Blog: ‘Moord op het Bezuidenhout’

Door Hans Franse

Het moment dat we naar Nederland vertrekken van onze Umbrische heuvel komt weer dichterbij: eind oktober vertrekken wij richting Den Haag. Ik verheug me er erg op. Eigenlijk had ik voor die tijd niet meer willen schrijven, maar als ik zoveel leuke dingen de revue zie passeren en zulke mooie foto’s zie van Den Haag vanaf het water dan ga je als het ware vanzelf naar het toetsenbord en zie, er kan een blog ontstaan. Er zijn sommige landgenoten die het mij afraden terug te gaan. Nederland is hufterig geworden, zeggen ze. Mensen kijken nauwelijks meer naar elkaar. Mijn ervaring is anders.

 

Er zijn aanleidingen voor nodig om over Den Haag te bloggen. Je kunt niet op een Haagse virtuele ontmoetingsplek over Italië vertellen zonder dat er maar enig verband is met de thuisbasis. En de aanleiding met ook zinnig zijn. Je zelf afvragen of de cowboyhoed van Maxima op Prinsjesdag bij een latere veiling even veel zou opbrengen als de cowboyshoed van John Wayne is niet voldoende. Evenmin het feit dat de schrijver Russell Hoban in een wat vreemd boek “Orpheus’ hoofd”, die Den Haag bezoekt om het meisje met de parel te zien, ons station ‘het mooie Pieter de Hooch-achtige rood-bakstenen station in Den Haag” noemt, is zwaar genoeg. Wat dan wel?

In Umbrie is momenteel een project aan de gang dat ‘libri salvati’ heet: geredde boeken. Men verzamelt vergeten, achtergelaten, niet meer gelezen boeken, sorteert die op onderwerp en brengt deze dan onder in plaatsen die iets met dat onderwerp hebben. In Cannara is een klein volkenkundig museumpje, de verzameling van een erudiete missiepater. Daar zijn de reisboeken te vinden. En in mijn kleine stadje 400 inwoners, deel van een gemeente van 4000, wonen veel buitenlanders en stromen op het ogenblik de Nederlands-Engels-Duits-Franstalige boeken binnen. Ik heb zelfs één Fries boek gevonden. Er worden schappen getimmerd. En er groeit een internationaal leeszaal. Op zoek naar boeken die ik kon opruimen stuitte ik op een boekje van Lennaert Nijgh ‘Moord en doodslag’. Hij signeerde het en ik heb zijn overlijdensadvertentie erin geplakt. Lennaert was grillig en groot. In dat boekje dat een aantal fameuze moordgevallen behandelt, van Bonifatius tot Hans van Z.’s, vond ik een moordgeval uit 1929 “Moord op het Bezuidenhout”, de ontspoorde stationschef, waarbij ook de moeder van Lennaert een toeschouwersrol speelde, zij zat in de auto.

Een auto rijdt in het Bezuidenhout op weg naar Saur. Er achter rijdt lijn 3. Opeens stopt de tram: een man verlaat haastig het pand nr. 395, gevolgd door een hevig bloedende vrouw. Er is iets mis! De twee conducteurs en de bestuurder springen uit de tram. De eigenaar van de auto geeft zijn privé-chauffeur de opdracht naar een agent toe te rijden die verderop fietst. Eén van de conducteurs, de heer Meyer, ontfermt zich over de vrouw. Hij leidt haar het huis binnen, waar hij een andere, vermoorde vrouw vindt.

De bestuurder en de andere conducteur lopen intussen achter de “als heer geklede man” aan, die een doodlopende straatje  inloopt. Op het geschreeuw van de twee HTM’ers worden twee bouwvakkers gealarmeerd. Zij zien de man een pakje over de muur gooien, zij halen het op, het blijkt een groot mes te zijn. Samen met de trammensen overmeesteren zij de man en brengen hem naar het huis van de moord, waar de gewonde vrouw de man herkent. Ik wijs er even op dat er nog geen politie aan te pas is gekomen. De agent op de fiets komt er net aan. De man wordt gearresteerd en ontkent alles, zegt ook zijn naam niet, maar wordt herkend. Hij heet Wiebren Kromhout van der Meer, een Friese fantast, die mensen kon beïnvloeden en als stationschef van het tramstation in Emmen werkte. Het geheel wekt veel opzien. Er komt een jonge psychiater aan te pas, dr. Scholtens, die de man minstens “psychotisch” vindt. Eigenlijk is er geen motief, men voert om allerlei redenen het proces heel zorgvuldig. Kromhout wordt tot 20 jaar veroordeeld. Zijn vrouw scheidt van hem. Maar na de vrijlating in 1947 trouwt ze weer met hem en ze vertrekken naar Friesland. Ze trekken zich later terug in een bejaardentehuis, waar Kromhout door een simpele bejaarde, Starkenburg, gepest wordt. Als zijn vrouw op sterven ligt bezoekt Kromhout haar in het ziekenhuis, koopt een doosje rattengif en smeert dat tot een paar keer toe op het brood van  Starkenburg, die wel ziek wordt, maar niet dood gaat. Toch krijgt men argwaan, de politie zet een val en betrapt  Kromhout op heterdaad. Hij krijgt twintig jaar en sterft in de gevangenis.

Moord op het Bezuidenhout, ik was weer even terug in Den Haag en zag dat er in de jaren twintig toch wel zeer attent gereageerd werd. De sociale controle moet veel groter geweest zijn, men was alerteren verontwaardiger misschien. Ik hou het boekje toch maar. Zo af en toe een goed moordverhaal kan geen kwaad.