Bomenkap en nieuwe aanplant moeten Haagse Bos nóg mooier maken

Boswachter Peter van Osch over groot onderhoud aan Haagse Bos
door Pum Cooke

DEN HAAG – Staatsbosbeheer gaat vanaf 1 september groot onderhoud verrichten in het Haagse Bos. Zo’n 300 bomen zullen gekapt worden om het bos zich optimaal te kunnen laten ontwikkelen. Acht jaar geleden is er voor het laatst gedund in het Haagse Bos. Het Haagse Bos is een begrip voor Hagenaars. Men weet niet beter, of het is er altijd geweest. Op zondagochtend gaan veel mensen er een wandeling met hond en familie maken en wie heeft er niet in de winter op de Haagse Bosvijver geschaatst? Het Haags Nieuwsblad wilde er meer over weten en ging op bezoek bij de boswachter, Peter van Osch. Die woont en werkt aan de Boslaan. Midden tussen de uitvalswegen en torenhoge kantoorgebouwen is daar een oase van rust, waar Staatsbosbeheer haar plannen maakt.

Staatsbosbeheer werd in 1899 opgericht en kreeg daarmee het Haagse Bos, Malieveld en Koekamp onder haar beheer. Doelstelling was om het landschappelijk karakter te waarborgen, een duurzaam bos in stand te houden en het geschikt voor recreatie te maken. Daarnaast is het een (overheids)bedrijf wat hout produceert en verkoopt. Zoals elk bedrijf moet het zijn winst investeren in nieuwe producten. Er moeten dus nieuwe bomen geplant worden. Vanaf 1 september gaat de opzichter de bomen bekijken en geeft hij aan welke er voor kap in aanmerking komen door deze te blessen. Dat betekent dat er aan drie kanten van de boom een stuk schors wordt verwijderd. Vervolgens worden deze bomen gekapt en verwijderd uit het bos om te worden verkocht, Het zijn hoofdzakelijk beuken, met af en toe een eik en wat essen. Het meeste hout wordt verwerkt in Nederlandse fabrieken (voor stoelen en keukengerei bijvoorbeeld) en zal dan het FSC houtkeurmerk voeren. Een gedeelte van het hout gaat naar Denemarken.

300 bomen
Dit jaar zullen er zo’n 300 bomen gekapt worden. Dit is noodzakelijk om een stabiel bos te behouden. Als de bomen te dicht op elkaar groeien, gaan ze concurreren om het licht. Voor een goede houtproductie moet een boom zich in de breedte kunnen ontwikkelen, met een grote kroon. Hoe meer blad, hoe gezonder de boom. Veel van de beuken zijn al zestig jaar oud, ze werden kort na de Tweede Wereldoorlog geplant.
In de kapvlaktes die ontstaan gaat Staatsbosbeheer jonge bomen inplanten, gevarieerd in leeftijd om Zoveel mogelijk afwisseling te laten ontstaan.
De boswachter vertelde dat dit jaar een rijk mastjaar is, dat wil zeggen dat er veel beukennootjes en eikels zijn dit jaar.
Ook vertelde hij dat er veel dieren leven in het Haagse Bos; wie geluk heeft kan een hermelijn ontdekken of een reetje dat de weg kwijt is. Ook zijn er eekhoorns, egels en vleermuizen. Die laatsten huizen in gespleten bomen en jagen ’s avonds boven de waterpartij. Het aantal bosvogels is groot; behalve eenden, futen, aalscholvers en reigers is er dit jaar – voor het eerst in tachtig jaar – weer een ooievaarsechtpaar in de Koekamp aan het broeden geslagen. Helaas zijn de jonge ooievaars gestorven, nadat ze bekneld zijn geraakt in het touwwerk waarmee het ouderpaar het nest inrichtte. De Vogelbescherming heeft een aantal jaren terug de ooievaar weer geïntroduceerd, dus de kans bestaat dat er volgend jaar weer een nest komt. Eep school- of familiebezoek met kinderen, honden en fototoestellen aan het Haagse Bos is zeker aan te raden.
De boswachter heeft nog een verrassing: er komt een natuurspeelplaats in het Haagse Bos, het Robin Hoodbos. De procedures hiervoor lopen op dit moment, er wordt druk aan gewerkt. Er moet aan allerlei eisen worden voldaan, want het Haagse Bos is een beschermd stadsgezicht.