Alcoholverbod rondom Den Haag CS

Met ingang van 1 augustus 2003 geldt rondom NS Station Den Haag Centraal een verbod op het gebruik van alcoholhoudende dranken. Het verbod geldt voor het gebied Anna van Buerenstraat, Prinses Irenestraat, Prinses Irenepad, Prins Willem Alexanderhof en de steeg tussen het Rijksarchief en de Koninklijke Bibliotheek.

Burgemeester en wethouders voeren het verbod in om de overlast die zwervers en drugsgebruikers veroorzaken voor reizigers, politie en NS-personeel rondom Den Haag CS tegen te gaan. Het alcoholverbod maakt deel uit van een pakket maatregelen dat in samenwerking met politie Haaglanden, Spoorwegpolitie en de Nederlandse Spoorwegen (NS) is samengesteld om de veiligheid te verbeteren.

Uitgangspunt van het alcoholverbod is om in en rondom Den Haag CS een eensluitend alcoholregime te hebben. In de stationshal heeft de NS enige tijd geleden een alcoholverbod afgekondigd en via affiches bekend gemaakt. Een aantal aan het CS grenzende straten valt, vanwege de ligging in het stadsdeel Haagse Hout, formeel niet onder de werking van het voor het stadsdeel Centrum geldende alcoholverbod. Omdat hier dus wel alcohol genuttigd mag worden is hier regelmatig sprake van overlast.

Artikel 76a van de Haagse APV biedt de mogelijkheid om een gebied aan te wijzen, waarin een alcoholverbod geldt. In het aangewezen gebied is het verboden om alcohol te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende dranken bij zich te hebben. De werking van het alcoholverbod zal na een jaar worden geevalueerd.

Haalbaarheidsstudie en Schetsontwerp herinrichting Laan van Nieuw Oost-Indië

Projectnotitie Dienst Stadsbeheer inzake
Juli 2003

Inleiding
Afbakening plattegrond
Opdracht
Communicatie
Basisvarianten
Schetsontwerpen
Adviezen

Inleiding
Lange lijnen vormen als stedenbouwkundige dragers een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van de openbare ruimte in Den Haag. Sinds de Groennota van 1982 wordt dit belangrijke uitgangspunt al onderkend. De Laan van Nieuw Oost-Indië (Laan van NOI) is samen met de van Alkemadelaan en de Zwolsestraat één van die lange lijnen. Deze vormen tezamen een belangrijke oost west georiënteerde dwarsverbinding in het noordoosten van de stad; een directe verbinding tussen de kust en Leidschendam-Voorburg.
Langs deze route kan men in het landschap nog lezen dat Den Haag zich heeft ontwikkeld op een aantal evenwijdig aan de kust verlopende strandwallen en -vlaktes. Het tracé ligt dwars op de richting van dit patroon, dat zichtbaar wordt doordat men beurtelings bebouwde strandwallen en beboste strandvlaktes doorsnijdt. Dit effect zou nog sprekender worden wanneer de boombeplanting langs de lange lijn hierbij aan zou sluiten.
Helaas heeft de historische Laan van NOI, die rond 1900 nog een zeer luisterrijk profiel kende, in 1938 zijn karakteristieke beeld verloren door het kappen van de dubbele bomenrij op de middenberm. In het kader van het project “De nieuwe kaart van Den Haag” (1998) is de aandacht voor het opwaarderen van de lange lijnen in het algemeen en de Laan van NOI in het bijzonder weer versterkt. Met het collegeprogramma (1998-2002), onderdeel Meer en Bruikbaarder Groen, zijn aansluitend middelen beschikbaar gesteld voor het in ere herstellen van de allure van de Laan.
Daarnaast is in opdracht van Staatsbosbeheer en de gemeente Den Haag, binnen een open planproces, de ontwikkelingsvisie “De ontdekking van het Haagse Bos” (rv 325/2001) tot stand gekomen. Deze visie op de ontwikkeling van het Haagse Bos, Koekamp en Malieveld geeft onder andere het belang aan van goede verbindingen tussen de delen van het Haagse Bos ter weerszijden van de Laan van NOI. Het gaat hierbij niet alleen om voetgangers en fietsers, maar ook om kleine zoogdieren, zoals eekhoorns en aan water gebonden dieren. Op dit moment ontbreken deze verbindingen vrijwel.
In het “Verkeersplan, verkeersbeleid tot 2010” (rv 148/2002, in het vervolg aangeduid als Verkeersplan) is de Laan van NOI onderdeel van het stelsel van hoofdwegen en heeft daarmee een belangrijke functie voor de afwikkeling van het autoverkeer. Tevens behoort de Laan van NOI tot het hoofdroutenetwerk voor de fiets van Den Haag én het regionale fietsroutenet behorende bij het 2e Regionaal Verkeer- en vervoersplan Haaglanden (route B5: Zoetermeer, Voorburg, Scheveningen). De kwaliteit en de capaciteit van de verkeersafwikkeling en de fietsvoorzieningen dienen hierop te zijn afgestemd.
Om een keuze te kunnen bepalen ten aanzien van de gewenste wijze van verbinden en de inrichting van de lange lijn in het bestaande profiel, is de haalbaarheid van de mogelijke variant(en) onderzocht en een projectgebonden programma van eisen opgesteld. In de haalbaarheidsstudie is aandacht besteed aan de verkeerskundige, landschappelijke, stedenbouwkundige, recreatieve, hydrologische, ecologische en financiële consequenties en randvoorwaarden. Met de haalbaarheidsstudie is onderzocht op welke wijze de allure weer kan worden teruggebracht. De eisen van deze tijd, zoals verkeer en openbaar vervoer, leggen beperkingen op aan de mogelijkheden. Niettemin is het mogelijk, door het terugbrengen van bomen, de Laan van NOI een groene impuls te geven. Het resultaat van de haalbaarheidsstudie is uitgewerkt tot een schetsontwerp.

Afbakening plangebied
Het plangebied omvat de gehele Laan van NOI tussen de Benoordenhoutseweg en het spoorviaduct van de lijn Leiden-Den Haag, nabij NS-station Laan van NOI. Op basis van de hiervoor genoemde beleidsvisies is het gebied onderverdeeld in twee delen, namelijk het bosdeel ter hoogte van het Haagse Bos (van Benoordenhoutseweg tot Bezuidenhoutseweg) en een stedelijk deel van Bezuidenhoutseweg tot aan het spoorviaduct). Alle kruispunten en de (auto)toegang tot de Leidse Straatweg maken deel uit van het plangebied. Aansluitende deelprojecten binnen de ontwikkelingsvisie van het Haagse Bos hebben wel de aandacht, maar zijn vanwege het stadium waarin deze projecten verkeren (nog) niet meegenomen.

Opdracht
CH&Partners uit Den Haag heeft de haalbaarheidsstudie uitgevoerd en schetsontwerp(en) gemaakt.

Voor het Bosdeel was de opdracht om binnen de in de ontwikkelingsvisie opgestelde randvoorwaarden voor zowel mens (fietsers en voetgangers) als dier een aantal verbindingen te bewerkstelligen, zodat op een aangename en veilige wijze kan worden overgestoken. uitgangspunt daarbij is om de Laan van NOI minder een barrière te laten zijn in de structuur van het Haagse Bos. De locaties van de verbindingen zijn in de ontwikkelingsvisie indicatief opgenomen.

Voor het stedelijk deel was de opdracht om de Laan van NOI op te waarderen als onderdeel van de lange lijn Zwolsestraat – Van Alkemadelaan – Laan van NOI door het aanbrengen c.q. herstellen van boombeplanting met allure. Voor dit deel zijn de randvoorwaarden de ondergrondse infrastructuur (kabels, leidingen en riolering) en de afwikkeling van het verkeer.

Als uitgangspunt geldt een integrale aanpak, waarbij de volgende aspecten voor de diverse weggebruikers c.q. verkeersstromen aan de orde zijn (in willekeurige volgorde):

– openbaar vervoer: vrije bus- annex trambaan;
– autoverkeer: verkeersstromen (behoud capaciteitl, handhaven parkeerplaatsen;
– fietsers: verbetering van de oversteekbaarheid, fietsveiligheid en comfort;
– voetgangers: verbetering van de oversteekbaarheid, voornamelijk bij de kruisingen en over het
  bosdeel van de Laan van NOI.
– verkeersmanagement: onder andere optimalisering van de verkeerslichtregelingen;
– ecologie: verbetering van de oversteekbaarheid ter plaatse van het Haagse Bos voor kleine
   zoogdieren en aan water gebonden dieren door het herstellen van droge en natte verbindingen.

Communicatie
De structuur van de communicatie rond de haalbaarheidsstudies is gebaseerd op voortzetting van het open planproces, zoals dit bij de ontwikkelingsvisie is gevolgd. Aan de hand van inschrijvingen, vanuit het open planproces “Zet ‘n boom op over het Haagse Bos”, een advertentie in de Posthoorn en het Haags Nieuwsblad, de website Haagse Bos en huis-aan-huisbrieven aan omwonenden, zijn ruim 70 aanmeldingen binnengekomen. Tijdens de bijeenkomsten zijn in nauw overleg met bewoners, gebruikers, belanghebbenden en belangstellenden, onder begeleiding van het ontwerpbureau, de varianten vanuit de ontwikkelingsvisie geanalyseerd en de haalbare varianten op basis van toelichting en becommentariëring tot een schetsontwerp uitgewerkt.
Synchroon en verweven in het hierboven beschreven externe communicatieproces heeft op ambtelijk niveau overleg plaatsgevonden. Hiertoe is een ambtelijke projectgroep ingesteld, waarin afgevaardigden van de diensten stedelijke ontwikkeling (HOB, ROMZ, verkeer & Infrastructuur) en Stadsbeheer (Riolering en waterbeheersing, Stadsdeel Haagse Hout, stedelijke structuren) én HTM en Connexxion zijn vertegenwoordigd. Tevens zijn de Adviescommissie Openbare Ruimte (ACOR), het vooroverleg over Verkeerszaken NOV) en de Milieuadviescommissie (MAC) betrokken geweest bij de totstandkoming van het eindproduct. Zij hebben een advies uitgebracht. De MAC is alleen voor het bosdeel een advies gevraagd, in het verlengde van de betrokkenheid van de MAC bij de ontwikkelingsvisie Haagse Bos.

In de overlegstructuur zijn de volgende groepen te onderscheiden, namelijk:

voor het Bosdeel:

projectgroep Haagse Bos: de groep waarin vertegenwoordigers van Staatsbosbeheer en de dienst stadsbeheer, stedelijke structuren de voortgang van de ontwikkelingsvisie begeleiden;
gebruikersgroep Haagse Bos: de groep gebruikers van het Haagse Bos, die de ontwikkelingen toetst aan de ontwikkelingsvisie, terugkoppelt naar de achterban en adviseert aan de projectgroep Haagse Bos;

voor het bos- en stedelijk deel:

deelprojectgroep: de ambtelijke projectgroep die verantwoordelijk is voor de uitwerking van beide deelprojecten;
werkgroep: de groep gebruikers, belangstellenden en belanghebbenden die betrokken zijn bij de uitwerking van beide deelprojecten.
Met de voortzetting van de communicatiestructuur, zoals deze was ingezet in het open planproces Haagse Bos, is een optimaal resultaat bewerkstelligd. zowel het draagvlak als de betrokkenheid zijn vergroot.

Voor de volgende projectfase(n) zal dezelfde communicatiestructuur worden aangehouden. Tevens zal na afronding van het voorlopig ontwerp (VO) een informatieavond plaatsvinden.
Met het Hof en Staatsbosbeheer zal in de volgende projectfase nader overleg plaatsvinden over de vormgeving en inrichting van de toegang Leidse Straatweg richting Huis ten Bosch. Met staatsbosbeheer zal nader overleg plaatsvinden over de verplaatsing van de homo-ontmoetingsplek, zoals in de ontwikkelingsvisie is voorgesteld.

 

Basisvarianten

Bosdeel
Conform het raadsbesluit ontwikkelingsvisie “De ontdekking van het Haagse Bos” (rv325/2001 d,d. 29 november 2001) zijn voor het bosdeel de volgende twee basisvarianten onderzocht:

het (half) verdiepen van de weg en het op maaiveldniveau doortrekken van het bos;
het herinrichten van het profiel met een brede groene middenberm beplant met bomen.
De haalbaarheidsstudie heeft aangetoond dat een tunnel met behoud van de waterverbinding in de Grote vijver en de bestaande maaiveldhoogtes én de ligging van de Leidse Straatweg, zowel vanuit technische en financiële als landschappelijke en stedenbouwkundige aspecten niet haalbaar is. Naast het feit dat de hellingshoeken en de aan- en afrijboogstralen te steil zouden worden, zijn er de volgende argumenten tegen een volledig verdiepte weg: .een tunnel vergt relatief veel ruimte door de constructies aan de zijkanten; .een tunnel grijpt in in de bestaande grondwaterstromen;

bij de tunnelingangen ontstaan grote gaten die niet passen in het beschermd stadsgezicht;
het uitkomende autoverkeer staat op een helling en veroorzaakt en ondervindt (milieu)overlast;
de oversteekbaarheid wordt vanwege de tunnelingangen over een lengte van tenminste 140 meter aan beide zijden onmogelijk;
de Laan van NOI maakt onderdeel uit van een gevaarlijke stoffenroute; .een alternatieve oplossing om de tunnel al in het stedelijk deel aan te vangen is verkeerstechnisch en vanuit stedenbouwkundig oogpunt onuitvoerbaar;
de kosten, ca. 0,3 miljoen per m1, passen niet binnen het beschikbare budget.
Voor een halfverdiepte ligging geldt ook een aantal van de bovenstaande bezwaren. Daarnaast levert deze basisvariant meer nadelen op, doordat de oversteekbaarheid minder is en de ondergrondse en (natte) ecologische verbindingen niet kunnen worden gerealiseerd. Tevens zijn de kosten die met deze oplossing zijn gemoeid hoger en levert het geen substantiële verbetering op van het beeld en de beleving van het Haagse Bos. op basis van bovenstaande argumentatie vervalt basisvariant 1 en is basisvariant 2 nader uitgewerkt.

Stedelijk deel
Voor het stedelijk deel zijn drie basisvarianten onderzocht:

een dubbele bomenrij in een brede middenberm;
een enkele bomenrij in de middenberm;
aan weerszijden van de (rij)weg een enkele bomenrij.
Zonder concessies te doen aan de randvoorwaarden om voor alle (weg)gebruikers een optimale indeling te bewerkstelligen zijn de basisvarianten 1 en 2 niet inpasbaar. In beide varianten zou een keuze gemaakt moeten worden voor niet of onvoldoende aanbrengen van goede en veilige fietsvoorzieningen en/of openbaar vervoerbaan en/of parkeerplaatsen. Daarnaast zou door de diversiteit aan beschikbare ruimte geen constant beeld over de qehele Laan van NOI ontstaan. Bij basisvariant 3 kan dit wel.

Schetsontwerpen

Bosdeel
Met inachtneming van het voorgenoemde is basisvariant 2 nader uitgewerkt. Met een zo beperkt mogelijke inbreuk in de bestaande bosranden, door het aanbrengen van een zo breed mogelijke middenberm (4 tot 7 meter), kan het effect van een laan die door een bos leidt worden bereikt. Dit kan worden verstrekt door de middenberm op een bosachtige manier te beplanten met bomen. Hiervoor is het wenselijk de middenberm zo breed mogelijk te maken. Bij een breedte van 7 meter moeten daarvoor aan de beide bosranden, in een strook van circa 1 meter, 50 tot 100 bomen worden gekapt.
Op grond van het verkeersplan zijn per rijrichting twee rijstroken noodzakelijk. Optioneel is dat in beide richtingen in de toekomst één rijstrook kan worden toegewezen als (vrije) busbaan. Het aantal en de lengte van de opstelstroken op de aansluitingen met de Bezuidenhoutseweg en de Benoordenhoutseweg blijft gelijk aan de bestaande situatie. Aan weerskanten van de weg zijn vrijliggende fietspaden opgenomen, die doorlopen tot over de kruisingsvlakken van de aansluitende wegen. In het schetsontwerp wordt uitsluitend aan de noordzijde (zijde Huis ten Bosch) een verhard voetpad voorzien. Aan de zuidzijde (zijde Centrum) kan, samenhangend met de herstructurering van de wandelpaden in het Haagse Bos, een meanderend onverhard voetpad in het bos worden aangebracht. De breedte en invulling van de schrikstrook c.q. de tussenberm tussen de rijweg en het fietspad zal in relatie tot de breedte en invulling van de middenberm nader worden gedetailleerd in de volgende projectfase.

Ter hoogte van de Leidse Straatweg en het Kerkepad worden oversteken voor fietsers en voetgangers gecreëerd. Deze oversteken kunnen worden voorzien van verkeerslichten op aanvraag (drukknop). In de middenberm is ter hoogte van de Leidse Straatweg een doorgang voor autoverkeer geprojecteerd. Deze doorgang is noodzakelijk om de bereikbaarheid van Huis ten Bosch vanaf deze kant te waarborgen.
De belangrijkste ecologische verbindingen worden bewerkstelligd door twee ecopassages, één in de vorm van een hooggelegen droge duiker op de scheiding van het hoger en lager gelegen deel van het Haagse Bos (ter hoogte van het Kerkepad) en één natte verbinding door het open maken van de waterverbinding nabij de Grote Vijver door middel van één Of twee bruggen. op termijn (als de boomkruinen in elkaar groeien) zal de met bomen ingerichte middenberm een ecologische verbinding kunnen opleveren voor de eekhoorns. Vooruitlopend kunnen netten worden aangebracht om de overspanningen te realiseren. Het nut van deze netten moet nog nader worden onderzocht.
De inrichting van de twee toegangen tot de Leidse straatweg is in het schetsontwerp schematisch vormgegeven als een inritconstructie. In relatie tot een ander deelproject binnen de ontwikkelingsvisie, namelijk het voorzien van deze toegangen van beweegbare afsluitingen (pollers), zal in de volgende projectfase nader overleg plaatsvinden met het Hof en Staatsbosbeheer over de exacte inrichting van de toegangen.

In de ontwikkelingsvisie is het verplaatsen van de homo-ontmoetingsplek in de richting van het Kerkepad opgenomen. Indien de juiste locatie duidelijk wordt, zal ter hoogte van de nieuw aan te leggen keerlus een inritconstructie worden opgenomen.

Stedelijk deel
In het schetsontwerp wordt de laan met (boom)allure hersteld (basisvariant 3). Tevens worden alle (weg)gebruikers gefaciliteerd. Het laaneffect wordt vergroot door in het midden over het gehele stedelijk deel een openbaar vervoerbaan in één gelijk profiel uit te voeren.

Auto
Per rijrichting is over het gehele stedelijke deel van de Laan van NOI één rijstrook beschikbaar conform de huidige situatie. Bij het zo lang mogelijk doorzetten van de bomenstructuur, wordt het aantal en de lengte van de opstelstroken sterk beperkt. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de landschappelijke en stedenbouwkundige aspecten. De betrokken bewoners en gebruikers en de ACOR hebben hun voorkeur voor deze optie geuit. Deze optie beperkt echter de functie die de Laan van NOI als hoofdverkeersweg heeft in het Verkeersplan, met name op de kruisingen Bezuidenhoutseweg, Theresiastraat en Schenkkade ten aanzien van de doorstroming van het autoverkeer. Daarom is gekozen voor het Schetsontwerp met noodzakelijke opstelgelegenheid ter plaatse van de kruisingen Bezuidenhoutseweg, Theresiastraat. Juliana van Stolberglaan en Schenkkade.
De secundair aansluitende wegen, met uitzondering van de Theresiastraat, worden uitgevoerd met een inritconstructie. op de kruising Juliana van Stolberglaan blijft voor beide richtingen het linksaf-verbod gehandhaafd.

Fiets en voetganger
Met uitzondering van het gedeelte tussen de Juliana van Stolberglaan en de schenkkade worden vrijliggende fietspaden aangebracht. In verband met de beschikbare ruimte komen in het betreffende deel, zoals in de huidige situatie, fietsstroken. De trottoirs blijven qua breedte nagenoeg gelijk. Zowel voor de voetganger als de fietser wordt de oversteekbaarheid verbeterd door de verkleining van de breedte van de rijbanen. Daar waar ruimte in de bomen-/parkeerstrook aanwezig is, worden fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd.
Binnen de geraamde uitvoeringskosten, zie paragraaf financiën, is rekening gehouden dat de fietspaden over de gehele lengte worden uitgevoerd in rood asfalt.

Openbaar vervoer
Het dimensioneren van de openbaar vervoerbaan heeft betrekking op de huidige en de toekomstige functie. In het gedeelte tussen de Bezuidenhoutseweg en de Juliana van Stolberglaan is een vrije busbaan aanwezig en noodzakelijk. Op het gedeelte tussen de Juliana van Stolberglaan en het spoorviaduct wordt de openbaar vervoerbaan zowel gebruikt door de tram als door de bus.
Het huidige tramspoorgedeelte moet, in kader van Agglonet en vanwege spooronderhoud, worden verbeterd. De halte Stuyvesantstraat kan niet binnen de beschikbare ruimte worden opgewaardeerd tot Agglonetniveau. Daarom is verplaatsing van deze halte richting NS-station Laan van NOI in het schetsontwerp opgenomen. Door middel van twee bomenrijen, aan weerskanten van deze nieuwe halte, kan het nieuwe groene karakter van de laan worden doorgezet tot aan het spoorviaduct. Hiermee wordt tevens de integratie van deze halte met de halte aan de Voorburgkant van het spoorviaduct mogelijk. De nieuwe halte kan prima fungeren als (overstap)halte voor het NS-station Laan van NOI. Hierover zal in de volgende projectfase overleg plaatsvinden tussen gemeente Leidschendam-Voorburg, stadsgewest Haaglanden, ProRail (voorheen NS Railinfrabeheer) en HTM.
In kader van het project Reistijdverkorting (Agglonet) zal de exacte inrichting van het kruispunt Juliana van Stolberglaan worden bepaald.

Taxi
Aan de huidige voorzieningen voor de taxi’s zal niets worden gewijzigd

Parkeren en laden en lossen
De parkeerplaatsen bevinden zich over de volle lengte tussen de bomen, die op een plantafstand van 14 meter staan. In totaal worden 160 parkeerplaatsen aangebracht. Dit betekent ten opzichte van het huidige aantal een verlies van 28 parkeerplaatsen. De huidige vier toegewezen invalidenplaatsen blijven gehandhaafd.
De parkeertelling in november 2002 heeft aangetoond dat de parkeerdruk, met name ‘s avonds en ‘s nachts, erg hoog is. Door multifunctioneel gebruik van bedrijvenparkeerplaatsen en in tijd beperkte laad- en losplaatsen kan het verlies aan parkeerplaatsen voor een deel worden gecompenseerd.

Voor het laden en lossen ten behoeve van de supermarkt, aan de zuidzijde nabij de Theresiastraat, is in deze projectfase veel aandacht gevraagd. In het schetsontwerp blijft het laden en lossen vooralsnog gehandhaafd aan de voorzijde langs het trottoir. Extra toezicht, ook van de zijde van de supermarkt, zal oneigenlijk gebruik moeten tegen gaan en gevaarlijke situaties moeten voorkomen. Een (inpandige) laad- en losvoorziening betekent een structurele oplossing. Dit is echter een aangelegenheid waartoe de supermarkt het initiatief moet nemen.
Aan de noordzijde. tussen de Theresiastraat en de Willem van Outhoornstraat, zal in overleg met de winkeliers in de volgende projectfase het aantal en de indeling van de laad- en losplaatsen aan de rijweg worden vastgesteld. Overigens kan gedeeltelijk aan de achterzijde worden geladen en gelost.

Riolering
Recent onderzoek heeft vastgesteld dat de dimensie en de onderhoudstoestand van het bestaande rioolonvoldoende is. Hierdoor zal aan beide zijden van de Laan van NOI, tussen de Bezuidenhoutseweg en de Schenkkade, de riolering moeten worden vervangen. De rioolvervanging biedt de mogelijkheid om de ligging van het nieuwe riool aan te passen aan de plantplaats van de bomen. Voor de nieuwe riolering zal binnen dit project en ontwerp een nieuw tracé worden bepaald.
Vanwege de urgentie is vorig jaar, vooruitlopend op het schetsontwerp, aan de oostzijde in het gedeelte tussen de Theresiastraat en de Bezuidenhoutseweg de riolering vervangen in het bestaande tracé. In dit deel zullen aanvullende maatregelen moeten worden getroffen rondom de bomen, zodat aantasting van de riolering door de wortels wordt voorkomen.

Bomen
In het stedelijk deel dienen over de gehele lengte 5 bomen te worden gekapt. Het schetsontwerp voorziet in het aanbrengen van 105 nieuwe bomen.

Adviezen
Adviezen zijn uitgebracht door ACOR en VOV (bosdeel en stedelijk deel) en door MAC, gebruikersgroep Haagse Bos en projectgroep Haagse Bos (bosdeel).

ACOR
De ACOR heeft voor beide delen een positief advies afgegeven. Voor het stedelijk deel pleit de ACOR voor een structurerende kwaliteit voor de gehele laan in de vorm van boombeplanting. Daarbij erkent de ACOR het probleem van de vele ruimtelijke claims en de schaarse beschikbare ruimte. De ACOR zal haar eindadvies pas kunnen geven op basis van het VO/DO.

VOV
Het VOV heeft in algemene zin haar waardering uitgesproken voor het schetsontwerp op hoofdlijnen en zal haar eindadvies kunnen geven wanneer met name bij de kruisingen de maatvoering en de detaillering zijn uitgewerkt in een VO/DO. Voor het stedelijk deel heeft het VOV sterke twijfels over de beschikbare capaciteit voor het autoverkeer wanneer de bomenstructuur tot aan de kruisingen wordt doorgetrokken. Het verkeerskundig ontwerp wordt als enige reële oplossing bestempeld.
Het VOV adviseert om de inritconstructie in de Leidse Straatweg richting Huis ten Bosch te laten vervallen en te onderzoeken of de voetgangersoversteekplaats over de Laan van NOI nabij het Willem Witsenplein gehandhaafd moet blijven. Alle aspecten die het VOV heeft aangedragen zullen in de volgende fase nader worden uitgewerkt.

MAC
De MAC heeft verheugd gereageerd op het vervolg dat wordt gegeven aan de ontwikkelingsvisie en heeft de volgende aandachtspunten naar voren gebracht:

over- en onderkluizing van de Laan van NOI spreekt vanuit recreatief en ecologisch oogpunt het meeste aan;
twijfelt over het nut van de middenberm als ecologische verbinding;
benadrukt dat de natte dwarsverbinding nabij de Grote Vijver (brug) het leefgebied van waterdieren en amfibieën zal vergroten;
inpassing van de busbaan dan wel doorstroming van het busverkeer kan op andere wijze plaatsvinden;
wegen de kosten van een ingreep zoals wordt voorgesteld in het schetsontwerp af tegen de baten van een visueel aantrekkelijke Laan van NOI met (ecologische) dwarsverbindingen.
Middenberm, recreatie en ecologische verbindingen
De onder- of overkluizing van de Laan van NOI is onderzocht. De conclusie is dat dit, met behoud van de waterverbinding van de Grote Vijver, technisch niet haalbaar is. Hier komt bij dat gezien de randvoorwaarde van het budget ondertunneling financieel binnen afzienbare termijn geen haalbare optie is.
De middenberm heeft naast een visuele functie (betere inpassing in het bos) vooral ook een functie als rustpunt voor overstekende fietsers en voetgangers. Als ecologische verbinding zal de middenberm een beperkte functie hebben. De verwachting is dat de boomkruinen (eventueel tijdelijk voorzien van netten) voor eekhoorns een verbindingsfunctie zullen hebben.
De belangrijkste ecologische verbindingen in het ontwerp zijn een ecologische duiker op het grensvlak van de twee bossoorten en de brug(gen) bij de Grote Vijver (waar nu een voor dieren niet of nauwelijks te gebruiken duiker ligt).

Busbaan
De keuze van twee plus twee rijbanen, waarvan er op termijn in iedere richting één kan worden gereserveerd als busbaan is gebaseerd op het Verkeersplan. Daarin wordt voor de Laan van NOI niet een zodanig beperkte verkeersfunctie voorzien dat beperking van de verkeersruimte mogelijk is.

Ingrijpen in de bosranden
Het Schetsontwerp gaat uit van een zodanig brede middenberm dat ingrijpen in de bosranden noodzakelijk is. De MAC spreekt zich hier niet voor of tegen uit. Alleen in relatie met de opmerkingen over de busbaan geeft de MAC aan dat bij een bepaalde inpassing van de busbaan “het niet nodig is de bosstroken aan weerszijden van de laan bij het wegprofiel te betrekken.” uit deze zinsnede zou afgeleid kunnen worden dat de MAC geen voorstander is van ingrijpen in de bosranden. Bij de uitwerking in een va zal bekeken worden welke breedte van de middenberm het meest gewenst is.

Financiën en uitvoering
Op basis van de raming van het schetsontwerp voor de gehele Laan van NOI lijkt het mogelijk een, op dit schetsontwerp gebaseerd, plan te realiseren. Het VO/DO zullen duidelijk moeten maken of het budget inderdaad toereikend is. Daarbij zijn vooral de breedte van de middenberm, het al dan niet ingrijpen in de bosranden en de constructie van de bruggen belangrijke prijsbepalende factoren.
De uitvoering van het stedelijke deel zal worden afgestemd op de planning van de vervanging van de riolering en vernieuwing van de tramsporen. Hiermee kan bovendien een deel van de kosten ten laste van het budget voor de rioleringswerkzaamheden worden gebracht.
Nagegaan wordt nog of er ook binnen het budget van HTM voor de vernieuwing van de tramsporen ruimte is voor dekking van een deel van de kosten voor het stedelijk deel.
Het is de bedoeling een zodanige uitvoeringsplanning op te stellen dat het bosdeel en het stedelijk deel van de Laan van NOI zoveel mogelijk in één werkstroom uitgevoerd kunnen worden.

Gebruikersgroep Haagse Bos
De gebruikersgroep is van mening dat de eindrapportage voldoet aan de vraag die is neergelegd in de opdrachtformulering en daarmee toetsing aan de ontwikkelingsvisie doorstaat. op basis van de onderbouwing van de tunnelvariant en de halfverdiepte weg stemt men ermee in dat een tunnel of een halfverdiepte weg niet mogelijk zijn.
De voorkeur van de meerderheid van de gebruikersgroep Haagse Bos gaat uit naar een brede middenberm en het aanbrengen van een natte verbinding nabij de Grote Vijver bestaande uit een brug met twee delen. Een acceptabel alternatief is een zo breed mogelijke middenberm met zo min mogelijke ingreep in de bosranden. De gebruikersgroep wenst een nadere uitwerking van een aantal referentieprojecten van boomtopverbindingen en adviseert het aanbrengen van gras in de strook tussen rijweg en fietspad nader te beschouwen in verband met de groeimogelijkheden en vanuit het beheeraspect.

Projectgroep Haagse Bos
De projectgroep Haagse Bos sluit zich, wat betreft het schetsontwerp, aan bij het advies van de gebruikersgroep en spreekt zich uit voor een zo breed mogelijk middenberm met een zo beperkt mogelijke ingreep in de bosranden. De projectgroep is van mening dat de verplaatsing van de homo-ontmoetingsplek meegenomen dient te worden in dit deelproject. Tevens wijst zij op de noodzaak om in goed overleg met het Hof de inrichting van de toegang Leidse straatweg te bepalen.

Geconcludeerd kan worden dat alle partijen instemmen met de gekozen varianten voor het bosdeel (groene middenberm) en het stedelijk deel (aan weerszijde een enkele bomenrij uitgaande van noodzakelijke opstelstroken ter hoogte van de geregelde kruisingen) als basis voor nadere uitwerking tot voorlopig ontwerp.

Bemonstering natuursteenbestrating Beatrixkwartier aangelegd

Voor het Informatiecentrum aan de Beatrixlaan zijn in juni 4 vlakken natuursteen aangelegd.
Deze natuursteenvlakken zijn in een eerder traject uitgekozen door de convenantpartners (Gemeente Den Haag, Provastgoed Nederland B.V., BPF Bouwinvest, ING Real Estate, Siemens Nederland N.V. Fortis Vastgoed en KPN Telecom B.V.) als mogelijke keuze voor de bestrating van de Beatrixlaan en het Schenkplein.
Begin juli zullen alle partijen die betrokken zijn bij de herinrichting van het Beatrixkwartier hun voorkeur voor een of meerdere stroken hebben uitgesproken. Op basis hiervan wordt definitief bepaald welke natuursteen in de nabije toekomst in het Beatrixkwartier zal worden aangelegd.

De nieuwe pastoor: Pastoor R.G.A. Kurvers, priester en leraar

De bisschop van Rotterdam heeft dr. R.G.A. Kurvers per 1 augustus 2003 benoemd tot pastoor van de Federatie van Samenwerkende Rooms-Katholieke Parochies Haagse Hout. Hiermede krijgt de St. Liduinaparochie haar 9e pastoor. Om de nieuwe pastoor aan u voor te stellen hield Michel Doll een interview met de pastoor.

Jeugd en opleiding
Pastoor Kurvers is geboren in het Bezuidenhout in 1941 en woonde in de oude François Valentijnstraat. Hij maakte het bombardement op het Bezuidenhout van 3 maart 1945 mee. ‘Het puin’, en de omgeving van “het Roomhuis” waren ook zijn speel-terrein. Na de oorlog ging hij naar de St. Maria kleuterschool, die onder leiding stond van Zr. Conrada, en gevestigd was in de Koningin Sophiestraat 35-37, de etages boven de, direct achter de kerk gelegen garage. (Enkele jaren later is de school verhuisd naar de tegenover-liggende St.Bavoschool en weer later naar een eigen gebouw in de Amalia van Solmsstraat). De gebouwen in de Koningin Sophiestraat bestaan nog steeds.

De lagere school werd doorgebracht bij de broeders- van de St.Nicolaasschool (eerst Bezuidenhoutseweg, later Vlietstraat); dat was de parochieschool. Bovendien waren zijn ouders van mening dat een ‘broeders-school’ beter was dan een ‘meestersschool’. De familie behoorde tot de kerk van OLV van Goede Raad. Het liturgische en parochiële leven met een grote pastoor als W. van Alphen heeft een grote indruk op hem gemaakt en hebben hem er mede toe aangezet priester te worden. De latere pastoor N. van Ruiven was op het klein seminarie zijn subregent.

Pastoor Kurvers kreeg zijn priesteropleiding langs de toen gebruikelijke weg: Klein Seminarie in Hageveld en Groot Seminarie te Warmond. In 1967 werd hij tot priester gewijd. Met name zijn periode te Warmond heeft hij als een glorietijd ervaren. Al in die gymnasiumtijd voelde hij zich al tot het leraarsschap aangetrokken. Een van zijn favoriete vakken was Nederlands. Hij schreef graag, speelde toneel en beoefende zich in het declameren. Zijn leraar Nederlands was dan ook G. van der Poel, de latere 6e pastoor van de St. Liduinakerk, een leraar die hij zeer gewaardeerd heeft.

Priester, taken en verdere studie
Van 1967-1969 was hij kapelaan te Naaldwijk, tevens jongerenpastor voor het Westland en parttime leraar aan de Lagere en Middelbare Tuinbouwschool. Hierna werd hij naar Nijmegen gestuurd waar hij Pastoraal Theologie met specialisatie Liturgie ging studeren. In de weekenden was hij dan weer in de parochie.

In 1971 werd hij benoemd tot directeur van Servicecentrum voor Levensvorming te Den Haag en hoofdaalmoezenier voor het jeugd en jongerenwerk in de bisdommen Haarlem en Rotterdam. Vele jongerenpastors heeft hij in die tijd opgeleid en begeleid.

Er volgde wederom een periode van studie (1979- 1981), maar nu in Rome. Voordat hij echter kon promoveren vroeg bisschop A. Simonis hem pastoor te Wassenaar te worden, wat hij tot 1989 is gebleven. In die tijd gaf hij ook les aan het Adelbertcollege. Daarnaast gaf hij colleges Liturgie, Inleiding in de Theologie en Theologie en Kunst aan de Katholieke Leergangen, tegenwoordig Fontys Hogeschool geheten, te Amsterdam. Nogmaals volgde een 2 jarige studie te Rome: Kerkelijk Recht.

Het schrijven van een liturgisch proefschrift werd in 1994 alsnog voltooid. Het proefschrift is getiteld: “Ad Faciendum Peregrinum. A study of the liturgical elements in the Latin Peregrinus Plays.” en gaat over de Middel-eeuwse Peregrinus of pelgrimsspelen, een dramatische bewerking van vooral het Emmausverhaal. In de Middeleeuwen werden de liturgische thema’s voor de gewone mensen begrijpelijk gemaakt o.a. door het liturgisch drama. Sindsdien mag pastoor Kurvers zich dr. Kurvers noemen.

Sinds 1992 is hij leraar Levensbeschouwing en Filosofie aan het St. Janscollege te Den Haag, dat na een fusie tot Hofstad Lyceum is omgedoopt. Ook volgend jaar zal hij nog enige tijd enkele lessen geven tot zijn opvolger is ingewerkt. Pastoor Kurvers heeft een grote liefde voor het leraarschap. Niet alleen het lesgeven vindt hij boeiend, maar evenzeer het opvoeden, begeleiden en coachen van jonge mensen. De leerlingen nemen zijn vak serieus. Het zijn geen kletslessen. Het is een vak als elk ander op school, met proefwerken en al wat er bij hoort.

Na het doornemen van zijn interessante levensloop is er nog tijd om enige onderwerpen te bespreken.

Huidige opdracht
De bisschop van Rotterdam heeft pastoor Kurvers gevraagd pastoor van de Haagse Hout te worden. De bisschop is bezig een grote reorganisatie van het bisdom door te voeren met minder dekenaten en minder parochies. Uiteindelijk zullen er in Den Haag over een jaar of tien wellicht nog maar 6 à 7 grote parochiegemeenschappen zijn overgebleven. De taak daarin van de nieuwe pastoor is de zojuist tot stand gekomen federatie in de Haagse Hout te laten uitgroeien tot één parochiegemeenschap, overigens met meerdere kerken. Er wordt de komende jaren vastgesteld welke van de 5 kerken gesloten gaan worden. Voor de Christus Koningkerk in Mariahoeve is de sluiting reeds aangekondigd.

Hij erkent de gevoeligheden die reorganisatie en kerksluiting voor de parochianen met zich meebrengen. Men vreest immers het verlies van eigen gebouw en daarmee de teloorgang van de eigenheid van de lokale gemeenschap. Inderdaad, die grote ingrepen zijn geen leuke dingen maar wel onvermijdelijk. Dat hij in zijn oude buurt weer terecht komt spreekt hem overigens zeer aan.

De pastoor gaat zich snel verdiepen in wat er leeft in de verschillende parochies. Dat wat sterk is probeert hij nog verder te versterken, bij voorkeur door de activiteit op federatie-niveau te brengen. Bijvoorbeeld de St. Maartensviering van de kinderen (11 november) niet alleen organiseren voor de omgeving van de Liduinakerk, maar voor het gehele Bezuidenhout, zo niet de gehele Haagse Hout. Op dit moment doet hij verder nog geen enkele uitspraak over wat er veranderen gaat, totdat hij een goed overzicht heeft gekregen van het bestaan en de sterkte van de peilers die dragen wat er in de parochies gebeurt.

Hij gaat zich volledig inzetten voor behoud en versterking van de levendigheid van de gemeenschap, de sterke kanten bij elkaar brengen. De kerk in de Haagse Hout dient gestalte te krijgen. En daar hoort bij één parochieblad. Hij probeert tot spoedige realisering daarvan te komen. De problematiek van de kerkgebouwen: welke kerk blijft open, welke wordt gesloten, eventuele alternatieven, ziet hij geheel los staan van de opbouw van één gemeenschap in de Haagse Hout.

Eucharistievieringen
De bediening van dit sacrament is de priester voorbehouden. Pastoor Kurvers meent dat ten onrechte de indruk is ontstaan dat de woord- en communiediensten een vervanging voor de eucharistie betekenen. Hij wil een helder beeld daarover laten bestaan. Daarom zal elk weekend in elk van de kerken een zondagse eucharistieviering plaatsvinden met een priester. In de praktijk zal hij eens in de 14 dagen op zondag in de Liduinakerk voorgaan. De andere zondagen zal een andere priester beschikbaar zijn. Voor het moment zijn nog emeriti priesters beschikbaar, alsmede pater Gordijn. In geval er toch geen priester beschikbaar is zullen de parochianen zelf (1 of 2 mensen) in een woorddienst voorgaan. Woord- en communiediensten zullen derhalve niet meer gehouden worden.

Geloofsonderricht
Een belangrijke taak die de nieuwe pastoor gaat aanpakken is de vergroting van de kennis van het geloof bij de parochianen. Overal blijkt daar grote behoefte toe te zijn. Samen met deskundige inleiders, pastorale werkers en mogelijk op den duur een diaken wil hij een hele organisatie opzetten om de belangstelling voor het katholieke geloof en de behoefte aan spiritualiteit te voeden met gedegen kennis van de bijbel en de geloofsleer. Hij zelf noemt dat het Leerhuis, van waaruit een veelheid onderrichtvormen zal worden aangeboden.

Het gesprek met pastoor Kurvers vond plaats in zijn mooie appartement aan het Burge-meester de Monchyplein, waar hij naar verwachting voorlopig zal blijven wonen. Het maakt duidelijk dat hij voor alle vier geloofs-gemeenschappen evenzeer beschikbaar is. 

Haagse PvdA bezoekt huiskamers rondom Centraal Station

Den Haag – De Haagse afdeling van de PvdA is zaterdag te vinden in huiskamers rond het Centraal Station en de Herengracht. Dat is in het kader van de hot-spot actie. Die houdt in dat de PvdA zes avonden lang de meest onveilige plekken in Den Haag bezoekt. De conclusies van het onderzoek worden daarna gebundeld en gepresenteerd aan het Haagse college.
De eerste avond werd vorige week gehouden in de Wagenstraat. Daaruit bleek dat bewoners van de Haagse Stationsbuurt extra inzet en harder optreden willen van politie om de overlast van junkies tegen te gaan. Dat is de eerste conclusie van een onderzoek naar de onveiligheid in Den Haag.

College stemt in met ontwerp RandstadRail-lijn 6 en Prinses Beatrixlaan

Het college van B&W heeft vandaag ingestemd met het voorlopig ontwerp van RandstadRail-lijn 6 en het voorlopig ontwerp van het RandstadRail-deelproject Prinses Beatrixlaan. Naar aanleiding van de inspraakreacties van bewoners en andere belanghebbenden op de eerdere ontwerpen van het deelproject Prinses Beatrixlaan, zijn onderdelen van dit ontwerp aangepast.

Bijzonder viaduct Prinses Beatrixlaan
Volgens het Masterplan Beatrixkwartier uit 1999 moet RandstadRail op een hoogwaardige manier in het gebied worden ingepast. Met de vaststelling van het ontwerp van RandstadRail-deelproject Prinses Beatrixlaan kan aan deze eis worden voldaan. Er komt een opvallend vormgegeven viaduct dat bestaat uit een stalen vakwerkconstructie (ook wel de ‘netkous’ genoemd) en een nieuwe RandstadRail-halte ter hoogte van de Prinses Marijkestraat / Jan Pietersz. Coenstraat. De huidige halte Ternoot wordt circa zestig meter verplaatst in de richting van de Laan van NOI. Naar aanleiding van de inspraakreacties is het ontwerp aangepast. De belangrijkste veranderingen zijn verbeteringen aan de looproutes voor voetgangers bij halte Ternoot en de nieuwe halte Prinses Beatrixlaan en de verbetering van de verkeersveiligheid van de kruising Prinses Beatrixlaan/Schenkkade.

RandstadRail-lijn 6
Het voorlopig ontwerp RandstadRail-lijn 6 omvat aanpassingen die nodig zijn om RandstadRail te laten rijden op de bestaande route van lijn 6, inclusief de aanleg van nieuwe sporen door de Apeldoornselaan. Deze aanpassingen zijn nodig omdat RandstadRail-voertuigen iets langer en breder zijn dan de huidige tram. Ook wordt een aantal kruisingen aangepast om de doorstroming van RandstadRail te verbeteren. De meeste inspraakreacties hadden betrekking op lijnvoering, nieuwe sporen in de Apeldoornselaan, verwachte overlast als gevolg van de overstaphalte bij ziekenhuis Leyenburg en het dichtzetten van de doorsteek De Rade.

De gemeente Den Haag deelt de zorgen van de omwonenden. Na nogmaals zorgvuldig naar de plannen gekeken te hebben, is de gemeente ervan overtuigd dat het huidige ontwerp hiermee voldoende rekening houdt. De gemeente Den Haag zal zorgen voor alternatieve parkeerruimte nabij de Apeldoornselaan, de overstaphalte Leyenburg zorgt nauwelijks voor meer overlast (vergelijkbaar met 1 bus per 6 à 7 minuten) en het dichtzetten van de doorsteek De Rade leidt niet tot filevorming bij de kruising Bouwlustlaan.

Realisatie RandstadRail op koers
Inmiddels is de eerste halfjaarlijkse rapportage aan het college van B&W aangeboden. De eerste rapportage gaat over de periode van het raadsbesluit van 13 februari 2003 tot en met april 2003 en wordt ook aan de gemeenteraad aangeboden. Hieruit blijkt dat de uitvoering van RandstadRail goed op koers ligt. De planning wordt strak en nauwgezet gevolgd om zo snel mogelijk tot aanbesteding van de vele aanlegwerkzaamheden te komen en medio 2006 met RandstadRail te rijden.

Straatspeeldag Theresiastraat: De zebra is geopend

Woensdag 4 juni was het dan na een jarenlange strijd zover. Tijdens de nationale straatspeeldag is op de Theresiastraat bij de speeltuin ‘Spaarwaterveld’ onder grote belangstelling de nieuwe zebrapad geopend onder aanwezigheid van wethouder Bruijns en vele kinderen en ouders en begeleiders.

Reeds 10 jaar is er gestreden voor een veilige oversteekplaats bij de speeltuin. Door een wijziging in de voorrangssituatie aldaar is de Theresiastraat een soort ‘vrijbaan’ geworden voor snelverkeer. Auto’s, maar ook bus 4 geven vaak flink gas. Oversteken voor ouders, kinderen, begeleiders en oudere mensen was en is een gevaarlijke aangelegenheid. Enkele jaren terug zijn op de dezelfde plaats klaarovers ingezet, die door gevoel van onveiligheid snel met hun werk hebben moeten stoppen. Vorig jaar heeft Thérèse van der Velden, een bezorgde ouder, het initiatief genomen aandacht te vragen voor een zebrapad tijdens de nationale straatspeeldag. Onder toeziend oog van de politie is toen de straat 10 minuten afgezet voor een demonstratie, die onder veel gelid van kinders en hun begeleiders en aanwezigheid van enkele raadsleden en RTV West is gehouden. Dit zorgde voor succes: de dialoog met de gemeente was hiermee geopend. Er is vervolgens veel overleg gevoerd met de gemeente, HTM en de brandweer. Vooral de laatste partijen streven naar een open baan van de Theresiastraat, zonder hobbels, zebra’s en andere obstakels. Al snel kwam de toezegging van een zebra, maar de locatie was nog een punt van studie.

Onder druk van een nieuwe straatspeeldag Theresiastraat heeft de gemeent op maandag 26 mei 2003 de zebrapad neergelegd. Het actieprogramma werd daarmee omgegooid tot een feestelijke opening van de zebra. Met spelletjes voor kinderen op straat en een muzikale en komische bijdrage van een draaiorgel en clown Skippy was het een succesvolle middag geworden. Iedereen, hartelijk dank voor de hulp!

De straatspeeldag Theresiastraat was een initiatief van een groep ouders onder de naam ‘Comité Veilig oversteken Theresiastraat’ met een sterke samenwerking met de basisscholen Nutsschool Bezuidenhout en Van Hoogstratenschool en de NSO’s Tobias en Twee vriendjes. Meer informatie is te verkrijgen bij het comité, t.n.v. Thérèse van der Velden (tvandervelden@wanadoo.nl ).


Haagse Bos beschermd stadsgezicht

Het Haagse Bos heeft officieel de status van rijks beschermd stadsgezicht gekregen. Het bijzondere bos, waar koningin Beatrix haar woonpaleis Huis ten Bosch heeft staan, reikt tot in het centrum van Den Haag.  De minister van VROM besloot het Haagse Bos op de lijst van beschermde stadsgezichten te zetten op verzoek van de gemeente Den Haag.
Door de nieuwe status is het vrijwel uitgesloten dat het monumentale groengebied in de toekomst ingrijpende veranderingen ondergaat. Tot nog toe werd het bos nog niet beschermd door de Monumentenwet. De Haagse wethouder B. Bruins, verantwoordelijk voor monumentenzorg, toonde zich dinsdag content met het besluit van de minister.

Het Haagse Bos neemt een prominente plaats in in verleden en heden van Den Haag, Nederland en het koninklijk huis. De Hollandse graven hielden er vanuit hun residentie in s-Gravenzande jachtpartijen. Destijds was het Haagse Bos nog een enorm woud, en bestond Den Haag nog niet.
In 1645 werd Huis ten Bosch gebouwd voor stadhouder Frederik Hendrik en zijn echtgenote Amalia van Solms. De kenmerkende slingerende vijverpartijen en de landschappelijke stijl van het Haagse Bos kregen gestalte in 1819. In de meidagen van 1940 schoot Prins Bernhard in de tuin van Huis ten Bosch op overkomende Duitse vliegtuigen. Het bos liep schade op door de aanleg van de Atlantikwall door de Duitsers. Later in de oorlog gebruikte de bezetter het bos als lanceerplaats voor de V2’s op Londen wat leidde tot het dramatische bombardement van de Britse Royal Air Force op het Bezuidenhout.
Door de schaarste aan brandstof stond bij de bevrijding in 1945 nog slechts 15 procent van de bomen overeind. In 1950 was het bos alweer voorzien van jonge aanplant. Begin 2001 vroeg kroonprins Willem-Alexander op een bevroren vijver bij Huis ten Bosch Máxima Zorreguita ten huwelijk.

Het Haagse Bos is anno 2003 nog altijd eigendom van het Rijk. Staatsbosbeheer zorgt ervoor dat het natuurgebied op orde blijft. Hoewel grote veranderingen in het gebied dus uit den boze zijn, gebeurt er de komende tijd wel het een en ander. Staatsbosbeheer en de gemeente willen het bos aantrekkelijker maken voor bezoekers en tegelijkertijd de natuurwaarde verbeteren.
Een van de opvallende elementen in het opwaarderen van het bos is de terugkeer van de muziek. Militaire kapellen geven in de zomermaanden op een aantal woensdagavonden concerten op de Walther Boerweide. Daarmee wordt een oude traditie nieuw leven ingeblazen. Voor de Tweede Wereldoorlog gaf de Koninklijke Militaire Kapel ook al beroemde concerten in een muziektent in het Haagse Bos.

Veel klachten uit Haagse Hout en Leidschenveen over voorzieningen

Haagse jongerenraad presenteert rapport

door Robert Brunwin de Jong

Jongeren uit Leidschenveen en Haagse Hout hebben nogal wat klachten over hun voorzieningen. Zo heeft Leidschenveen helemaal geen jongerencentrum en krijgt de jeugd van Haagse Hout bij de gemeente naar haar mening weinig of geen gehoor. Maar misschien gaat dat nu veranderen.

Een en ander bleek op de gevarieerde informatiemiddag die de Haagse Jongerenraad vorige week woensdag hield. Jongeren uit de hele stad konden daarvoor tussen 16.00 en 20.00 uur terecht in het oude Theater Concordia, aan de Hoge Zand; nabij de Brouwersgracht. Rond 17.30 uur kwamen burgemeester Deetman en wethouder Klijnsma er bij. Zij kregen het rapport: ‘Haagse jongeren aan het woord’ gepresenteerd, het samenvattend eindverslag van de ontmoetingen die de Jongerenraad tussen januari en mei in de acht stadsdelen heeft georganiseerd.

Tussen de bezoeken aan de vele kraampjes door werd het podium van het kleine theater benut voor enkele optredens, zoals een formidabele dansuitvoering van ‘Pah de Duh’, gevormd door Janine en Andy. Dansimprovisatie van de bovenste plank! Onder de vele organisaties en groepen die informatie aanboden over activiteiten waar jongeren aan kunnen meedoen of die jongeren zelf voor en met elkaar hebben opgezet, bevond zich ook Fonds 1818. Een van de grootste ‘goede doelenorganisaties’ in Den Haag en omgeving, waar men met een goed idee voor een maatschappelijk, artistiek, educatief of cultureel project aan kan kloppen. Als het goed in elkaar steekt en voldoet aan bepaalde criteria hebben ook jongeren een kans om financiële ondersteuning van het fonds te krijgen.

Presentatie
Een belangrijk moment was rondhalf zes aangebroken, toen Nick Vogels, voorzitter van de Jongerenraad, zijn presentatie- met projectie van dia’s – starte van ‘Haagse jongeren aan hetwoord’. Terwijl burgemeester Deetman en wethouder Klijnsma voor in de zaal meekeken en -luisterden, noemde Vogels een aantal aanbevelingen uit het rapport die de Jongerenraad aan burgemeester en wethouders en de Haagse gemeenteraad doet. Met het verzoek die in de komende begrotingsbehandeling en in de stadsdeelplannen mee te nemen. De Jongerenraad pleit er voor méér uren jongerenwerk mogelijk te maken en onderzoek te doen naar het aantal jongerencentra. De raad heeft met voldoening gezien dat de Haagse Hout het wat dat betreft erg goed heeft, royaal vergeleken met andere stadsdelen zoals Escamp, dat een leuk jongerencentrum eenvoudig mist. Tweede aanbeveling is een onderzoek te doen naar het aantal speelplekken in de stad en meer speelplekken te creëren.

De ‘vermeende discriminatie’ bij uitgaansgelegeriheden in Den Haag zou moeten worden aangepakt. Als vierde aanbeveling noemt de Jongerenraad het opzetten van stadsdeel(jongeren)raden. Daarmee zouden jongeren, ook nu de recente inspraakronde door de acht stadsdelen is voltooid, in een later stadium mee kunnen blijven praten over hun ‘eigen wijk’. De raad denkt niet aan acht maar aan tien van die stadsdeelraden: daaronder twee afzonderlijke voor Ypenburg en Leidschenveen en twee afzonderlijke voor Escamp en Wateringseveld. Een en ander zou per 1 januari 2004 zijn beslag moeten krijgen.

Burgemeester Deetman maakte de Haagse Jongerenraad een compliment voor het vele werk dat hij de afgelopen maanden heeft verzet. “Jullie zijn er in geslaagd een positie te verkrijgen in Den Haag. En de opzet hier is fantastisch. De Jongerenraad is aan het wortelen -fijn!”
Een reactie kon de burgemeester zo niet geven. “De komende maanden komt de begroting voor volgend jaar in bespreking. Daarmee aan de slag gaan valt niet mee. Vooral omdat de regering ons heeft laten weten dat we veel minder geld krijgen. Toch moeten we niet bij de pakken neerzitten.
We verkopen natuurlijk veel liever ja dan nee. Zie het maar als een uitdaging: dingen realiseren met minder middelen”.

Wethouder Jetta Klijnsma probeerde een en ander ook positief te benaderen: “We hebben niet eens zoveel extra geld nodig om de dingen die er zijn extra stimulansen te geven”, riep zij de zaal toe. “Als jullie allemaal een beetje meehelpen…” Klijnsma benutte ook deze gelegenheid om de aanwezigen attent te maken op het gemeentelijk jeugdproject ‘Jouw idee, doe er wat mee’. Zij wees er op dat men in een van de kraampjes affiches, een flyer en aanvraagformulieren voor dit project kon halen. Vorig jaar heeft de stad 33 van dergelijke goede ideeën gehonoreerd: 700 euro om de opzet en uitvoering te helpen mogelijk te maken.

Speurtocht
De Jongerenraad zelf diende ter plekke zo’n goed idee bij de wethouder in: de raad gaat een speurtocht uitschrijven waarin deelnemers aan de hand van foto’s acht plekken moeten opzoeken. Wie het eerst terug is van zo’n tocht is de winnaar. Doel: jongeren de stad beter te laten kennen. “Wat een goed idee!”, vond Klijnsma.

Het rapport ‘Haagse jongeren aan het woord’ brengt systematisch, stadsdeel na stadsdeel, in beeld hoe jongeren dit voorjaar hun eigen mogelijkheden of onmogelijkheden onder woorden hebben gebracht. De Jongerenraad wijdt de problemen van Leidschenveen -achterlopende voorzieningen -vooral aan het vorige bestuur over dit gebied, Leidschendam. “Die gemeente heeft al het grondgebied verkocht aan derden. Met in het achterhoofd het idee veel winst te maken, is niet gedacht aan voorzieningen, zoals winkels, openbaar vervoer, speelvelden en dergelijke”.

Wensen uit Leidschenveen betreffen vooral de aankleding van de speelveldjes en skatevoorziening (voetbalgoaltjes, betere en hogere hekken, verlichting) en het niet beschikbaar zijn van een jongerencentrum, een uitgaansgelegenheid en een stop van de nachtbus.

In Haagse Hout is de enige uitgaansgelegenheid (voor mensen tussen de 14 en 22) in de buurt verdwenen. Jongeren missen er een ontmoetingsplek/hangplek, het speelveldje bij Isabellaland wordt niet goed onderhouden en is slecht toegankelijk, en de skatebaan is onvakkundig aangelegd. Overigens blijkt in dit stadsdeel al een soort stadsdeelraad te zijn opgestart. Maar grote grief is dat de gemeente niet naar de jongeren luistert. Op brieven wordt niet gereageerd en bij een klankbordvergaderingen over jongeren waren ze niet eens uitgenodigd.

Herinrichting Laan van Nieuw Oost-Indië

Op voorstel van wethouder Stolte is het College van Burgemeester en Wethouders akkoord gegaan met de resultaten uit de haalbaarheidsstudie en het schetsontwerp voor de herinrichting van de Laan van Nieuw Oost-Indië. Eveneens is onderzocht hoe delen van het Haagse Bos onderling verbonden kunnen worden. Met de resultaten uit de haalbaarheidsstudie en het schetsontwerp kan verder worden gegaan met de uitwerking van de plannen, door het maken van een Voorlopig Ontwerp. Op basis hiervan zal inspraak plaatsvinden.

Bosdeel en stedelijk deel
Bij de herinrichting van de Laan van NOI gaat het om twee deelgebieden: een bosdeel en een stedelijk deel. Het ‘bosdeel’ is het gebied ter hoogte van het Haagse Bos tussen de Benoordenhoutseweg en de Bezuidenhoutseweg. Voor het stedelijk deel is dat het gedeelte tussen de Bezuidenhoutseweg en het viaduct van de spoorlijn Leiden-Den Haag, inclusief alle kruispunten. In nauw overleg met bewoners, gebruikers, belanghebbenden en belangstellenden is een schetsontwerp gemaakt voor zowel het bos- als het stedelijk deel.

‘Ecologische duiker en brug’
Het schetsontwerp voor het bosdeel voorziet in een variant met een brede groene middenberm met bomen, waarbij zo min mogelijk inbreuk wordt gedaan op de bestaande bosranden. Per rijrichting komen twee rijstroken en aan weerskanten vrijliggende fietspaden. Aan de zijde van Huis ten Bosch komt een verhard voetpad, terwijl aan de andere zijde in het bos een onverhard, slingerend voetpad wordt voorzien. De dwarsverbindingen voor fietsers en voetgangers komen ter hoogte van de Leidse Straatweg en het Kerkepad. Voor de ecologie worden eveneens twee verbindingen voorzien. De eerste ecologische verbinding is een hooggelegen droge duiker op de scheiding van het hoger en lager deel van het Haagse Bos (nabij Kerkepad). De tweede verbinding is een ‘natte’ verbinding die ontstaat door het open maken van de waterverbinding bij de Grote Vijver door middel van een of twee bruggen.

Boomallure en laaneffect
Voor het stedelijk deel is gekozen om de Laan van NOI haar boomallure terug te geven door aan weerskanten een enkele bomenrij te planten. Het zogenoemde ‘laaneffect’ wordt vergroot door de aanleg van een openbaar vervoerbaan in het midden van de laan. Voor de fietsers zijn vrijliggende paden voorzien met uitzondering van het gedeelte tussen de Juliana van Stolberglaan en de Schenkkade. In verband met de beschikbare ruimte kunnen hier uitsluitend fietsstroken worden gerealiseerd. De trottoirs blijven qua breedte vrijwel gelijk.

Een Bezuidenhout site