Dhr. Roos

Passage uit het leven van Kees Roos Blog: http://keesroosstory.blogspot.nl/
(..)

Op een dag in januari 1945 was er weer eens een bombardement. Hup Marius uit de wieg en wij met z’n vieren (papa was op z’n werk) schuilen onder de trap. Dat is de trap van het portiek naar de bovenverdiepingen van de andere huizen. Er werd een matras voor het gat gezet, tegen evt. bomscherven en mogelijk puin. Op een zeker moment een enorme klap. We dachten daar gaat de boel. Maar het viel mee. Niks te zien. Later toen de vliegtuigen weer weg waren, keken we in de voorkamer en ja hoor, daar lag een enorme bouwsteen in de wieg van Marius. Een gat in het zij bovenraam. Waar kwam die steen vandaan. Van een paar huizen uit de andere straat. Ik meen de Rochemondstraat of zoiets, zoek ik nog op. Daar was een voltreffer op terecht gekomen. Doden weet ik niet wel heel veel schade. Die bominslag was niet de bedoeling. Het was een afdrijver. Na de oorlog zijn de huizen wel weer opgebouwd. Je kunt de steen verkleuring nog zien. Maar goed Marius en wij hadden wel geluk gehad. Ik geloof dat de wieg het wel had overleefd. Na afloop van dat soort bombardementen ging ik met vriendjes bomscherven zoeken. Ik geloof dat ik mijn vingers ook nog een keer heb gebrand aan een hete scherf. Enige dagen later vloog de ruit in de voorkamer eruit. Ik weet niet meer of dat door een exploderende V2 of een bombardement kwam. Er is toen een stuk schutting ingezet. Met een raampje tussen de keuken en de gang. Dergelijke bombardementen vonden meestal overdag plaats als het helder weer was. Was de lucht bewolkt dan kwamen de geallieerden niet. Ze konden dan niks zien wat er op de grond stond. De V2’s die werden ook in de nacht afgeschoten richting Engeland.

Die dingen bij elkaar deden mijn ouders besluiten dat wij overdag als het helder weer was niet meer in ons huis zouden zijn.
(..)

[F1]Kees Roos, 6 jaar oud.

De bombardementen op het Haagse bos en speciaal op de V2 lanceerplaatsen waren vanaf september 1944 aan de gang en zouden doorduren tot 3 maart 1945. Vanuit het Haagse bos en ook Marlot werden die dingen gelanceerd. Maar ook in Loosduinen (Ockenburgh) stonden evenals op meer plaatsen, lanceerplekken. De bedoeling was ze af te schieten richting Londen. Later begreep ik dat er ook V2’s in de richting van Antwerpen haven werden afgevuurd. De Engelsen hebben eerst geprobeerd ze voortijdig uit de lucht te schieten. Dat ging niet goed. Dus dan maar de lanceerstellingen bombarderen. Maar ja, die moffen waren ook niet gek. Ze gebruikten daarvoor verplaatsbare installaties. Ik heb er wel eens een over de Bezuidenhoutseweg zien rijden. Een heel groot gecamoufleerd voertuig met grote wielen en er lag een soort heistelling op. Die zal wel overeind gezet zijn als er gebruikt werd gemaakt van de spullen. Alleen ik had toen geen idee waar dat voor diende. Ook waren in het bos grote hutten onder de grond gemaakt waar na lancering de spullen in werden opgeborgen, zoals ik later heb begrepen. Dus de vliegtuigen konden niet altijd gericht bombarderen. Die vliegtuigen kwamen niet alleen uit Engeland, maar ook uit Maalbroek in België. Dat land was al lange tijd bevrijd van de Nazi’s.

3 maart 1945, Den Haag

Wat gebeurde op 3 maart 1945 is een heel moeilijk gedeelte om te beschrijven. Elke dag als het zonnig weer was kwamen de engelse vliegtuigen het beboste deel van het Haagse Bosch bombarderen. Het gezin ging al heel vroeg in de ochtend naar het huis van de baron. We bleven daar dan de dag en gingen in de namiddag weer terug. Eigenlijk was dat een hele opgaaf. Mijn vader zou proberen in Zoetermeer een huis te huren. Hij zou dat op zaterdag 3 maart gaan doen. Op de fiets, maar hij moest eerst voor het verzet een ommetje maken door het Bezuidenhout. Ik begreep dat hij papieren moest wegbrengen. Hij is om ongeveer 8 uur weggegaan. Wij hebben die nacht toen bij de baron in huis geslapen, dan kon papa eerder op pad voor zijn missie. We hebben hem niet meer levend teruggezien. De Engelsen kwamen ook die dag weer bombarderen. Er zijn 2 aanvallen geweest. De eerste was in de buurt waar nu het ministerie van financiën staat. De bommen vielen op een kerk en huizen in de buurt. Waarschijnlijk heeft mijn vader geschuild. Daar is hij toch getroffen, waarschijnlijk door vallend puin. Zijn hele rechterkant was verwond. Was hij blijven leven dan had hij niet meer kunnen lopen. Dat hebben we gehoord van tante Lous. Zij is in het hospitaal aan de Fluwelen Burgwal geweest, nadat vader allang was overleden. Tante Lous was verpleegkundige en mocht het lichaam zien. Die zaterdag en ook de zondag wisten wij van niets, hoorden niets en wachtten af. Mijn moeder dacht dat hij ergens was blijven slapen, dat gebeurde wel eens meer. Op maandagmiddag kwam Beijdals aan de deur bij de baron. Ik zie mijn moeder nog in de deur staan en ik stond er een beetje achter. Beijdals vertelde daar al wat er voor ramp was geschied. Binnen heeft hij verteld wat hij wist.

We mochten mijn vader nog een keer zien in het moratorium. Daar ben ik mee naar toe geweest. We zagen alleen zijn gezicht, dat zag er mooi uit. Hij had een bloeduitstorting, niet groot hoor, op een wang. Ik geloof dat we daar ook de portefeuille meekregen. Er zat wel een door en door beschadiging in, als of er een scherf doorheen was gegaan. De portefeuille is er nog. Boven hem in een kist lag Koos Speenhof, een bekende zanger. Hij was ook door het bombardement gedood. De rest van de tijd tot aan het vertrek naar Heerenveen hebben wij bij de familie Baron van Tuyl gebivakkeerd.

Het huis aan de Cornelis vd Lijnstraat was en is er nog wel, Een heel groot deel van de wijk Bezuidenhout was in brand geraakt door de bommen. Ontzettend veel huizen zijn verwoest. Meer dan 500 mensen zijn gedood door de bommen, het vuur en de instortende huizen. Veel dagen na het bombardement brandde de wijk nog. Het was niet zeker of ons huis gespaard zou blijven. Wie dat heeft geregeld, weet ik niet maar collega’s van mijn vader hebben ons huis leeggehaald. Het is niet zachtzinnig gegaan, dat was later toen we de spullen terugzagen wel duidelijk geworden. Lampen met draden enzo daar nog aan.
Het huisraad is gegaan naar de marechausseekazerne in Loosduinen, eigenlijk vlak bij ons eerste huis in Den Haag, aan de andere kant van de stad.
Mijn moeder heeft blijkbaar de huur opgezegd, terugkeren kon niet meer.
Hoe dat kwam, ja, opa en oma Dik hadden een brief gestuurd en ook via de politietelex of telefoon is er contact geweest tussen opa en ma. De brief is er nog.
Opa en oma drongen er op aan dat wij naar Friesland zouden komen. Maar ja dat was makkelijker gezegd dan gedaan.
Later vertelde ma mij eens dat ze het leven in Den Haag niet meer zag zitten, We zouden geen eten meer hebben en ook het huis was natuurlijk niet meer van ons. Ook heeft ze wel eens gezegd dat het voor ons als 3 kinderen beter zou zijn geweest als we toch in Den Haag waren gebleven. Maar dat is nakaarten achteraf.

Ik weet ook dat onze ouders plannen maakten voor na de oorlog. Natuurlijk wisten ze dat de oorlog niet lang meer kon duren. De dingen die pappa deed ten behoeve van het verzet waren ook aan ma niet helemaal bekend. Mijn vader zei altijd: Na de oorlog vertel ik je alles. Ook zei hij dat hij bij een nieuwe oorlog niet meer dat zou doen wat hij in deze oorlog had gedaan. Ze waren wel van plan na de oorlog in de Cornelis vd Lijnstraat te blijven, alleen aan de overkant, vanuit het raam bezien een beetje naar rechts. Ook weer een benedenhuis. Pa zou in het nieuwe leger blijven, heb ik wel begrepen. Hij zou als ik me goed herinner tot officier zijn bevorderd. Hoe ik die wijsheid weet, geen idee. Maar het is geen fantasie of mooie wens van de oudste zoon uit het gezin van Piet en Jeltje Roos. Jammer en verschrikkelijk dat niet is uitgekomen wat onze ouders als plannen hadden bedacht. Erger nog dat dat een gezin eigenlijk zo anders kan vergaan, zoals bij ons na de dood van de vader plaatsgreep.

De begrafenis van mijn vader midden maart 1945 was i
ndrukwekkend. Nu zal dat doorgaans wel zijn begrafenissen van jongere mensen. Mijn vader was toen nog geen 40 jaar. Dat zou hij worden in april. Heel veel mensen, collega ‘s, vrienden, ook wel mensen die feitelijk waren ondergedoken. Op de begraafplaats Oud Eik en Duinen, ook vlakbij de Goudrenetstraat, stonden de mensen buiten de aula, want die zat barstensvol. Ik ben daar bij geweest. Mijn broers waren te jong, dus zij hebben de dingen later tijdens gesprekken daarover gehoord.
Ik hoorde dat de kist wel van hout was. Omdat door de oorlog geen hout te krijgen was, werden mensen in papieren/kartonnen kisten/dozen begraven.
We zijn er met een auto naar toe gereden, ik meen van Beijdals, maar meer weet ik er niet van.

Enige jaren na de 2e Wereldoorlog is het graf van mijn vader overgebracht van Oud Eik en Duinen naar het ereveld in Loenen, op de Veluwe dichtbij Apeldoorn. Het grafnummer is: 1266.

De naam van mijn vader komt voor in een register van gevallen militairen:
owachtmr/adm. Staf II Div. ‘s-Gravenhage, Verleende vanaf 1941 hulp aan onderduikers en verzorgde gedropte wapens; werd tijdens het uitvoeren van een verzetsopdracht bij het bombardement op het Bezuidenhout dodelijk getroffen.