 jaar geleden heb ik dit van hem overgenomen. Mijn familie huist hier al 35 jaar. ”
Anita neemt het woord over: ”Mijn vader zit hier ook al 35 jaar en had vroeger al een tuin achter de bloemenboer. Toen ik 11 was kocht mijn vader een paard en ging ik op paardrijles, in Wassenaar, bij Riders Paradis. Toen ik kinderen kreeg, hebben wij een stuk grond overgenomen van oude mensen, die deden er niets meer mee. Alles was begroeid met bramenstruiken en er stond een kas. We hebben de boel opgeknapt en een stal gebouwd. ”

Die paardenbak is dus eigenlijk een familietraditie aan het worden
Ja, dat klopt. Als kind liep ik hier dus al rond te struinen met de paarden, net als mijn kinderen nu. Ze zeggen wel van ga maar naar een manege, maar ja… Ik heb 5 paarden en ik kan geen 500 a 600 euro per maand betalen. Als we zoveel geld hadden gehad, hadden we allang een boerderij gekocht en daar onze paarden gestald. En Dooks familie zit hier ook al jaren. Onze kinderen spelen met elkaar. Iedereen gaat heel goed met elkaar om.

Er wordt gezegd dat jullie geen huur betalen?
Wij willen best huur betalen, en dat doen we ook, maar de NS stort het allemaal terug. Dus, nu kunnen ze gewoon zeggen: die mensen betalen geen huur. Maar dat ligt dus niet aan ons.
En het is zoals Dook zegt, iedereen zit hier van ’s ochtends tot eind van de middag; dit is gewoon ons leven. En nu moeten we dus weg. Het is echt een drama. Mensen worden hierdoor vreselijk gedupeerd. De paarden moeten weg, nou, dat zijn gewoon je kinderen. Tenminste, voor ons wel. Tja, en als dit allemaal doorgaat, dan zit je dus driehoog achter, thuis”.

Jullie hebben dus geen volkstuin
Dook:”Nee, wij zijn van de paarden. Mensen met volkstuintjes zijn er bijna niet meer, die zijn gevlucht, bang geworden voor de NS. Die dreigde met een dwangsom van 1200 euro, nogal een bedrag. En dan gaat het om mensen die hier al 40 jaar zaten, he, en nu zo rond de 60 jaar zijn. Joh, die hebben geen zin meer in al die toestanden. Ze durven het risico dat ze voor de ontruiming moeten betalen, niet te nemen. En de huisjes van degenen die zijn vertrokken, worden gelijk vernield. Nee, niet gesloopt, want er is geen sloopvergunning. Twee kerels, gewapend met hamer en koevoet, slaan de deuren, de ruiten en het dak kapot”.

Waar is het volgens jullie mis gegaan?
“Nou, er is heel veel mis gegaan en er gaat nog steeds heel veel mis. Het draait allemaal om geld. Negen jaar geleden werd Randstad rail aangelegd en toen regelden ene Klaassen en van Es van de NS alles voor ons. De oude contracten werden ingenomen en de nieuwe contracten zouden zij regelen. We zijn naar wijkvergaderingen gegaan, er is overleg geweest.
Een deel van dit complex, De Punt, hebben ze toen toch gesaneerd. De mensen die daar weg moesten kregen van de gemeente Den Haag containers voor hun paarden en kregen ergens anders een plek.

Dat is vast ergens vastgelegd, dus geen vuiltje aan de lucht, lijkt me.
Dat zou je zeggen, maar ineens weet niemand meer wat. De NS zegt dat ze Klaassen en Van Es niet kennen, de gemeente zegt dat ze nooit containers hebben geleverd. En nu zijn wij dus aan de beurt. Alles hier moet gesaneerd worden, zodat ze de grond kunnen verkopen. Aan wie? Tja, dat is de grote vraag, want alleen de volkstuinders en de mensen die hier paarden houden hebben belangstelling. En dat zijn nu uitgerekend de enige partijen waar ze geen zaken mee willen doen. Hun wil lijkt helaas wet te worden; we zullen en moeten weg.

 

Over toekomstdromen en vernielde huisjes

We gaan naar de benjamin van volkstuincomplex ’t Oor, Jennifer.
22 jaar is ze, net klaar met haar opleiding dierenverzorgende.

Vlak voor haar domein zien we een politieagent met schrijfblok in de hand.

Hee, dus toch ellende? Als de politie moet ingrijpen, dan maken de bewoners er misschien inderdaad een potje van? Is dat misschien de reden voor de houding van de NS?

Jennifer haast zich te antwoorden dat het hier gaat om een enkele persoon op Het Oor. De politie en de dierenbescherming vereren haar vaker met een bezoek. Haar dieren worden niet goed verzorgd en staan er verwaarloosd bij.

Jennifer: ”Dit is koren op de molen van de NS en de gemeente, die het gedrag van deze enkele bewoonster aangrijpen om te spreken van wantoestanden op het complex. En dat is natuurlijk erg flauw, want geen enkele andere bewoner is gelukkig met deze situatie. Niemand begrijpt waarom er niet allang is ingegrepen, want wij worden hier allemaal de dupe van. Op deze manier krijgen de tuinen een slechte naam, en dan kunnen we nu helemaal niet gebruiken.”

Langs een smal pad komen we bij Jennifers domein. ”Mooi he?” Jennifer wijst ons stralend op haar onderkomen. En inderdaad, we betreden een blinkend schone paardencontainer. Een pony staat binnen, twee staan er buiten aan een baal hooi te trekken. “Dit is een van de containers die de gemeente Den Haag destijds heeft neergezet. Eigenlijk zouden we er nog veel meer aan willen doen, maar ja, je stopt hier natuurlijk geen duizend euro in als je misschien weg moet.”

Hoe ben je hier terecht gekomen?
Nou, eigenlijk door diezelfde mevrouw die nu voor problemen zorgt. Zij woont bij ons in de straat en vertelde me jaren geleden over de paarden op dit complex. Ik ben toen een keer meegegaan en vond het geweldig. Al snel verzorgde ik paarden van andere bewoners en had ik m’n plek gevonden. Drie-en-een-half jaar geleden heb ik deze container kunnen overnemen van de vorige eigenaar.

Wat doe je hier zoal de hele dag?
Ik hou me bezig met de verzorging van de paarden, voor de wagen rijden, training aan de hand en noem verder maar op. Hier wil ik echt in verder, daarom heb ik ook de opleiding dieren- en paardenhouderij gevolgd. Mijn droom is toe te werken naar een eigen stal en te werken met probleempaarden en natuurlijk om paarden te trainen. Als ik hier kan blijven, dan zou ik langzaamaan kunnen uitbreiden, dat zou fantastisch zijn. Daarnaast ben ik op zoek naar een baan om deze stal te kunnen blijven bekostigen. Mijn ouders sponsoren me nu nog, maar daar kan ik natuurlijk niet eeuwig op blijven teren.

Wat doet het met jou, al deze commotie?
Ik vind het erg jammer. Het is erg bijzonder dat er paarden worden gehouden midden in de stad. Dat vind je nergens. Iedereen gaat hier goed met elkaar om en die sociale samenhang is goed voor de wijk en voor Den Haag. Nu ligt een gedeelte van de tuinen er troosteloos bij. Elk huisje, achtergelaten door een banggemaakte volkstuinder, wordt gelijk vernield. Pas is er nog eentje in brand gestoken, daar schrik je van. Stel je voor dat die brand niet op tijd was ontdekt; zeker veertig paarden zouden het dan niet hebben overleefd. Om nachtmerries van te krijgen.