Spelregels Beachvolleybal

 

Spelregels BeaBeachtoernooien 4 vs 4

 

Puntentelling

  1. Het team dat als eerste twee sets heeft gewonnen is de winnaar. De winnaar krijgt drie punten, de verliezer één.
  2. Er wordt gespeeld om twee gewonnen sets tot 21 punten. Wanneer team A de 21 punten bereikt en team B op dat moment 20 punten hebben, dan wordt er net zo lang doorgespeeld totdat het ene team twee punten meer heeft dan het andere team.
  3. Wanneer beide teams één set hebben gewonnen, dan wordt er een derde set gespeeld tot de 15 punten. Ook in deze set geldt dat er met minimaal twee punten verschil gewonnen moet worden.
  4. Na elke set wordt er van kant gewisseld. Tussen de sets is er tijd voor een korte drinkpauze. De uitslag van de set wordt genoteerd.
  5. Bij elke score moet een punt op het scorebord worden bijgeteld. Het zogenaamde rallypointsysteem.
  6. Na afloop van de wedstrijd geven de tellers de uitslag door aan de wedstrijdleiding.

 

Spelen van de bal Aantal aanrakingen per ploeg

  1. Elke ploeg heeft het recht de bal ten hoogste driemaal aan te raken om deze over het net te spelen.

 

Aard van het aanraken

  1. De bal mag met ieder deel van het lichaam worden geraakt.
  2. De bal moet met een korte aanraking worden gespeeld en niet worden gevangen of geworpen. De bal mag in elke richting terugkaatsen.

 

Fouten bij het spelen van de bal

  1. HULP BIJ HET SPELEN: een speler ontvangt hulp van zijn medespeler of gebruikt binnen de speelruimte een bouwsel of voorwerp om de bal te kunnen spelen.
  2. VASTGEHOUDEN BAL: een speler raakt de bal niet correct.
  3. TWEEMAAL RAKEN: een speler raakt de bal tweemaal achtereen of de bal raakt achtereenvolgens meerdere delen van het lichaam.

 

Aanraken van het net

  1. Het is verboden om enig deel van het net of een antenne aan te raken.
  2. Na de bal te hebben gespeeld, mag de speler de paal, de spandraden of elk ander voorwerp buiten de gehele lengte van het net raken, mits deze handeling het spel niet beïnvloed.
  3. Het is niet fout wanneer de bal in het net wordt gespeeld en hierdoor het net een speler van de tegenpartij raakt.
  4. Het is niet fout als de speler met zijn haar per ongeluk het net raakt.

 

Uitvoeren van de opslag

  1. Het team dat als eerste staat genoemd in het wedstrijdschema mag beginnen met serveren. De tweede set mag het andere team beginnen met serveren. Bij een eventuele derde set moet er worden getost om uit te maken wie er mag beginnen met serveren.
  2. De service moet worden verricht achter de achterlijn. Wanneer bij het serveren de achterlijn wordt geraakt, dan is de opslag fout en levert dit de tegenstander een score op.
  3. De bal moet met de hand of enig deel van de arm worden geraakt, na te zijn opgegooid of losgelaten en voordat hij de grond raakt.
  4. Als de bal na te zijn opgegooid of losgelaten zonder de serveerder te raken op de grond valt, wordt dit als een opslagpoging aangemerkt.
  5. Na elke serviceserie moet worden doorgedraaid en komt een andere speler aan de opslag. Er wordt met de klok mee doorgedraaid.

 

Teams en sportiviteit

  1. In het veld staan 4 spelers.
  2. Er mag gedurende de wedstrijd net zoveel gewisseld worden als een team wil.
  3. Er mag ook ingedraaid worden.
  4. Teams geven elkaar vooraf en na de wedstrijd een hand.
  5. Over beslissingen worden geen uitgebreide discussies gevoerd. Indien men van mening verschilt wordt de rally overgespeeld.
  6. Het thuisspelende team stelt een teller beschikbaar.

 

 

Spelregels BeaBeachtoernooien 2 vs 2 (officiële regels)

Puntentelling

  1. Het team dat als eerste twee sets heeft gewonnen is de winnaar. De winnaar krijgt drie punten, de verliezer één.
  2. Er wordt gespeeld om twee gewonnen sets tot 21 punten. Wanneer team A de 21 punten bereikt en team B op dat moment 20 punten hebben, dan wordt er net zo lang doorgespeeld totdat het ene team twee punten meer heeft dan het andere team.
  3. Wanneer beide teams één set hebben gewonnen, dan wordt er een derde set gespeeld tot de 15 punten. Ook in deze set geldt dat er met minimaal twee punten verschil gewonnen moet worden.
  4. In de eerste twee sets wordt om de zeven punten van kant gewisseld. In set drie wordt om de vijf punten van kant gewisseld.
  5. Bij elke score moet een punt op het scorebord worden bijgeteld. Het zogenaamde rallypointsysteem.
  6. Na afloop van de wedstrijd geeft de scheidsrechter de uitslag door aan de wedstrijdleiding.

 

Spelen van de bal Aantal aanrakingen per ploeg

  1. Elke ploeg heeft het recht de bal ten hoogste driemaal aan te raken om deze over het net te spelen.
  2. Een speler mag, behalve bij het blokkeren, de bal niet tweemaal achter elkaar aanraken.

 

Gelijktijdig raken

  1. Indien twee tegenstanders de bal boven het net gelijktijdig aanraken en de bal in het spel blijft, mag de ploeg aan wiens kant de bal komt deze weer drie maal spelen. Gaat een dergelijke bal uit, dan geldt dit als een fout van de ploeg aan de andere kant van het net. Leidt het door twee tegenstanders gelijktijdig aanraken van de bal tot te lang balcontact (vasthouden bal), dan wordt dit NIET als fout gezien.

 

Aard van het aanraken

  1. De bal mag met ieder deel van het lichaam worden geraakt, excl. de voeten.
  2. De bal moet met een korte aanraking worden gespeeld en niet worden gevangen of geworpen. De bal mag in elke richting terugkaatsen. Uitzondering: a. in een defensieve actie van een hard geslagen bal. In dit geval kan de bal iets langer met de bovenhandse techniek worden aangeraakt; b. wanneer twee tegenstanders gelijktijdig de bal boven het net aanraken en er een ‘vastgehouden bal’ ontstaat.

 

Fouten bij het spelen van de bal

  1. HULP BIJ HET SPELEN: een speler ontvangt hulp van zijn medespeler of gebruikt binnen de speelruimte een bouwsel of voorwerp om de bal te kunnen spelen.
  2. VASTGEHOUDEN BAL: een speler raakt de bal niet correct.
  3. TWEEMAAL RAKEN: een speler raakt de bal tweemaal achtereen of de bal raakt achtereenvolgens meerdere delen van het lichaam.

 

Aanraken van het net

  1. Het is verboden om enig deel van het net of een antenne aan te raken.
  2. Na de bal te hebben gespeeld, mag de speler de paal, de spandraden of elk ander voorwerp buiten de gehele lengte van het net raken, mits deze handeling het spel niet beïnvloed.
  3. Het is niet fout wanneer de bal in het net wordt gespeeld en hierdoor het net een speler van de tegenpartij raakt.
  4. Het is niet fout als de speler met zijn haar per ongeluk het net raakt.

 

Fouten van een speler bij het net

  1. HINDEREN: een speler raakt de bal of een tegenstander in diens speelruimte voor of tijdens diens aanvalsslag.
  2. ONDER HET NET DOORKOMEN: een speler komt onder het net door in de speelruimte van de tegenpartij en beïnvloedt daarbij diens spel.
  3. NET AANRAKEN: een speler raakt het net aan.

 

Uitvoeren van de opslag

  1. Voorafgaand aan de wedstrijd wordt er getost om uit te maken wie mag kiezen voor service of een kant van het veld. De tweede set mag het andere team kiezen voor serveren of kant. Bij een eventuele derde set moet er worden getost om uit te maken wie er mag beginnen met serveren.
  2. De service moet worden verricht achter de achterlijn. Wanneer bij het serveren de achterlijn wordt geraakt, dan is de opslag fout en levert dit de tegenstander een score op.
  3. De bal moet met de hand of enig deel van de arm worden geraakt, na te zijn opgegooid of losgelaten en voordat hij de grond raakt.
  4. Als de bal na te zijn opgegooid of losgelaten zonder de serveerder te raken op de grond valt, wordt dit als een opslagpoging aangemerkt.
  5. Na elke serviceserie moet worden doorgedraaid en komt de andere speler aan de opslag.

 

Fouten bij de aanval Een speler maakt een fout in de aanval als:

  1. Hij de bal raakt in de speelruimte van de tegenpartij.
  2. Hij de bal úit’ slaat.
  3. Hij de aanval uitvoert door middel van een ‘push-of duwtechniek’ zodat met de vingers richting wordt gegeven aan de bal.
  4. Hij een aanvalsslag uitvoert op de door de tegenpartij opgeslagen bal, terwijl deze geheel boven de bovenkant van het net is.
  5. Hij een aanval uitvoert met een bovenhandse techniek, waarbij de balbaan niet loodrecht op de schouderlijn staat.

 

Aanraken van de bal bij het blokkeren

  1. Het aanraken van de bal door een blok wordt aangemerkt als de eerste maal spelen door de blokkerende ploeg. Na het blok mag de ploeg voor het naar de tegenpartij terugspelen van de bal deze nog slechts tweemaal raken.

 

Bij twijfel of andere situaties beslist de organisator (VV Haaglanden).