Mevr. Uiterwijk-Toet

Hieronder passages uit het dagboek van George Hover die ons door zijn zoon, Fred Hover, ter publicatie op deze site ter beschikking zijn gesteld.

Het begin van een lugubere tijd met brand, dood, leegplunderen, honger en vernietiging van miljoenen in de (gas)-kampen in Duitsland en andere landen van Europa, die ze al in hun “Blitzkrieg” onder de voet gelopen hadden in korte tijd. Daar moeten toch jaren van voorbereiding aan vooraf zijn gegaan en wij wisten maar niets?

De burgers begonnen al  direct te hamsteren, terwijl de moffen vooral de in Duitsland schaarse goederen kochten, niet gapten nee, dat deden ze in het groot (centraal) en wel in toenemende mate, zodat in de laatste oorlogsjaren vooral in het Westen (“boven de grote rivieren”) veel mensen stierven. Al spoedig werden er “distributiebonnen” ingevoerd en natuurlijk object van de zwarte handel. Ook “persoonsbewijzen” met foto en vingerafdruk! 

In mei 1943 ben ik, George Hover, getrouwd met Jeanne van Mameren, nadat ik ben afgestudeerd in december 1942, aan de Katholieke Hoogeschool in Tilburg als econoom. 

Wij gingen aldus in 1943 wonen in de 2de Adelheidstraat nr. 272, tweede etage. Dit zou ons eerste huis worden; het lag in het “Bezuidenhout”, een nette buurt in Den Haag. Ruimte: 2 grote kamers met schuifdeuren, keuken, toilet en grote zolder. Met hulp van mijn ouders thuis, Nijmegen, hebben we het toch gezellig kunnen inrichten gezien de omstandigheden, dat we al gauw deelden met Teddy, onze “Samojeed”, een kluwen wol op steeltjes die zonder kopjeduikelen nooit over de trottoirrand kwam. Met fiets (houten banden) en in de winter met de slee, gingen we erop uit om bij de boeren wat eten op de kop te tikken. Ook breide Jeanne truien voor de kinderen van de boeren in ruil voor melk en aardappelen en wat groenten.

Dank zij mijn zwager, een van de chefs van de “Evacuatie Hulpdienst”van de Kamer van Koophandel in Den Haag kreeg ik een job. De bedrijven in Zuid-Holland die te dicht bij de kust gevestigd waren moesten op gezag van de moffen evacueren en konden de daaraan verbonden kosten declareren bij de dienst. Het bezoeken van die bedrijven en het opstellen van rapporten was mijn taak. Het leven van alledag draaide om de zorgen van de inwendige mens. Wat er met de distributiebonnen gekocht kon worden werd steeds minder. We gingen aldus de `boer` op voor een fles melk of wat aardappelen. Goud en zilver waren soms in trek bij de soms vrekkige boeren. Een voorbeeld: Iemand uit Amsterdam die zijn grachtenhuis verruilde voor 1 mud (=75 kilo) aardappelen!!! Later hadden wij ook geen licht en verwarming meer, dus waxinelichtjes en boomstammetjes zagen voor het aangeschafte oude oventje, waar je na gebruik je voeten, ter verwarming in legde.

Gedwongen tewerkstelling in Scheveningen.

In verband met mijn job was ik in het bezit van een bewijs van de “Reichscommissar”, dd 26.10.44, dat ik in verband met mijn werk vrijgesteld was voor andere soorten van tewerkstelling. Plots werden Hagenaars op straffe van deportatie, gedwongen om palen van gewapend beton over de duinen naar het strand te sjouwen onder toerzicht van de “bruinhemden” (moffen).  Rechtopgezet vormden  dan 3 palen versperringen tegen mogelijk landingen van de geallieerden. Dit duurde 5 dagen; tijdens  de schaft soep van de moffen.

Razzia i.v.m. tewerkstelling in Duitsland.

Nadat Rotterdam al aan de beurt was geweest, kreeg Den Haag de volle laag. Op een winterdag in 1944, de straten vol Duitse militaire wagens en manschappen met toeters, werden alle mannen bevolen zich op een plek te melden (voor inzet in Duitse fabrieken) ook al had je een doktersbewijs of een “vrijstelling” zoals ik. Deze papieren zouden ze later wel controleren. Er waren zware straffen op niet nakomen van deze verordening. We wisten dat tijdens de razzia in Rotterdam de Duitsers, bij controle in de huizen, in kasten schoten of de bajonet erin priemden.

Met koffer, warme kleren en wat eten naar het  eerste verzamelpunt, vandaar naar het Rijswijkse plein en per tram naar Delft waar in het grote universiteitsgebouw  de samenkomst geregeld was en van hieruit afvoer per aak naar Duitsland. Allen zaten op de grond.  Er werd brood, kaas( en nog goede ook!) en later hutspot uit grote lamellen verstrekt door burgers (mannen en vrouwen, allen Nederlanders) die een witte band om de arm hadden met opschrift: “verzorger”.

Plots zag ik een meisje dat ook bij de Kamer van Koophandel werkte, maar ook in het verzet zat. Het plan werd uitgevoerd, te weten koffer achterlaten en meehelpen met het terugbrengen van de lege lamel, meelopen, gangen door (overal SS’ers) en aan het eind van de gang werd mij door een ander ook zo’n verzorgingsband op de mouw gespeld (gelukkig letterlijk) en samen met vele anderen naar de uitgang (weer een SS’er)  en om de platte wagen (met peerd ervoor) de gamellen erop gezet en met de al vertrekkende  wagen meelopen.

Het was al half donker. Na plm. 500 meter lopen de, zo bleek, achteruitgang van de “Porceleine Fles” in een loods waar al een tiental bevrijdde mensen zaten.

Een grote kist vol brood, dito met pakjes shag en vloeitjes (een vermogen), pak maar. Aan een tafeltje zaten de verzorgers/verzetsmensen hun revolver na te kijken alvorens ze weer terug gingen. De clou was: waren er bv 50 verzorgingsbanden verstrekt (door de moffen), het verzet had er nog eens 50 clandestien bijgemaakt.

Niemand mocht in die tijd in Nederland voor 05.00 uur op straat zijn. Even later werden wij, een paar tegelijk, met iemand van de ondergrondse naar  onze vooraf geregelde schuilplaats  gebracht. Mijn adres was een sigarenwinkeltje annex postkantoortje; ook deze mensen waagden veel!  Binnen blijven was de boodschap! Bij onraad een kleed en een paar planken verwijderen en in de kruipruimte lagen lege postzakken op wit zand en een zaklantaarn. Gelukkig bleef alles rustig.

De volgende dag met de “postman”terug naar het universiteitsgebouw waar nog volop brood en die heerlijke kaas lag. De “postman” wist nl. dat het gebouw verlaten was.

Jeanne en iedere Hagenaar wist dat alle mannen per rijnaak naar Duitsland afgevoerd zouden worden via een kanaal in Den Haag. Zij zag mij natuurlijk niet maar kreeg wel, na mijn ontsnapping uit het universiteitsgebouw, bericht en kende nu mijn onderduikadres.

Twee dagen later kreeg Jeanne bericht dat zij mij daar ‘s avonds moest ophalen omdat daags later in Delft (waar ik zat) eenzelfde razzia gehouden zou worden. Per fiets haalde ze mij weer op voor 20.00 uur, want later mocht niemand meer op straat zijn. Wat waren we gelukkig!.

Veiligheidshalve ben ik toen ongeveer een maand thuis  gebleven, zodat Jeanne alleen voor de kost moest zorgen.

Dd. 3 maart 1945. En wat hier aan vooraf ging.

Ons huis in brokken en brand. Bombardement op “Bezuidenhout”.

Duitsland begon te beseffen dat ze de oorlog zou gaan verliezen en dus zette Hitler zijn geheime wapen in, de V-1 en de V-2,  ook wel “Bezirksbomben” genoemd, die een hele  woonwijk (Bezirk) konden wegvagen. Ze waren verplaatsbaar en vanaf de grond afgevuurd en hadden een groot bereik.  Doel: Engeland platgooien!!!

Nog onbekend bij ons schrokken de Hagenaars ontzettend toen op een zwaar bewolkte avond de eerste “sigaar” met een aanhoudend donderlawaai en een lange vurige staart de lucht in ging en verdween in de wolken. De volgende dag repte de krant er uitgebreid over. Veel schade en doden in Engeland en in het westen en in Den Haag. Steeds wanneer zo’n ding de lucht in ging telden we de seconden; Als je binnen 10 sec. niets hoorde wist je dat het geval de kust zou passeren, dus dat de motor niet uitgevallen was. 

1 mislukking kwam oa, 600 meter van ons huis terecht op de K.W. Laan, waar hij ketste op de  tramrails en het souterrain van een huis binnenschoot en niet ontplofte! Welnu, deze krengen waren opgesteld in de bossen van Wassenaar en waren bij goed weer, het object van de “Tommy’s” , lichte Engelse bommenwerpers.

Je klokje kon je erop gelijk stellen want dan kwamen ze steevast. Wij riepen dan “Tommy’s” en met onze Teddy voorop konden we ze door ons keukenraam zien.

2 zussen  van Jeanne kwamen per fiets uit Amsterdam volgens afspraak voor een dagje bij ons. Onderweg bij Wassenaar moesten ze i.v.m. het schieten in een greppel schuilen. Wij hebben ze ingelicht wat ze zouden kunnen verwachten. En ja hoor, in pyjama allen naar het keukenraam. 

Wat we zagen was wel even anders: de rookwolken kwamen bedreigend steeds dichterbij en nu vermengd met allerlei rommel. Terug om ons aan te kleden, het water was al uitgevallen, de sirenes loeiden, de vrijwilligers van de B.B.B. (Bureau van de Bescherming Burgerbevolking) belden indringend en schreeuwden: VLUCHTEN.

Hollend met de 4 fietsen en Teddy naar buiten en weer naar binnen gestuurd. Weer een nieuwe aanval; we schuilden toen onder de trap en weer naar buiten: 1 fiets weg, vluchtkoffer boven laten staan (elk gezin had er 1), ik naar boven om mijn pakje shag te halen, maar zag de balken in de kamer hangen. Weg, weg naar familie in Rijswijk. We waren in één klap alles kwijt wat we met veel moeite bij elkaar gespaard hadden, ook al onze foto’s. De trouwfoto’s hebben we via de familie en kennissen weer bij elkaar gesprokkeld. 

We letten van de weeromstuit niet op elkaar. Jeanne, met Teddy achter op mijn fiets lagen we even later onder het viaduct dat schudde!. Ik heb toen wel een akte van berouw gebeden!! We hoorden de bommen vallen, het waren “kettingbommen”, ja, aan elkaar verbonden zodat de schade extra zwaar is.

Opgestaan bleken de 2 zusjes van Jeanne verdwenen. Wij durfden niet alleen naar onze familie toe, dus bleven we enkele (?) minuten wachten, tevergeefs. Gelukkig waren zij met anderen meegefietst en al in Rijswijk. Een tijdje later kwam mijn zwager met een handkar om ons nog te helpen, maar zag het hopeloze ervan wel in. Ons huis was ingestort en in brand!! Toen heb ik wel “een traantje gelaten”.

Het bombardement bleek een vergissing van de Engelsen. Ze hadden de coördinaten van de kaart op de kop gelezen en later hun spijt hierover betuigd. Daarom verboden de moffen de brandweer om uit te rukken. Jeanne was toen 4 maanden zwanger.

Dankzij de voedseldroppings door de zware geallieerde bommenwerpers, waarvoor de verliezende moffen hun toestemming gaven, kregen wij via onze distributiebonnen een deel van het door Zweden verstrekte brood, dat smaakte als heerlijke gebakjes.

Omdat we alles kwijt waren kregen we een “Spaarboekje Huisraadschade” ad  Fl.1.783 en van het Rode Kruis het nodige voor de baby en voor ons. Je kunt het je niet voorstellen hoe gelukkig we ermee waren.

Dd. 5.5.1945. Bevrijding van het Noorden.

Wij logeerden dus in Rijswijk bij familie. Mijn zwager kwam terug van een van zijn eten-strooptochten en bracht heerlijke dikke paling mee, een ongewone lekkernij in de oorlog. Met z’n vieren, bij het licht van een kaarsje, smulden we tot we niet meer konden en de rest maar ingepakt weggelegd. De volgende dag hadden we er al weer zin in maar die zin werd “weerzin” toen we zagen dat de palingen vol maden zaten! Kun je nagaan hoe je smaak in de oorlog verpest was, of zijn maden (bij kaarslicht) werkelijk zo lekker?

Bevrijding!!!

Versierde tanks rolden over de Rijswijkseweg, drommen van mensen in blije stemming. Je beseft het niet wat je overkomt, droomde je???

Op 14 juli 1945 werd Lilly geboren in de “Oranje Kliniek” in Voorburg, geboortegewicht 6 pond, onze eersteling. Moeder en dochter prima. Jeanne was de eerste die na de oorlog per ambulance vervoerd werd. De kleertjes van het Rode Kruis kwamen goed van pas.

Uiteindelijk zijn we naar Nijmegen gereisd naar mijn ouders.