Sociale Rommelmarkt in Bezuidenhout

Goede tweedehands spullen vinden nieuwe bestemming
door Piet Niekerk

DEN HAAG -De rommelmarkt in Bezuidenhout, te weten op de -overdekte- binnenplaats van de Maetstate aan de 3 Joan Maetsuyckerstraat is zo langzamerhand een traditie geworden. Al elf jaar worden ter plaatse twee rommelmarkten gehouden, een in mei en een in augustus. Het unieke aan deze markten is dat ze niet commercieel zijn en dat zo’n markt de mogelijkheid biedt voor buurtbewoners en anderen uit de Haagse Hout spullen te verwerven voor een zacht prijsje. En geen ‘rommel’, zoals de naam doet vermoeden, maar vaak nog hoogwaardige voorwerpen in goede staat verkerend.

In de ‘Maetstate’ wonen 55-plussers oftewel senioren, levend als welgesteld of van een uitkering, De rommelmarkt wordt gedragen door twee gepensioneerden, te weten Jos van der Linden en Ab Hattink, die een groot deel van het jaar bezig zijn met het inzamelen van het materiaal. Jos

was in zijn werkzame leven verbonden aan de SER op de Bezuidenhoutseweg, Ab was ooit marinier en verder coulissenbouwer aan het toneel, semi-artistiek werk dat hij nu nog doet voor het betere amateurtoneel. Voor het rommelwerk hebben zij geen visitekaartje nodig, iedereen weet van hun activiteiten. Als het zover is wordt het tweetal geassisteerd door een handvol uiterst gedreven vrijwillig(st)ers en nu gaat het dus zaterdag 23 augustus weer gebeuren, van IO.OO tot 16.00 uur. Bankstellen, koelkasten, boekenkasten en ander zwaar materiaal moet men niet verwachten in het rijk der senioren. Ab: “Maar verder alles wat je onder je arm kunt meenemen, zeg maar.” En dat is veel. Een kleine greep: huishoudelijke artikelen, keukengerei, keramiek, glazen, boeken, platen, puzzels, radio’s, maar ook een schrijfmachine en een kleine tv, enz.

Spil
Zoals gezegd worden het gehele jaar door spullen ingebracht, die door Ab en Jos ‘gerubriceerd’ worden opgeslagen. Veel materiaal komt vrij na overlijden of opname in een verzorgingshuis en uit nalatenschappen. Van der Linden: “Sommige spullen hebben een halve reis om de wereld gemaakt. Want eens via emigratie meegenomen uit Nederland naar Amerika, Canada of Australië en later, op bezoek, terug naar Holland en dan komt het bij onsterecht.” Jos wordt beschouwd als de spil van het hele gebeuren en in ieder geval was hij betrokken bij het eerste begin. Dat was in 1993, toen een bejaarde flatbewoonster was overleden en haar zoon uit Zeeland overkwam om de afvoer van de inboedel te regelen. Daartoe werd de huisraad op straat gezet voor de ophaaldienst. Jos nu: “Het stond gewoon te verregenen, ook een nieuw bankstel, maar dat was gauw weg…Toen kreeg ik het idee om de spullen op te slaan en rommelmarkt te gaan houden.”

Sociaal
Op de rommelmarkt Bezuidenhout worden geen stands verhuurd aan derden en er wordt ook geen entreegeld gevraagd aan de bezoekers. “Bovendien, we kopen nooit in”, aldus Ab Hattink, “en wat we ook voor de spullen vangen, we maken dus altijd 100 procent winst, voor het goede doel uiteraard.” Dat is de kas ten behoeve van de bewoners, voor uitjes, aanschaffing spelletjes, gezamenlijke activiteiten, ‘subsidiëring’ maaltijden, voorzieningen zoals de tentoverdekking op de parkeerplaats, enz. De rommelmarkt heeft dus een zuiver sociaal karakter. Voor de interne activiteiten als klaverjassen, sjoelen, darten, jeu de boules en andere spelletjes hoeft geen deelnamegeld betaald te worden. Voor consumpties tijdens het spelen is er een blikje (Ab houdt het demonstratief omhoog) waar de deelnemers vrijwillig geld in gooien, naar draagkracht en genoten drankjes. Of het dan niet voorkomt, dat ‘uitnemers’ zich een slag in de rondte drinken en dan één euro in de bus deponeren? Jos en Ab lachen boosaardig: “Die gaan bij ons zo door de mand, want we merken dat meteen. Ze kijken schichtig en dan houden we het blikje onder hun neus: ‘Een kleine bijdrage voor het Leger des Heils’. Gevolg een rooie kop, maar het zijn er niet veel.” los vertelt van een bewoner, die van zijn mooie vazen en ander keramiek af wilde. ‘Ik ben die spullen zat’, zei-ie. Enfin, we kregen ze, maar na een paar maanden toen het markt was, wou hij ze weer terug en hij betaalde er een aardig bedrag voor. Vervolgens wilde hij er weer vanaf. Dat is zo drie keer op en neer gegaan en hij heeft dus drie keer idem zoveel voor zijn eigen vazen betaald.”

‘Aasgieren’
Verschillende spullen komen terecht bij moeders, wier kinderen gaan studeren en die wel een en ander kunnen gebruiken. Ter zake van aanschaffingen ‘uit de pot’ is de nieuwste aanwinst een Hahama-parasol met een doorsnee van vijf meter en waaronder een comfortabel zitje mogelijk is voor meerdere mensen.

Een kostbare aanschaf, mede door het betonnen fundament, waarop de reuzenparasol is gemonteerd. De recette van de rommelmarkt kan zeer verschillend zijn, onder andere afhankelijk van of er tegelijkertijd meer markten in de regio worden gehouden, zoals dat wel eens is in Mariahoeve, het Malieveld of in Voorburg. “Die markten zijn alle min of meer commercieel’ zegt Ab. Hij heeft speciaal het glaswerk onder zijn hoede en hij weet uit ervaring, dat bij de opening om tien uur de ‘aasgieren’ zich op het kristal storten. Hij bedoelt daarmee kooplui, die de rommelmarkt ook met een bezoek vereren. “Die hebben er een neus en een scherp oog voor. Zij zien meteen of er iets waardevols tussen de’ spullen zit en wij kunnen ze niet weren, want bij ons geldt het principe: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Op onze rommelmarkt is iedereen gelijk. Zaterdag staat er vóór tienen al een hele drom mensen voor de deur, van alle rangen en standen en ze hebben gelijke kansen.” Het gaat daarbij niet altijd om het kostbare, maar wat je net gebruiken kan.