Nieuwe regels voor inspraak en participatie in Den Haag

Het college van B&W heeft een voorstel ingediend voor nieuwe regels over inspraak en participatie. Naast inspraak komen er vier vormen van participatie: raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen. De inspraakregels worden niet veranderd.

De nieuwe verordening vervangt de verordening ‘Inspraak en Samenspraak’. De verordening wordt aangepast omdat de regels en betekenis van samenspraak onduidelijk zijn. Voor burgers is niet altijd duidelijk wat het doel van het proces is en welke zwaarte hun inbreng heeft. Ook uit het recent in opdracht van het college gehouden onderzoek naar de kwaliteit van inspraak en samenspraak van het bureau AEF blijkt dat dit een knelpunt is. Het voorstel voor de nieuwe verordening is daarnaast een resultaat van de bijeenkomsten van het college met de bewonersorganisaties (de ‘Concordia-bijeenkomsten’).  Het voorstel van het college is ook voorbereid met de indieners van het initiatiefvoorstel ‘Progressieve participatie’ van de raadsleden M. de Jong en R. Guernaoui van D66. Het college is met D66 van mening dat aanpassing van de tekst van de verordening wenselijk is.

De naam van de verordening wordt gewijzigd in Inspraak- en participatieverordening. De nieuwe verordening onderscheidt naast inspraak vier vormen van participatie: raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen. Daaruit moet het college steeds een keuze maken. Die keuze moet met de stad worden gecommuniceerd, zodat iedereen weet wat het doel van het proces is en welke verwachtingen burgers mogen koesteren.
Raadplegen is de lichtste participatievariant. Daarbij wordt een brede groep deelnemers in staat gesteld ideeën en opvattingen naar voren te brengen. Het college bepaalt wat met die inbreng wordt gedaan. Deelnemers aan het proces mogen er niet op rekenen dat hun inbreng wordt overgenomen. Wel mogen zij van het college een gemotiveerde reactie op hun bijdrage verwachten.
Bij de andere varianten (in oplopende zwaarte:  adviseren, coproduceren en meebeslissen) kent het college een steeds groter gewicht toe aan de uitslag van het proces. In deze varianten is het ook van steeds groter belang dat de deelnemers aan het proces overeenstemming bereiken en een duidelijke keuze maken voor een bepaalde oplossingsvariant.

Inspraak vindt plaats op grond van een wettelijk voorschrift aan het eind van een besluitvormingsproces, als er al een uitgewerkt voorstel is. Doel van inspraak is belanghebbenden de gelegenheid te geven om op dat voorstel te reageren.  De inspraakregels worden niet veranderd.