Tagarchief: geschiedenis

Voortschrijdende tijd in Bezuidenhout

Bron: De Oud-Hagenaar
door Bonnie Spaans-Barkmeijer

Op de voorpagina van De Oud-Hagenaar van 7 maart staat boven het artikel van Carl Doeke Eisma op de voorpagina: ‘Voortschrijdende tijd voegt valse herinneringen toe’. Dit is zeker ook het geval met het verhaal over het Bezuidenhout van Rob Stappers, dat in hetzelfde nummer is opgenomen. Het gaat natuurlijk over de herinneringen van een klein jongetje, hierbij enige aanvullingen en correcties.

Ik woonde zelf op de IJsclubweg, net om de hoek van de familie Stappers. Ik ben enige jaren ouder dan Rob en zat met Robs oudste broer Tom in de klas op de kleuterschool in de Van der Wijckstraat. Ik ben vaak bij de familie Stappers binnen geweest. Robs moeder was een hele lieve vrouw, waar ik goede herinneringen aan heb.

Lees het hele artikel op de site van de Oud-Hagenaar.

Vandaag 88 jaar geleden: Geheimzinnige moord op het Bezuidenhout

De 72-jarige weduwe K. V. H. O., wonende op het Bezuidenhout 395 is gistermiddag in haar woning met een scheermes van het leven beroofd. Haar huishoudster is zwaar aan den hals gewond. Conducteurs van lijn drie hebben den dader gegrepen. Tot kwart voor negen is hij in het huis door de politie en justitie verhoord. Hij blijft hardnekkig zwijgen.

Nader vernemen wij:
Omstreeks kwart voor vijf reed een tramwagen van lijn drie op het Bezuidenhout voorbij Overbosch. toen de bestuurder, „moord” hoorde roepen en opziende een vrouw van middelbaren leeftijd voor het raam van pand 395 zag staan, zwaar bloedend uit een wonde aan haar hals. Onmiddellijk remde de bestuurder. Ook de conducteurs en de passagiers in den wagen hadden het geroep gehoord en de menschen, die op straat voorbij gingen, schoten eveneens toe. De conducteur van den bij wagen greep het pakje noodverband, dat in alle tramwagens aanwezig is, en liep naar de vrouw om haar te verbinden.

Juist op dat moment kwam een als heer gekleed persoon kalm het huis uit. Hij had een pakje in de hand en liep de Cornelis van der Lijnstraat in. De bestuurder en de conducteur van den motorwagen volgden hem en zagen hoe hij het pakje in een tuin wierp, gelegen achter pand 391 op het Bezuidenhout. Later is het pakje opgehaald. Het bleek een bebloed scheermes te bevatten. De conducteurs begrepen heel goed, dat hier iets niet in orde was. Zij grepen den man aan en brachten hem naar het bewuste huis terug.

In de voorkamer lag mevrouw O. In een grooten plas bloed. Zij gaf geen teekenen van leven meer. Inmiddels waren surveilleerende agenten aangekomen. Die waarschuwden dc recherche en namen de bewaking van den verdachte over. De H.T.M. mannen, Beuger, D. Neyer en J. van der Velde, vervolgden hun dienst.

De dokter van den Geneeskundigen dienst constateerde den dood door verbloeding van mevrouw O. en nam de gewonde mee naar het R.K. Ziekenhuis in het Westeinde. De recherche begon het onderzoek. Achtereenvolgens kwamen in auto’s naar het Bezuidenhout, inspecteurs en hoofdinspecteur van de afdeeling C. Commissaris Pare hoofdcommissaris van ’t Sant. de waarnemend burgemeester dr. W.W. van der Meulen en vele leden van het parket. Ook dr. Schirm. de gemeente-apotheker en deskundige, werd opgeroepen en verscheen spoedig.

Tot kwart voor negen zijn de politie en justitie met den dader in het huis gebleven. Het stond zwart van de menschen op het Bezuidenhout. Bereden politie was noodig om het publiek op een afstand te houden. Van de politie vernamen wij, dat dc man hardnekkig weigert zijn naam op te geven en evenmin de beweegredenen tot zijn daad wil noemen. Hij had geen papieren bij zich, waaruit zijn identiteit kon worden vastgesteld. Enkele politiemenschen kenden hem wel van gezicht.

De arrestantenwagen werd op het trottoir gereden en snel werd de arrestant overgebracht. Voor het huis bleef bewaking. Op het hoofdbureau van politie deelde de hoofdcommissaris ons mede, dat de man intusschen herkend was. Men was op huiszoeking uit.

Verdere inlichtingen verstrekte men niet. Men wilde eerst liet nader onderzoek afwachten. Wel werd medegedeeld, dat de huishoudster het naar omstandigheden redelijk wel maakte. Naar menschelijke berekening verkeert zij niet in levensgevaar.

Buren wisten te vertellen, dat de man ’s morgens ook al aan het huis geweest was. Van andere zijde hoorden wij, dat de oude dame den man zelf had opengedaan. De huishoudster was in de keuken bezig aardappelen te schillen. Verder doen de meest fantastische verhalen de ronde. Op dit oogenblik is niet na te gaan, wat daar waar van is.

Mijn voetbaljeugd in de jaren vijftig in Bezuidenhout

(Foto hierboven: VUC-complex aan de Schenkkade voor de oorlog gezien vanaf het station Laan van NOI. Helemaal rechts de Liduina Basisschool. De kerk is in de oorlog verwoest op 3 maart 1945)

Vanaf mijn prilste jeugd tot mijn drieëntwintigste jaar heb ik gewoond in de Usselincxstraat in het Bezuidenhout in Den Haag. Om precies te zijn op nummer 106. Het was een zeer kinderrijke straat. Dat kon ook moeilijk anders want kinderen van mijn leeftijd of iets ouder waren allemaal producten van de zogenaamde geboortegolf.

Auto’s waren er niet of nauwelijks. Slechts de heer De Boer had een Traction Avant, de kostganger Van Schelvis op 112 een Goggomobiel in fondant rose en de heer Mulder een Renault-Dauphine. Naast spelletjes, als landverovertje, puttenloop, verstoppertje en niet te vergeten lijnbal ( waarvoor mijn zus Ineke vaak de lijnen van restjes wol punnikte), werd vaak putjevoetbal gespeeld met een tennisbal.

De eigenaren van de schaarse auto’s werden verzocht deze zodanig te parkeren dat de doelen (lees putten) vrij waren. Ik kan mij niet herinneren dat dit ooit is geweigerd. Putjevoetbal met een tennisbal had overigens wel de vervelende bijkomstigheid dat de bal vaak in de put belandde. Gelukkig hadden we een techniek ontwikkeld om met een kachelpook de put te openen, zodat het spel na enige onderbreking verder gespeeld kon worden.

Sporten in verenigingsverband voor jongens uit onze buurt betekende in die jaren meestal voetbal. Andere sporten die momenteel heel populair zijn, zoals tennis, hockey, schaatsen en atletiek, waren toen voor ons te duur.

VUC 1 in 1948. Staand v.l.n.r. J. Rolfes, A. Stam, P. Flipse, J. Smit. J. de Kubber,P. Vaalburg en J. Hall (trainer). Zittend J. Holleman, C. de Graef, C. Oostdijk, Karel en Bertus de Harder.

De dichtstbijzijnde voetbalvereniging bij ons in de buurt was de Hsv VUC aan de Schenkkade te Den Haag. Een aansprekende club, in het bezit van de zogenaamde “Wondertent”, beroemd door de donderspeeches die bondscoach Karel Lotsy daar altijd hield. Bovendien had deze club één van de idolen van die tijd, Bertus de Harder, voortgebracht. Ook beschikte VUC als eerste vereniging van Nederland in de vijftiger jaren, om precies te zijn sinds 1949, over een uitstekende lichtinstallatie.

De jongens uit de buurt konden voor een kwartje, of door over het hek te klimmen en dan dus gratis, toen aansprekende wedstrijden zien met soms verassende resultaten. Zo heb ik ooit bijvoorbeeld VUC met 2-0 zien winnen van Feyenoord.

Toeschouwers stonden op het spoorwegtalud en op station Laan van NOI om de wedstrijden van VUC te kunnen bekijken

Verder lagen, op korte afstand, voetbalvereniging Oosterboys (later gefuseerd en OSC geworden) en sv Duinoord aan de Hoekwaterstraat, op de grens van Den Haag en Voorburg waar nu de Utrechtse Baan ligt.

VUC was dus voor mij de dichtstbijzijnde club, had een mooie historie en aansprekende eerste elftalspelers. Ik denk daarbij aan Wout Ruys, de doelmannen Clemenkoff en Van Deelen, de latere trainer Joop Castenmiller en niet te vergeten de kleine rechtsbuiten Cor van Rijn.

Je zou dus zeggen, ik ging lekker voetballen bij VUC! Niets is echter minder waar. Er waren wel wat kinderen uit de Ussellincxstraat lid van VUC maar de meeste kinderen (vriendjes) uit mijn buurt waren echter lid van de Hvv Archipel. De keuze voor mij was dus snel gemaakt, ik werd lid van de voetbalvereniging Archipel, die “helemaal” aan de Buurtweg op de grens van Den Haag en Wassenaar voetbalde.

Ton Zwennes
(Uit het clubblad van de Hvv Archipel 28 september 1996)