Een beeld, een boek en een bombardement

Een paar weken geleden verschenen op Waalwijkwiki twee pagina´s over de Waalwijkse arts Antonius Laurentius Gosuinus van Gils (1843-1915) en zijn zoon, ook arts, Johan Baptist Franciscus (Jan) van Gils (1877-1945). Dat is niet iets dat normaal gesproken meteen mijn aandacht zou trekken; ik werd er dan ook op geattendeerd door de website van de buurt waar ik woon.

Bezuidenhout
Die website gaat over het wel en wee van de Haagse wijk Bezuidenhout, en dus klikte ik maar eens door. Het was snel duidelijk waarom het bericht op de website stond: Van Gils jr. was op 3 maart 1945 een van de circa vijfhonderd slachtoffers geweest van het bombardement op Bezuidenhout. Maar mijn aandacht werd nog meer getrokken door een  mededeling onderaan de pagina. Daar staat: ‘Het beeld dat de Waalwijkse oud-patiënten in 1913 aan zijn vader geschonken hadden, stond na diens overlijden bij Jan van Gils in huis. Dit beeld werd na het bombardement in puin aangetroffen. Het bijbehorende album met de gekalligrafeerde namen van allen die aan het cadeau hadden bijgedragen bleef onbeschadigd en is door Van Gils’ weduwe geschonken aan de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, waar het voor belangstellenden nog steeds is in te zien.’  Om heel eerlijk te zijn wisten we dat niet, in de KB. Het was dan ook maar goed dat de mensen van Waalwijkwiki een mailtje stuurden, zodat we de catalogusbeschrijving konden aanpassen.

Borstbeeld
Maar toen wilde ik het handschrift ook wel eens zien. Het draagt het aanvraagnummer 135 A 31, en blijkt inderdaad een lijst te zijn van namen van oud-patienten die in 1913 hebben bijgedragen aan de aanschaf van een bronzen borstbeeld van de Franse arts A. Paré, gemaakt door E. Picaud, dat aan Van Gils sr. werd aangeboden voor zijn werk als arts. Het is gevat in een mooi gemaakte leren band met goudstempeling en rond 1950 door de weduwe Van Gils aan de KB geschonken. Het handschrift telt 50 bladen met in totaal 278 namen van oud-patienten, voornamelijk uit Waalwijk, Baardwijk en Besoijen. En eigenlijk is het geen echt handschrift, want op een paar na zijn alle namen gedrukt (maar bij dit soort boeken zien we dat door de vingers). Dat borstbeeld belandde na de dood van Van Gils sr. bij zijn zoon, die begin 1918 naar Den Haag verhuisde. 

Dat is nog niet alles. Achterin het boek zit een krantenknipsel uit de Nieuwe Haagsche Courant van 13 december 1945, dat gaat over het opruimen van de puinhopen van het Bezuidenhout. Helemaal aan het eind van het bericht komt het lot van het borstbeeld ter sprake: ‘Zoo werd o.a. een bronzen borstbeeld gevonden, waarvan men toevallig ontdekte dat in het hoofd voor een bedrag van ƒ 155 aan zilveren gulden en rijksdaalders was opgeborgen. Dit beeld was ook onder den grond verstopt. Het is nu aan de weduwe van den eigenaar, die bij de ramp omkwam, ter hand gesteld.’ Maar dat was bezijden de waarheid. Van Gils’ weduwe noteerde in de marge: ‘Het beeld was niet verstopt, maar is bij het bombardement van 3 Maart ’45 in den grond geslagen. AAJvG-R [Adolphine Agnes Johanna van Gils-Rant]’. Waar het vervolgens gebleven is, is niet bekend. 

Eén ding begrijp ik niet. Op de pagina over Johan Baptist Franciscus staat dat zijn laatst bekende adres was ‘Den Haag, Laan van Meerdervoort 321’. Dat is hemelsbreed een kilometer of drie verwijderd van Bezuidenhout. Is het misschien het adres waar de weduwe verbleef na het bombardement?

Met dank aan Ad Leerintveld