Mevr. Bakker

3 maart 1945: ‘We waren allemaal aan het huilen en de weg was zo lang…’

Ik ben geboren en heb tot 1960 in de 2e de Carpentierstraat gewoond. Wat ik mij herinner van 3 maart is het volgende.

Mijn vader had een kleinhouthandel en wij woonden boven de zaak op de 2e etage. Op een gegeven moment stond de eerste Carpentierstraat in de brand en moesten wij, vader, moeder twee zussen, Wil, Ria en broer Hans naar de zaak beneden. Er was ook een duitse buurvrouw bij die op de eerst etage woonde. Wij hebben daar heel angstig gezeten tot dat er een politeagent kwam en vertelde dat wij weg moesten. De brand was gevorderd tot de tweede Carpentierstraat.

Mijn vader had inmiddels een handkar volgeladen met spullen. Wij gingen toen met zijn allen lopen over de L.v.n.o.Indië. Toen de Schenkkade op en het schenkviaduct. Wij zouden naar een tante gaan die woonde in de Elsstraat. In mijn herinnering hebben we de hele dag gelopen en ik was zo klein en mocht af en toe op de kar zitten. We waren allemaal aan het huilen en de weg was zo lang…

Toen we bij die tante kwamen rook het daar heerlijk naar erwtensoep en wij hadden zo’n honger!!!! Maar de soep was niet klaar en wij bleven honger houden. ‘s avonds is mijn vader samen met mijn oom terug gegaan om te kijken of er nog iets stond. En gelukkig, alles stond er nog.

Ons geluk is geweest dat aan het begin van onze straat grote tuinen stonden en aan de overkant een joodse kerk op de plaats waar later de bioscoop is gekomen. De wind was toen gedraaid en hebben de vlammen ons huis gelukkig niet bereikt. Mijn vader en Oom hebben toen alles dicht getimmerd om dat ze bang waren voor plunderingen. Wij zijn nog drie dagen bij die tante gebleven voor dat we van de politie weer terug mochten. Toen die tante wist dat we geen dagen meer bleven kregen we de erwtensoep, wat was dat lekker!!!!!

Tot de tuinen waar de brand stopte was later puin en daar heb ik veel van mijn jeugd in door gebracht. Nu met deze dagen moet ik er weer aan denken wat een geluk we gehad hebben!!! Na de bevrijding waren we allemaal ondervoed. Ik mijn broer en zussen zijn toen naar een tante in Sevenum gegaan om aan te sterken. Zij waren al eerder bevrijd en hadden eten genoeg. Met mij ging het niet goed, ik zat helemaal onder de zweren en moest daar iedere dag naar de dokter. Mijn zus moest mee want mijn moeder was bij mijn vader in Den Haag. Ik kreeg ook veel heimwee.

Gelukkig heb ik alles goed verwerkt en woon nu al 35 jaar in Vlijmen.

Trees Bakker-Kleuskens, Vlijmen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *