‘Stop’ roepen als middel tegen pesten

DEN HAAG | Leerlingen van de Haagse Liduinabasisschool aan de Amalia van Solmsstraat weten nu wat ze moeten doen bij pesten. Alle 240 kinderen hebben deze maand de ‘stopregel’ geleerd. Zodra kinderen worden getreiterd, roepen ze ‘stop’; daarna leggen ze uit waarom de pestkoppen op moeten houden.

“Ze zeggen bijvoorbeeld: het doet pijn als je mij duwt, dus daarom wil ik het niet”, legt Brigitte Smits, begeleider van het project en leerkracht van groep 1, uit. Volgens Smits valt met de pestkoppen best te praten, als ze maar horen waaróm ze iets verkeerd doen.
Als symbolische afsluiting van dit project hebben leerlingen en leerkrachten gistermiddag een stoeptegel met een lieveheersbeestje – het symbool tegen zinloos geweld – onthuld op het schoolplein.
“Sinds we met dit project zijn begonnen, is het een stuk rustiger op het schoolplein. Het duwen en het pesten zijn echt afgenomen”, zegt Smits.
Zodra iemand ‘stop’ roept, moeten pestkoppen en slachtoffers uit de bovenbouw zelf met elkaar rond de tafel gaan zitten. Bij kleuters bemiddelt de juf. “Die kleintjes kunnen daar zelf niet uitkomen. Maar daar kan je eigenlijk ook nog niet van ‘pesten’ spreken. Een ruzie duurt daar vijf minuten. De ene minuut wordt een boek afgepakt en worden ze woest, de andere minuut zijn ze weer vriendjes”, vertelt Smits.

Versjes
De kleuters hebben tijdens het project versjes geleerd, met de ‘basisregels’. “Die gaan bijvoorbeeld over wat ze moeten doen als ze een mep krijgen. Niet terugmeppen, maar naar de juf gaan”, zegt Smits. Leerlingen uit de bovenbouw hebben een opstel geschreven en hebben oefeningen gedaan, waarbij ze iets leuks over elkaar moesten zeggen. Bij serieuze pestgevallen helpt de ‘stopregel’ niet. “Die gevallen zijn vaak te ingewikkeld.” Volgens Smits zijn die gevallen op deze school niet bekend. “Maar dan hoeft een kind geen ‘stop’ te roepen tegen de pestkop. Dan wordt het probleem met de hele klas opgelost.”