Dhr. André de Weijert

André de Weijert als kind in het inferno
Overal brand, meer dan 550 doden, duizenden daklozen en honderden gewonden
In de vroege zaterdagochtend van 3 maart 1945 gebeurde wat niemand had durven geloven. Een gealliëerd bombardement op de grote Haagse woonwijk Bezuidenhout. Een drama van ongekende omvang. Veel bewoners waren getuigen van deze ramp, waarbij meer dan 550 mensen omkwamen. André de Weijert (1935) zag het allemaal gebeuren.
Met de komst van het jaar 1945 was de oorlog in zijn laatste fase. Het zuiden van Nederland was in ’44 bevrijd en na de winter kon de grote doorbraak naar de rest van Nederland worden verwacht. Het afschieten van de V-2’s bleef steeds maar doorgaan. Bij wijlen namen de lanceringen vanuit het Haagse Bos in frequentie toe. Het was een heel gedoe om die grote raketten in een goede baan naar Londen te krijgen. Geregeld mislukte de afvuring en maakte de V-2 een onheilspellende draai om vervolgens met donderend geraas op de nabij gelegen huizen neer te komen. 
Voorburg 
Die avond kwam André met zijn moeder en zusje Coby bij de familie Tangelder vandaan, die in Voorburg woonde. Hun vader verwachtten ze thuis aan te treffen in hun woning aan de Carel Reinierszkade in het Bezuidenhout. De Tangelders waren vrienden van zijn ouders en hadden vroeger ook in het Bezuidenhout gewoond. De terugweg ging over de Koningin Wilhelminalaan en in zijn gedachten kan André de grote rookpluimen herinneren, maar ook de drukte op straat. de verwarring en de stank naar brandluchten. Het was een enorme brand! Wie wist hoe erg het allemaal was? Hoe dichterbij het Bezuidenhout werd genaderd, hoe tragischer de lotgevallen eruit zagen die ze tegenkwamen. 
Verdwaasde gezichten. Kleren aan flarden en gehavend en soms apathisch voor zich uit starende gezichten. Een onbeschrijfl ijk drama dat al de hele dag aan de gang moet zijn geweest. Als kind had hij er in Voorburg weinig van gemerkt. Mogelijk was hij al vertrouwd geraakt aan het geschiet en geknal. Komende vanuit Voorburg liepen ze terug naar de Carel Reinierszkade pal naast de weilanden waar later de nieuwbouwwijk Mariahoeve herrees. Een onheilspellende duisternis hing er boven de wijk en moeder en zus Coby wisten dat hun vader thuis moest zijn. De angst sloeg hun om hun hart. Iedere stap dichter bij hun huis, deed hun het ergste vrezen. Tegemoet komende mensen vertelden van de ravage en de grote rampspoed. Langzaamaan werd moeder duidelijk dat papa wellicht ook omgekomen kon zijn. Hun lopen werd versneld. 

Angst 
Overal brand, mensen in angst en onbeschrijflijk veel leed dat zich al had aangediend. Het was een inferno. De zijkanten van de wijk leken het minst getroffen. Al spoedig zagen ze dat het hart van de brand zich tussen de Juliana van Stolberglaan en de Theresiastraat bevond. Ook de monumentale panden aan de Laan van Nieuw Oost-Indië waren wreed getroffen. De brand woedde in dat gedeelte van de wijk op zijn hevigst en dat zou nog dagen zo door blijven gaan. “Een vreselijk aanblik van vooral angst, ja”. 
Dichtbij de Carel Reinierszkade leek het er vreedzamer uit te zien. Mannen waren op straat. Ze waren volop bezig met het sjouwen van hout om hun ramen en deuren dicht te timmeren. Van hun bezorgde gelaat stond de angst af te lezen. Het bombardement had heel wat ruiten doen springen, deuren waren ontzet geraakt. 
Op straat: glas en bloedende mensen die door het glas verwond waren. Het staat André nog goed op zijn netvlies: wat waren ze blij dat ze hun vader weer levend terugzagen! 
Dakloos 
Honderden doden, nog eens honderden zwaargewonden en al die daklozen. Het leed was niet te overzien. Overal waren brandweerlieden bezig te blussen. Overal hielpen mensen elkaar. Niet altijd even gecoördineerd, maar wel met het juiste hart op de plaats. André ging met zijn vader een paar straten verder kijken, waar de brand nog volop aan de gang was. De wind wakkerde alles aan. De statige huizen aan de Juliana van Stolberglaan –aan weerskanten waar nu de tram rijdt- stonden in lichterlaaie. Het vuur gloeide en verlichtte de avond. Schreeuwende mensen werden tegengehouden wanneer ze in paniek nog wat uit hun huis wilden redden. Soms ging het om een kleinood, maar heel vaak ook om een familielid dat niet had kunnen ontsnappen. Waar was hun dierbare gebleven? Wie kon het ze zeggen? 
Het duurde dagen voordat aan al die onzekerheid een einde kwam. Daklozen moesten worden ondergebracht. André ging met zijn zusje een paar weken in Voorburg logeren bij de bovengenoemde familie Tengelder, omdat het te gevaarlijk was. Hoe hadden de Engelsen dit kunnen doen? Deze vraag werd constant gesteld. Wat was de bedoeling van dit vreselijke bombardement, dat dat van Rotterdam met meer dan 550 doden in ernstigheid benaderde? 
Fouten 
Hoe kon het allemaal zo fout gaan? De zware bommenwerpers waren die ochtend opgestegen vanaf luchthaven Melsbroek bij Brussel. In totaal werd er 67.000 kilo aan brisantbommen op de wijk gedropt. De Liduinakerk verloor zijn spitse toren. Tot aan het Voorhout, waar nu nog de Amerikaanse Ambassade staat, werden bommen afgeworpen. Waarom deden onze bevrijders dit? Een juist antwoord is immer uitgebleven. 
Het werd op een menselijke vergissing gehouden, maar hoe was een dergelijke vergissing mogelijk? De bommenwerpers uit Melsbroek kregen aanwijzingen van verkenners en konden vanuit de lucht zien dat het hier om een woonwijk ging. 
Geruchten gaan dat de Engelsen dachten dat de V-2’s in het Bezuidenhout waren verstopt. In februari voorafgaande aan het bombardement waren enkele serieuze raketaanvallen op Londen geweest. Was er wellicht sprake van een vergelding? Tijdens de oorlog vingen de Nederlanders bot op hun vele vragen, maar ook na de oorlog bleef het bombardement in vele mysteries gewikkeld. 
Zelfs op ministerieel niveau bleek de ware toedracht van dit drama niet te achterhalen te zijn. Buitengewoon vreemd, natuurlijk. Geen enkele hoge officier die ooit maar iets heeft toegegeven wat er werkelijk is misgegaan in het voorjaar van 1945. Sommige navorsers menen dat landgoed Clingendael het uiteindelijke doelwit moest zijn. Hier was ook de zware bunker van Seyss-Inquart te vinden, die als boerderij was gecamoufleerd. Moest het Benoordenhout worden getroffen in plaats van het Bezuidenhout? 

Traumatisch 
Vele Hagenaars hebben het Bezuidenhout zien branden. Het gehele drama is eigenlijk onbeschrijflijk. Het is een stukje Haagse geschiedenis, dat met weinig mensen te delen valt. Zij die het meegemaakt hebben, weten zich de dag als gister nog te heugen. Zoals Tiny Vink-Heslinga in de Jacob Mosselstraat nabij de Schenkkade. Ze woonde samen met anderen in de woning. Die ochtend hoorde ze opeens een onheilspellend kabaal en toen vielen de bommen die de aarde deden dreunen. Het ging maar door. Zoals je wel eens hoopt dat een onweersbui overtrekt, ging dit maar door. 
De gevolgen waren spoedig merkbaar. Huizen die geraakt waren vlogen in brand. De angst dat jezelf aan de beurt was, was zo onbeschrijflijk groot. Diverse woningen werden ook in haar straat getroffen. Vreselijk. Wat moet je er meer over zeggen… . Op de straten was een lawaai en geschreeuw te horen. Huilende mensen vol paniek, die niet wisten welke kant ze op moesten. Het is zo moeilijk om een dergelijke gebeurtenis in woorden weer te geven. 
Nu 70 jaar geleden, het blijft voor veel Hagenaars en vele Bezuidenhouters een welhaast traumatische herinnering, die ze maar moeilijk met anderen kunnen dele
n.
 
F.J.A.M. van der Helm helmhuis@ziggo.nl
Dit artikel is afkomstig uit de Oud-Hagenaarm, nummer 6 van 2015. Klik hier om het nummer te downloaden.