Prachtig miniboekje over ‘groene netwerk’ van de Schenkstrook

Eerste vier deeltjes gepubliceerd

door Robert Brunwin de Jong

DEN HAAG -De ‘ecologische verbindingen’ binnen de gemeente Den Haag vormen het thema van een alleraardigste serie in klein formaat uitgegeven boekjes. In opdracht van milieuwethouder Wilbert Stolte geproduceerd door de afdeling Stedelijke Structuren van de Dienst Stadsbeheer, geven deze aardig en rijk geïllustreerde papieren kleinoden inzicht in wat er in verschillende delen van de stad aan natuur te vinden is, en hoe die brokken natuur, door de hele stad heen, met elkaar verbonden zijn. 

In de bundeltjes ontbreekt natuurlijk het beleid van de gemeente niet om Den Haag in al zijn variëteit ‘groen’ te houden en er bewust aan te werken dat er tussen de grotere groengebieden, zoals het Haagse Bos en de Schenkstrook, verbindingen zijn waarlangs de groeiende, zwemmende, lopende en vliegende natuur zich kan verplaatsen, zonder door de bebouwing daarin te worden belemmerd. Ook geven de boekjes de burgerij stimulansen door te vermelden hoe en waar men een bijdrage aan dit gemeentelijk beleid zou kunnen geven.
De serie is in oktober 2002 van wal gestoken met een boekje over ‘De Scheveningse Zone’ en een tweede over ‘De Houtzone’. In juni dit jaar kwam er een derde deeltje bij over ‘De Groene Assen Zuidwest’ en een vierde over ‘De Schenkstrook’. Er staan er in elk geval nóg drie op stapel.
Het tweede boekje geeft inzicht in hoe het er ecologisch uitziet in een deel van het lezersgebied van het Haags Nieuwsblad, namelijk de noordkant van het Benoordenhout, Haagse Bos, Marlot en Reigersbergen.

Het vierde boekje richt de aandacht op een ánder deel van het lezersgebied, te weten de Schenkstrook, en daarmee op Mariahoeve, een deel van het Bezuidenhout en, aan de andere kant van de Schenk, op het zeventiende-eeuwse landschap van het veenweidegebied van de Duivenvoordse Veenzijdse polder. Dat er verschillen zijn tussen de soorten dieren en planten die men in die verschillende stadsdelen aantreft, hoeft geen betoog!

Achter de duinen
In De Houtzone wordt in de inleiding in beeld en tekst duidelijk aangegeven en omschreven dat het daarin gaat om de strook waar heel vroeger de strandwallen en strandvlakten achter de duinen lagen. Dit is de zone van de landgoederen, waar yanaf het midden van de zestiende eeuw boerderijen uitgroeiden tot grote en kleine buitenplaatsen. Zo ontstonden daar de landgoederen Oostduin, Arendsdorp, Clingendael en Waalsdorp.
In de negentiende eeuw werden er in Engelse stijl landschapsparken aangelegd. Restanten van die landgoederen zijn harmonieus in de aanleg van de latere woonwijken opgenomen. De grote groengebieden in deze zone zijn alle landgoederen en landschapsparken: Clingendael, Oosterbeek, Haagse Bos, Marlot en Reigersbergen. Zij bestaan voornamelijk uit bos, en de Houtzone is daarmee dan ook de bosrijkste zone van Den Haag.
De vele kleine groene elementen in de woonwijken van deze zone; zoals bermen met boombeplanting (vaak langs water), bomenlanen, kleine bosjes en water met vaak moedwillig onbeschoeide oevers, zijn de onmisbare schakels tussen de grote groengebieden. Daar duidt de term ‘ecologische verbindingen’ op. Die bieden planten en dieren een groot, aaneengesloten bosgebied, met watergangen met natuurlijk begroeide oevers. De boekjes gaan over de betekenis van deze kleine, groene elementen voor de natuur in de beschreven zone, en over de keuzes die moeten worden gemaakt bij het beheer van deze elementen.
Als de boekjes alleen daarover zouden uitweiden, werden zij wellicht wat saai, zeker voor lezers die wat zij in hun omgeving observeren aantrekkelijker vinden dan wat zij aan achtergrond en uitleg van gemeentelijk beleid in een tekst aantreffen. Zoals dat goede voorlichters betaamt is daarmee rekening gehouden. Elk van de nu vier uitgegeven boekjes besteedt ook ruim aandacht aan wat de natuur in zo’n beschreven zone aan de liefhebber te bieden heeft.

Planten en dieren
De planten komen ruimschoots aan de orde. In de Houtzone vinden we alleen al aan beplanting Sleedoorn, Gewone Vlier, Eenstijlige meidoom, Hulst, Hazelaar, Lijsterbes, Bosanemoon, Gewone salomonszegel, Dalkruid, Look-zonder-look en diverse paddenstoelen, waaronder de Russula. Verder vijf soorten zoogdieren, waaronder vleermuizen en egels, en 13 vogelsoorten, waaronder nachtegaal en bosuil, vier amfibieën en zeven vlindersoorten.
Als men dat met de opsommingen in de aflevering over ‘De Schenkstrook’ vergelijkt, ziet men heel wat verschillen. Volkomen ándere planten en dieren. Bunzings bijvoorbeeld, waterspitsmuizen, dwergspitsmuizen, futen, waterhoenen, meerkoeten, zwartkoppen, torenvalken, zoetwaterslakken, waterwantsen en roofwaterkevers. Dieren en diertjes die men in de Houtzone niet of nauwelijks vindt.
Beide boekjes weiden uitvoerig uit over het landschap dat men in de betreffende zone vindt, goed geïllustreerd met karakteristieke foto’s, die de teksten verder verrijken.

Natuurvriendelijk beheer
Wat doet de gemeente nu op dit terrein, en wat kan de burger eventueel bijdragen? Duidelijk is dat de gemeente probeert deze grotere of kleinere groenelementen natuurvriendelijk te beheren. Dat betekent minder maaien of snoeien en kiezen voor planten die in die zone thuis horen. Maar de gemeente kijkt ook naar de verschillende ándere functies die die groene elementen kunnen hebben, zoals de geschiktheid van planten en dieren waarvoor de zone van belang is; het gebruik van het groen bij bijvoorbeeld verkeerswegen waar dat groen de verkeersveiligheid niet mag belemmeren; behoud van het oorspronkelijk ontwerp, bijvoorbeeld de strakke manier waarop groenvoorzieningen bij de bouw van een wijk zijn ingericht; het moeten passen in de omgeving, en mooi zijn om te zien.
Onder de keus ‘U en de natuur: samen aan de slag’ geven de boekjes suggesties over hoe de lezer zelf de natuur in haar of zijn omgeving een handje kan helpen, met de tuin bij de eigen woning, maar bijvoorbeeld ook , met de volkstuin. Die kan als ‘stapsteen’ -doorgangsweg- fungeren voor de natuur, zeker als men kiest voor ecologisch tuinieren.
Als hulpmiddel worden in elk boekje adressen en telefoonnummers genoemd waar men zich nader over een en ander kan laten informeren. In de boekjes zelf vindt men geen doorverwijzing naar een adres of telefoonnummer waar men een of meer deeltjes kan verkrijgen. Het gemeentelijk contactcentrum, bereikbaar onder telefoonnummer 070-3533000, kan belangstellenden op het goede spoor zetten.