Gebouw ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselkwaliteit op gemeentelijke monumentenlijst

Burgemeester en wethouders willen cultureel erfgoed uit wederopbouw beschermen
Ambtenarenburcht als drager van cultuur
Het College van B en W stelt voor om 18 gebouwen uit de wederopbouw periode 1945-1965 aan te wijzen als gemeentelijk monument. Op die manier blijft de cultuurhistorie uit die tijd bewaard. Een van de gebouwen is het complex van het ministerie van LNV aan de Bezuidenhoutseweg 73.

Na de tweede wereldoorlog was er een grote behoefte aan gebouwen en kantoorruimte voor ministeries en andere rijksinstellingen. Voor het perceel dat was gelegen tussen de Bezuidenhoutseweg, de 1ste van den Boschstraat en de 3e Van den Boschstraat ontwierp de toenmalige rijksbouwmeester ir. Gijsbert Friedhoff in 1953 een complex gebouw. De hoofdvorm ontleende hij aan richtlijnen die stedenbouwkundige WM. Dudok had opgetekend in het wederopbouwplan voor het Bezuidenhout. Daarom telt het huidige ministerie vier hoge gebouwen, ook wel hoofdvleugels genoemd. Zes wat lagere gebouwen, de dwarsvleugels, verbinden deze hoofdvleugels, drie aan de voorzijde en drie aan de achterzijde.

Alle vleugels hebben een gang in het midden en aan beide zijden kamers. In deze tijd van wederopbouw werd zeer kostenbewust gebouwd. Friedhoff probeerde met beperkte middelen het hoogste te bereiken. Zo rust het gebouw op betonnen platen, de gevels bestaan uit baksteen dat weinig onderhoud vergt, en de stalen ramen waren uitgevoerd als tuimelramen, zodat ze van binnenuit konden worden gewassen. Dat spaarde dure glazenwasinstallaties uit. Dertig kunstenaars werden aangetrokken om het pand te verfraaien.

Een rondleiding door het gebouw leert dat hier veel interessante details te ontdekken vallen. Zoals de glas-in-loodramen, die op de eerste verdieping negen aspecten van de landbouw, visserij en veeteelt omvatten en op de tweede verdieping akkerbouwproducten, wetenschap en cultuurtechniek en handel en economie uitbeelden. De dichter A. Roland Holst gaf de drie hoofdvleugels hun namen: Eendracht, Volharding en Vertrouwen. Voor de centrale hal van elke vleugel maakte hij een vierregelig gedicht, dat in metalen letters op de muur is aangebracht. Om de identieke vleugels en gangen nog duidelijker van elkaar te onderscheiden, werden verschillende kunstvormen, technieken en kleuren gebruikt. “Het meubilair werd speciaal voor dit gebouw ontworpen”, vertelt onze gids. Hiervoor tekende Willem H. Gispen (1890-1981), specialist in kantoormeubilair. De rondleider voert de bezoekers door een lange gang, uitgevoerd in tegels met geometrische patronen en aan beide zijden houten banken en tafels. We komen bij de kamer van de  Secretaris-Generaal, de hoogste ambtenaar van het departement. Gelukkig is hij niet aanwezig, zodat we het originele Escherplafond met vogels die overgaan in vissen kunnen bewonderen. We komen bij de monumentale deur die toegang geeft tot de Blauwe Kamer, waar de minister vergadert en de koningin ontvangt. Heel mooi zijn de authentieke lampen en de ovale tafel, geflankeerd door bijpassende stoelen in twee dessins. Kenmerkend voor zijn ontwerpen is het evenwicht tussen vorm en functionaliteit. Ook de voormalige kantine, nu de recreatiezaal, is dankzij vorm, kleur, ruimtelijke indeling en lichtinval een van de juweeltjes van het ministerie. “Van 1957 tot 1982 deelde het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit het gebouw met de Luchtmacht “, vertelt de gids.

Hij toont de ijzeren hekken die de beide gebruikers strikt van elkaar scheidden. Visueel prachtig is de wenteltrap, die van onderaf bekeken doet denken aan een slakkenhuis. Aan de buitenzijde van het gebouw zijn verschillende beelden en een rij schilden bevestigd, allemaal ontworpen door kunstenaars, om het bezoekers makkelijker te maken de verschillende vleugels te identificeren. Op de eerste binnenplaats trekt de fontein ‘De Vreugde’ de aandacht. Dit bijzondere gebouw verdient zeker de gemeentelijke bescherming. Jammer is dat door ruimtegebrek niet alle kunstaspecten volledig tot hun recht kunnen komen – bijvoorbeeld een frisdrankenautomaat voor een gedicht van A. Roland Holst -, maar dat zou kunnen veranderen als het complex officieel gemeentelijk monument is.